38.
Aantekeningen uit correspondentie,
mei – juni 2010

Pieter Wisse

38.1
Afgezien van mijn gebruikelijke uitingen van frustratie bevat reeks nr 37 informatiekundig m.i. (vooral aan het einde) wel weer enkele aardige aantekeningen.

38.2
Er zit gewoon een wat andere denkmanier achter een metapatroon-proefopstelling ... Dat is inderdaad nogal wennen. Het lijkt me daarom nuttig wanneer we binnenkort samen wat met registratie oefenen.

38.3
Tja, wat is door verkeer(sverbindingen) nog je "eigen habitat"? Dat verandert dus "doodgewoon" van schaal.

38.4
Volgens mij is "vanuit ay" structureel equivalent met: vanuit ax. De "linkerkant" van ay vertrekt inderdaad vanuit ax. Wanneer je ay als relatie van a1 met ax andersom (dan ik oorspronkelijk tekende) ziet, ben je er volgens mij. Op die manier herken je gemakkelijker dat ay dezelfde kan zijn als a1, maar ... ànders.
Er is m.i. geen cirkel, maar (verdere) contextuele verbijzondering. Blijkbaar vertoont een bepaald object vrij algemeen gedrag (a1), dat o.a. het nader door a1, zichzelf, dus, en a2, a3 en ax verbijzonderde gedrag telt.
Ik heb de indruk dat jij a1 laat staan op de positie waarin ik 'm tekende. Dat 'mag' echter niet, indien je — in dit geval — de linkerlijn verbindt met de ònderkant van ay. Als je dat doet, hoort a1 ònder ay. En dan gaat àlles méé, dat (in)direct vanàf a1 'bestaat,' dus inclusief ... ay. Maar zo raak je in de knoop. Met contextuele verbijzondering hak je die simpelweg dóór, resulterend in eenduidig bepaalde gedragsdelen.
In de metapatroonnotatie is ook de richting dus wezenlijk, zoals Jeff Rothenberg (Rand Europe) terecht opmerkt in zijn beoordeling:

Despite its apparent simplicity, there are a number of subtleties in Metapattern diagrams, which make them more complex than they may first appear. First, the vertical positioning of the graphical sub-elements of a Metapattern triad carries meaning: boxes that appear higher in the diagram are more general than those that appear lower. Second, the arrow connecting the three boxes of a triad represents the fact that the upper two boxes play distinct “roles” with respect to the lower box; although the direction of the arrow is unimportant, it is a necessary feature of the diagram, since it allows distinguishing these roles.

Heb jij het gevoel dat we het over hetzelfde, herstel, over modellering van relevant onderscheid hebben?
[Zie ook aantekening 37.89]

38.5
Zoals je weet stel ik zo’n bericht afkomstig van jou altijd op hoge prijs, dank je wel ervoor.
Wat je vraag betreft, ongetwijfeld bevat mijn antwoord erop van alles dat jij allang weet. Dus, “een objectenmodel voor de basisregistraties in Nederland” was uiteraard ooit de opgave van het programma Stroomlijning Basisgegevens. Dat geklungel gebeurt inmiddels onder de noemer van Renoir, ook een Ictu-programma. Nee, verbetering zit er helaas nog niet in. Want dat kàn principieel onmogelijk iets bruikbaars opleveren, zolang daarvoor een ònstelselmatige methode voor ordening van betekenissen (lees ook: conceptuele informatiemodellering) gehanteerd blijft.
Vergelijk het met een hoge toren die je met bakstenen wilt bouwen. Dergelijk bouwmateriaal kent nu eenmaal een kritieke grens. Die stenen liggen immers op elkaar gestapeld. Door het gewicht van bovenliggende stenen vergruizelt een baksteen. Wèg draagvermogen, dus … wèg hele toren.
Eén van de problemen is bestuurlijk onbenul inzake constructie. Elke keer, overdrachtelijk gesproken, als die toren weer scheef gaat staan, onvermijdelijk instort enzovoort, zien bestuurders de factor over het hoofd die constructief telt.
Dankzij Peter Waters en Marijke Abrahamse neemt (Bureau) Forum Standaardisatie die factor wèl serieus. Dat gebeurt onder de noemer van semantische interoperabiliteit. De modelleermethode die ik ontwikkelde, Metapatroon, liet BFS inmiddels beoordelen door Novay en Rand Europe. Die instituten bevestigen de noodzaak van zgn contextuele verbijzondering voor — beheersing van — reële betekenissenvariëteit op de schaal van het maatschappelijk verkeer (waarvoor o.a. de basisregistratie bedoeld zijn, toch?). Echt snappen doen de betrokken beoordelaars het overigens nog (lang) niet, maar goed.
Het BFS-rapport Semantiek op stelselschaal (juni 2009) bevat een analyse van — beoogde — basisregistraties. Ik herhaal de relevante conclusies:

1. Voorzieningen voor semantische interoperabiliteit zijn onmisbaar voor e-overheid in het algemeen en voor realisatie van het NUP in het bijzonder.
2. Betekenisvariëteit die optreedt bij het gebruik van gegevens is kenmerkend voor gevarieerde publieke taken.
3. De doelstellingen van de e-overheid en het NUP vragen om gegevensmodellering die ruimte biedt voor variëteit in betekenissen en die schaalbaar (uitbreidbaar) en toekomstvast is.
4. De authentieke gegevens in de huidige basisregistraties, zo bevestigen de onderzochte casussen, hebben een te smalle betekenis voor gebruik op de schaal waarvoor zij zijn bedoeld (uitvoering van publieke taken).
5. Contextuele verbijzondering ondersteunt grootschalige variabele betekenismodellering en biedt de mogelijkheid voor geleidelijke, beheersbare veranderingen.
6. Vanuit de bestaande wetgeving en ontwikkelstatus van de basisregistraties kan hun semantische interoperabiliteit, onderling en met afnemers, worden verbeterd door toepassing van contextuele verbijzondering.

Intussen moddert BZK met Renoir dus verder … Wat daar stelsel heet, bijvoorbeeld, is het helemaal niet.
Als concreter antwoord op je vraag, ja, zo’n wèrkelijk samenhangend model bestaat in aanzet allang. Op verzoek van Peter Waters waagde ik me in 2008 aan een overzicht, dat ik Oefenschema: basisregistraties enz. noemde. Vergeet niet je A0-printer te gebruiken. ;-) Bij BFS kan je overigens een afdruk krijgen; daar ligt er zelfs eentje op dùbbel-A0 beschikbaar.

38.6
Ik ervaar het zeker niet als gemiste “kans,” dat ik tijdens mijn vakantie geen email bekeek en je dus tevens niet tijdig antwoordde! Want zo hovaardig ben ik niet, te weten dat er aan haar commentaar überhaupt iets zinvols valt toe te voegen, laat staan dat ikzèlf ertoe in staat zou zijn. Mocht zij mij haar àndere wang toekeren, kortom, dan “zoen” ik met je mee.
Tja, wie als student haar/zijn scriptie zodanig beoordeeld krijgt, weet dat z/hij èrg hard aan de slag moet, om ooit te slagen. Dus, de behandelende ambtenaren in kwestie zullen haar orenwassend commentaar stellig negeren … Ik vrees dat ik ònmogelijk een welgemeender compliment voor kwaliteitswerk kan verzinnen.
Dankzij jouw nadere berichten besef ik overigens alweer beter waaraan zij werkte, toen ik onlangs een gesprekje met haar voerde. Bij die gelegenheid uitte ik mijn (gespeelde ;-) verbazing dat zo’n wet nodig is. Waarom vergt verplicht gebruik door, nota bene, overheidsorganisaties een wet?!
Daarop antwoordde zij, althans zo herinner ik me wat ze zei, dat het zonder die wetdwang niet werkt. Alsof het dat intern mèt die dwang wel doet … Het blijft zelfs principieel prutsen, zolang de opzet niet strookt met reële informatiebehoeften (zoals wij met Semantiek op stelselschaal (2009) analyseerden; klopt, dat rapport wordt … genegeerd).
Is Nederland niet een eenheidsstaat? Vooruit, weliswaar een gedecentraliseerde, maar per saldo die éénheid, punt. Het is m.i. gewoon medebewind, klaar. Je zou ook kunnen zeggen, een interne overheidsaangelegenheid. Dat moeten ‘ze’ netzo intern maar oplossen. Maatschappelijk verkeer raakt echter nodeloos verward, evenwichtige verhoudingen gauwer zoek, door huisregels in de vorm van (externe) verkeersregels. Zie ook het opstel Informatiemanagment in decentraliseerde eenheidsstaat (2005) dat Victor van der Waal en ik schreven.
Lòs van enige sluitingsdatum voor eventueel commentaar wijs ik verder je graag op een uitwerking volgens een idee van Paul Jansen/dotindividual. Hij gaf de aanzet tot bewerking van o.a. de Wet bescherming persoonsgegevens conform het zgn iDNA Manifest. Wat dat manifest betreft geef ik de voorkeur aan de benaming Manifest voor informatieverkeer en zo kwam ik ook op een andere naam voor Wbp. Zie Wet persoonsinformatie voor het resultaat in het verlengde van Paul Jansens aanzet. Er blijft dankzij een krachtig beginsel inderdaad weinig van over.
Hoe dan ook lijkt het mij alleszins redelijk dat apàrte Wetten voor 1. basisregistratie personen en 2. bescherming persoonsgegevens (ooit) tot één Wet persoonsinformatie verdicht kunnen, dus ook moeten worden.
Het voorstel voor Wet basisregistratie personen bevat voorts een riedel uitvoeringsdetails die er vooral buiten moeten blijven.
Wie dankzij haar commentaar beseft dat ‘het huiswerk’ met de Wet basisregistratie personen feitelijk helemaal overnieuw gemaakt moet worden, en wel stelselmatig, gooit het hopelijk over een andere boeg. Anders vind ik dàt pas een gemiste “kans.”

38.7
Ik hield mijn toelichting op MultiBIM ronduit karig. Dat ligt niet alleen aan gebrek aan tijd, maar vooral aan mijn schatting dat meer schriftelijke toelichting toch niets uitmaakt.
Wellicht ten overvloede wijs ik er nogmaals op, dat beoordeling van synthese m.i. niet lukt onder de noemer van effectiviteit. Wij zijn toch minder bezig, meen ik, met het repareren van iets dat kapot is en dus slechts weer in oorspronkelijke staat moet functioneren dan juist met iets nieuws. Voor vernieuwing doe je volgens mij vooral beroep op visie, dus oog voor kansen. Inderdaad verdampen daardoor in één moeite door, als het goed is, als het ware allerlei problemen die de traditionele aanpak (nog) veroorzaakt.

38.8
Zie Het blijft knap voor mijn bespreking van De broncode door Eric Smit: Jan Sloot zou, aldus de ondertitel van het boek, een “schokkende uitvinding” hebben gedaan.
Blijkbaar geloven nogal wat van diezelfde financiers onverminderd in zo’n wonder. Dàt vind ik dan weer ongelofelijk, zeker wanneer, zoals hij onbekommerd tegenover ons benadrukte, zij die associatie expliciet koesteren. Wat je naïef hun … naïviteit kunt noemen (maar het zal wel puur persoonlijk winstbejag zijn), heeft weliswaar bijna iets ontwapenends, maar van dergelijk investeringsmilieu houd ik me graag verre. Dat is me tot dusver gelukt. Volhouden!
Ik meende tijdens ons gesprek, herstel, tijdens zijn nagenoeg ononderbroken monoloog, jouw (herhaalde) poging te herkennen, met dank voor je goede bedoeling, om hem tevens voor metapatroon wat in beweging te krijgen. Mijn indruk is echter, allang overigens, dat hij slechts zijn eigen idee propageert (dus laat verdere pogingen ajb zitten). Wat hij vertelt, of moet ik zeggen, omstandig ontwijkt te duiden, blijft voor mij volkomen onbegrijpelijk, of ronduit triviaal. Ik heb dus geen idee of het werkelijk … een bruikbaar idee enz. ìs. Vooral is mijn indruk, dat hij zèlf opnieuw niet goed snapt wat hij beweert.
Wat natuurlijk niet helpt voor opbouwende verstandhouding, is dat hij weigert — “nee, ik lees nooit” — zich in metapatroon te verdiepen. Hij kent de term, strooit ermee, wil reuze vriendelijk klinken, maar zegt helaas niets inhoudelijks erover, legt al helemaal geen operationele verbinding met zijn ‘uitvinding.’ Zoals ik het ervaar, zet hij vermelding in als kromgangsvorm (lees ook: fopmaat) ter verkrijging van aandacht voor, nogmaals, steeds maar weer zijn eigen verhaal. Zo wekt hij valse schijn van interesse. Dat gebeurt breedsprakig, langdradig om het risico te vermijden van heus dialoog. Ja, daar word ik nogal nukkig van.
Vergis ik me schromelijk? Zolang hij geen adequate documentatie verstrekt die zijn idee enz. als werkelijke doorbraak bevestigt, beschouw ik hem in navolging van zijn financiers als een tweede Sloot (waarbij ik aan die associatie een àndere … betekenis hecht).
Intussen ging ik meteen zèlf op zoek naar eventuele literatuur (omdat ik wèl verwacht daarvan wijzer te kunnen worden). Ik pikte tijdens ons gesprek de (voor)naam Waltraud op, respectievelijk dat het een Delftse ex-hoogleraar betreft. Daarmee is dus stellig Waltraud Gerhardt bedoeld. Zij was coredacteur van de bundel Web-Enabled Systems Integration (Idea Group, 2003). Het blijkt dat zij ooit “worked as examinator of patents at Patent Office in Berlin.” Dat zou de poging helpen verklaren om de uitwerking van ‘het idee’ naar verluidt met patenten te beschermen. Dat vind ik dus onzin, maar goed.
In genoemde bundel schreef Gerhardt zèlf slechts aan (korte) voorwoord/inleiding mee (waarvan de volledige tekst als boekmonster op het ww web beschikbaar is). De voorgestelde oplossing komt neer op (p. viii) “system integration via the web.” Dat biedt een “single interface” met “uniform techniques and protocols.” Zover is het echter nog niet, want (p. ix) “[p]artially due to organisational issues, partially due to technological issues, the current situation is often far from optimal.” Die bundel kent zelfs als “focus […] the technological issues that prevent the current situation from reaching an optimum.” Indien wetenschapster Gerhardt in 2003 semantiek als het wézenlijke thema herkende, nota bene, had zij daarvan in voorwoord/inleiding in kwestie m.i. stellig melding gemaakt. Veelbetekenend vind ik in de inleiding de aankondiging van de bundelbijdrage door Liu e.a., te weten als behandeling van “the problem of partial and inconsistent data when combining heterogeneous data from different sources.” Voor metapatroon is dat helemaal geen “problem,” maar reële variëteit.
Van publicaties door Gerhardt over beheersing van betekenissenvariëteit kan ik via het ww web niets ontdekken. Zij lijkt trouwens ook verder als het ware verdwenen uit het maatschappelijk verkeer (zoals dat zich via het ww web toont/ontplooit). Ook valt er dus geen spoor te bekennen via TU Delft, waar zij hoogleraar was. Is niet hij, maar eigenlijk zij Sloot2? In elk geval heb ik hèm nooit op een eigen idee betrapt. Werkt zij in het striktste geheim, ondergedoken aan iets waarvan onze ‘gesprekspartner’ slechts als verkoper (en voor patronage van zijn zoon) optreedt? Wie weet lezen jij en ik het in een nieuw boek. Als de auteur van De broncode zich eraan zet, of wie dan ook, hoop ik dat z/hij ditmaal wel nagaat hoe het ècht zit.
Nu herinner ik me nog iets uit ons gesprek. Hij vertelde dat zijn zoon “israelische programmeurs aanstuurt.” En dàt doet me denken — zie mijn engelstalige aantekeningen 16.8 t/m .23 — aan Pile …, waarover ook allerlei informatie (zoals via www.pilesys.com en www.pileworks.org: “De pagina kan niet worden weergegeven.”) is … uitgewist. Merkwaardig genoeg ‘vond’ ik wel een open brief annex blog (16 mei 2007) van een griek, George Omadeon, met aansluitende correspondentie met Pile’s israelische … ‘uitvinder,’ Erez Elul. Daarin maakt Omadeon ter ondersteuning gewag van “some recent material on Pile research [...] by someone else (a lady in fact – I may find the link and include it later here)” Gerhardt, soms? Haha, voor een roman ligt het plot klaar … lees vèrder! Overigens betreft het in werkelijkheid, zoals Omadeon elders aan de zwitser Ralf Barkow (website /rgb) schrijft, “a Bulgarian lady mathematician (member of the [P]ile team and Pile Inc).”
Stel dat die financiers een demonstratie van Pile zagen. Volgens mij kan je dat inderdaad zó doen (lees: manipuleren), dat zij onwillekeurig de associatie met Sloots wonderdoos maakten. Een vraag is dan, wie die voorstelling gaf. Uit genoemde correspondentie blijkt een ònherstelbare breuk tussen Elul, die trouwens al met m.i. onhoudbare patenten in de weer was, en de duitser Peter Krieg van Pile Systems. Destijds, ik ontmoette hem eind 2005 in Amsterdam (en betaalde zijn diner), was Krieg al wanhopig op zoek naar nieuwe … financiers. Elul kan het m.i. nooit (meer) geweest zijn; die heeft zijn buik zo vol van dergelijke financiers dat hij zelfs ComComism lanceerde. En Krieg evenmin, of het moet alweer een tijdje geleden zijn. Hij overleed in juli 2009; zie necrologie.
Wat Pile nu precies is, blijft vooralsnog duister. Of is het slechts triviaal? Een recente samenvatting (2010) door Elul zèlf verduidelijkt nog steeds niet wat er baanbrekend aan is, in elk geval niet vergeleken met metapatroon:

The system invented by e[rez elul] integrate[s] trees into their nodes/objects and doing so while breaking the hierarchies embed[d]ed in the trees. Top technicians in Microsoft, Google, Cisco, HP and others were interested to know more about this technology, since it could take any 2 objects it previously defined and then, by defining another such specific object as their specific relation, relate them in each of both possible orders. This system allows recursion, at any scale, of relation of relation relation, so that all and any of which is always found in its specific order simply by the position of such specific object in that system.

Israelische programmeurs of niet, ik heb geen idee of vader en zoon met Gerhardt (?) hieraan (verder) werken. Wie zich niet informeert over andere ontwikkelingen, wat naar het schijnt o.a. Elul ook consequent nalaat, loopt natuurlijk extra gevaar haar/zijn eigen idee ten ònrechte als nieuw te bestempelen.
[nv]

38.9
In NRC Handelsblad voor-grote-mensen stond datzelfde artikel getiteld ICT-plan overheid levert te weinig op gisterenavond ‘al.’ Ook toen, helaas, was de inhoud van die rapportage natuurlijk geen nieuws meer. Kan je een bericht over iets dat sinds jaar en dag bekend is, nog alarmerend noemen?

38.10
Ja, in het algemeen wat de zgn bouw betreft “kende [ik] die gezamelijke belangstelling al.” Sterker nog, dat is juist zijn vak als afgestudeerd civiel ingenieur. Daar zijn wij buitenstaanders. Hoewel, ik heb toch maar mooi een propaedeuse 1 in diezelfde civiele techniek (waarna ik kon overstappen naar wiskunde en zo door naar bestuurlijke informatievoorziening), terwijl jij zowaar een huiseigenarenvereniging voorzit enzovoort, enzovoort ...
Concreet over die zgn besteksystematiek wist ik slechts vaag over "gezamelijke belangstelling." Onlangs vermeldde hij o.a. Stabu, maar dat liet ik lopen ... Anders komt er helemaal geen eind aan zo'n gesprek. Mijn indruk is dat hij zichzelf ook daarvoor weer harder op de borst slaat dan wat zijn feitelijke betrokkenheid inhield. Mocht hij het wel degelijk allemaal bedacht enz. hebben, ... nou ja, zo geweldig vind ik het qua systematiek niet, ... maar je moet wie dan ook uiteraard nageven dat die besteksystematiek als de facto standaard in de Nederlandse bouw geldt. Ook de directeur van Stabu kennende zijn er méér mensen die dat als hùn succes claimen. We kunnen daar eens bij een medewerker informeren hoe volgens hem die geschiedenis luidt.
Hoe dan ook lijkt het me verstandig aanleidingen te vermijden om sporen met zijn activiteiten te kruisen. Hij weet het dan tòch weer beter ..., maar informatiekundige facilitering is juist zijn vak niet.

38.11
Reële bescheidenheid dwingt me uiteraard jou erop te wijzen dat Eerlijk zullen we alles delen beslist 'mijn' boek niet is. Ja, het was een hele klus om zo'n brede bundel te helpen redigeren. Als je mij daarvoor een (terecht ;-) compliment geeft, neem ik dat graag aan!
Van mijn kant bekeek ik jouw "opdracht-omschrijving van [je] kenniskring over compliance, (waaronder aan standaards) en ICT." Mag ik je een suggestie doen? Wij leven in een informatiemaatschappij. Dat vergt (dus) voorzieningen voor informatiekeer op overeenkomstige schaal. Het lukt echter maar niet om benodigde voorzieningen adequaat te treffen. Waarom niet? Volgens mij lopen we tegen de grens van òpschaling aan. We moeten daarom, met andere woorden, erkennen dat 'het' op die (veel) ruimere schaal van het maatschappelijk verkeer kwalitatief ànders in elkaar zit dan waarmee we voor voorheen aparte informatiesystemen/toepassingen vertrouwd zijn. Je zou het kunnen vergelijken met de gebouwde omgeving. Zodra het aantal gebouwen dat bijelkaar staat een bepaalde 'grens' overschrijdt, ontstaat behoefte aan een èxtra discipline, in dat geval stedenbouwkunde ... en zo door naar planologie. Voor infrastructuur voor informatieverkeer modderen we vooralsnog echter door alsof louter de som der gebouwen een heuse stad oplevert. Exemplarisch voor die optelbenadering zijn de nota bene lòsse basisregistraties. Er is weliswaar een hoop retoriek van samenhang, maar verband waaraan je operationeel iets hèbt, moet je uiteraard inherent als samenhang ... ontwerpen. Daarover moet je over die grens als het ware springen, precies, een paradigmasprong waarmee je in een weliswaar nauw verwante, maar àndere vakdiscipline landt. Vergelijkbaar met de sprong van gebouwarchitectuur naar stedenbouwkunde/planologie moet je naar mijn overtuiging voor informatieverkeer op maatschappelijke schaal zoiets als traditionele (toepassings)informatiekunde àchter je laten en, wat ik maar noem, civiele informatiekunde beoefenen. Let wel, civiele informatiekunde bedoelt toepassingsinformatiekunde niet te verdringen, integendeel. Er behoort wisselwerking te zijn. In het besef van de — verkeersmogelijkheden op — maatschappelijke schaal verandert de kijk op samenstellende informatiesystemen, en omgekeerd. Als je wilt, kan ik je daarover wat literatuur opgeven.
Wat ik eveneens in jouw "opdracht-omschrijving" proef, is dat problematisering ontbreekt van gangbare kleinschaligheid. Daardoor blijft het belang van onderzoekresultaten navenant beperkt. Ik zou het toejuichen, indien je het onderzoek inricht volgens twéé oriëntaties. De ene oriëntatie volgt dan wat tot dusver impliciet geldt voor je opzet. Daarnáást kan je de oriëntatie volgens zgn civiele informatiekunde (laten) volgen. Je ontdekt dan stellig, dat slechts die tweede, extra oriëntatie relevant is voor productieve bevindingen over, aanbevelingen voor enz. wat jij met compliance bedoelt.
Hoe dan ook houd ik graag contact. Wellicht vernam je dat (B)FS eindig ingesteld is, te weten tot eind volgend jaar. Om dat einde te 'vieren' is een volgende bundel gepland. Wil je ajb overwegen, wat jij uit je compliance-kenniskring of wat je verder relevant acht voor eventuele publicatie in zo'n bundel in aanmerking vind komen? Daarbij gaat het dus niet langer om "bepaalde leuke, afgeronde en werkende cases van standaardisatie van de afgelopen twintig jaar." Want dat betreft een schaal die inmiddels vooral door communicatietechnologie, ik zeg het maar even ruw, achterhaald is.

38.12
Mijn ervaring is dat hij er niet zo goed in is om iemand ànders serieus te nemen. Met dit dringende verzoek daartoe weten we dus in een zo vroeg mogelijk stadium of het zin heeft (verdere) moeite in deze relatie te steken.

38.13
Niet dat de link werkte die jij opgaf, maar ik bekeek elders het voorwoord van Origins of Objectivity (Oxford, 2010) door Tyler Burge. Daaruit is meteen duidelijk dat de aannames verschillen van, bijvoorbeeld, subjectief situationisme. Einde discussie. Langs de route van objectiviteit kan hij, mits hij ooit zover komt, niet anders concluderen dan dat o.a. contextuele verbijzondering onzin is. Okee, maar dan verneem ik graag tegelijk eens van hem, hoe hij ànders omgaat met reële variëteit. Oh nee, die bestaat dan natuurlijk ook niet langer. Hoe kàn ik zo kortzichtig zijn?! Nòg erger, dat blijf ik graag volhouden.

38.14
Als je het een probleem mag noemen, onze contactpersoon nam voor kennisgeving aan wat hij zag en borduurde onmiddellijk erop voort. Prachtig! Omdat Information Dynamics (ID) dit echter allemaal voor eigen rekening en risico doet, wat nota bene zelfs mijn voorwaarde is (en waarover ik me dus allesbehalve beklaag), wil ik allereerst mikken op afronding-als-proefopstelling. Kortom, er komt binnenkort een vervolgbijeenkomst. Daar demonstreert ID een rapportage die via de informatierotonde samengesteld is uit diverse (bestaande) informatieverzamelingen. Die verzamelingen zijn niet de operationele, maar voor de proef nagespeeld. Zij zijn wel netzo apàrt van elkaar ingericht, dwz representatief voor operationele ... variëteit.

38.15
Weliswaar kan hij niet zo volgen wat met de proefopstelling op het scherm verschijnt, maar begrijpt prima de noodzaak van zo’n schakelpunt, dwz met voorzieningen voor explicitering van context opdat informatieverkeer (ook resp. vooral) in betekenisopzicht eenduidig verloopt.

38.16
Mijn eigen indruk is wel versterkt, dat je in jullie organisatie juist èxtra moet letten op de houdbaarheidsdatum van een functionaris. Afgezien van enig oordeel over de kwaliteit van functioneren, ook voor je directeur lijkt mij wisseling inmiddels hoognodig, zeg maar rustig onvermijdelijk. Daarover hoef je m.i. dus niet eens een conflict aan te gaan. Regel van personeelsbeheer: frequente overplaatsing. Wie bijdraagt aan een conflict, maakt zich medeverantwoordelijk voor nadelige effecten. Indien die directeur dat niet begrijpt, 1. is hij hoe dan ook òngeschikt voor een veranderingsorganisatie (dat is dan maar duidelijk) en 2. wordt het eindje waaraan hij trekt natuurlijk alsmaar korter. Wellicht kan jij hem dat aan z'n verstand peuteren? Of deel je mijn indruk (helemaal) niet?

38.17
Laten we het erop houden dat we het hierover grondig met elkaar òneens zijn en blijkbaar ook blijven. Verder ben ik slechts buitenstaander, waarvan je je dus niets hoeft aan te trekken. Mocht er onverhoopt een (groter) conflict van komen, mag je daarover echter niet verbaasd zijn.

38.18
Ik wilde mijn vorige bericht niet te lang maken. ;-) Daarom complimenteer ik je graag alsnog welgemeend met je opzet voor die kenniskringen! Daar hoor jij natuurlijk persoonlijk als stimulerende lector onmisbaar bij, anders werkt het nòg niet.
Ter verruiming van je “compliance-kenniskring” vermeld ik enkele opstellen over civiele informatiekunde. Er is overigens méér beschikbaar, maar zo kom je aardig op weg. Aarzel ajb niet je met commentaar, eventuele vragen enz. te laten horen.
1. Civiele informatiekunde vergelijkenderwijs, in: PrimaVera, working paper 2007-10, Universiteit van Amsterdam, 2007.
2. Civil information management, a short introduction: an information discipline for society and the metaphor of traffic, in: PrimaVera, working paper 2007-21, Universiteit van Amsterdam, 2007.
3. Verkeersbegrip van algemeen belang: geschiedenis van infrastructurele stelselmatigheid voor toekomst van informatieverkeer, in: PrimaVera, working paper 2008-09, Universiteit van Amsterdam, 2008.
4. Strategische verschuiving door moment(um) van infrastructuur: de beurt aan informatietechnologie, in: PrimaVera, working paper 2006-01, Universiteit van Amsterdam, 2006.

38.19
Zoals ik je in mijn eerste reactie schreef, probeer(de) ik je een indruk te geven nota bene "[a]fgezien van enig oordeel over de kwaliteit van functioneren." Zeg ook maar dat ik je een tip gaf, graag of niet. Want mijn indruk betreft 'slechts' het inmiddels noodlottig karakter van de ontwikkelingen, dus à la Griekse tragedie. Het gaat, kortom, niet over positief danwel negatief kwaliteitsoordeel, allang niet meer ..., nogmaals, naar mijn ... indruk. Noem het anders intuïtie, ervaring ... Verder ben ik natuurlijk niet helemaal gek; wat ik elders leerde, gebeurde echter in vertrouwen.
De ruimte om jou zo'n persoonlijke indruk te vermelden heb ik gelukkig behouden door géén betaling te verlangen voor de tijd die ik besteedde mijn advies, netzomin als voor mijn voorbereidingen erop.
Je hoeft, zoals ik ook al opmerkte, je er uiteraard niets van aan te trekken. Dan zal ik me over jouw positie verder ook geen zorgen proberen te maken, want daarvoor zie jijzèlf kennelijk geen aanleiding.

38.20
Voorzover ik in de gauwigheid kan nagaan, mikt Maximo in het algemeen op “asset management.” In hoeverre een bepaald asset daarbij ontleedbaar is als configuratie, respectievelijk configureerbaar/geconfigureerd onderdeel van een omvattend asset kan vormen, is mij in diezelfde haast nog niet duidelijk.
Verder heb ik de indruk dat Tivoli niet (langer) als productnaam geldt. Die naam wordt echter wel voortdurend in samenhang met Maximo gebruikt. Dan tòch via een webpagina over Tivoli … software is er een verwijzing naar een solution voor IT & Software Asset management.
In dit stadium luidt mijn vraag, of wat jij Maximo noemt al dan niet hetzelfde is als “IBM Tivoli IT & Software Asset Management.”
Welk product het precies is, het lijkt erop dat het hoe dan ook om asset management gaat. Ik neem graag aan, dat het voor materiële assets in soorten en maten prima voldoet.
Het vraagstuk dat wij bespraken is m.i. van een àndere orde. Het is daarom ook niet eens de vraag, in hoeverre een Maximo/Tivoli-solution daarvoor voldoet. Mijn stelling luidt simpelweg, dat het überhaupt niet toepasselijk is.
Je kunt (ook) informatie natuurlijk best een asset noemen, maar vanaf reeds geringe schaal van informatieverkeer bestaat betekenissenvariëteit. Beheersing vergt nu eenmaal passende, zeg maar even, dimensies. In termen van metapatroon: context en tijd.
Nu zal het met variabele tijd in de Maximo/Tivoli-solution in kwestie inmiddels wel goed zitten, maar het lijkt me sterk dat daar voorzieningen zijn voor contextuele verbijzondering, nota bene stelselmatig, recursief samenhangend. (Overigens zou traditioneel asset management weleens sterk kunnen opknappen van dergelijke mogelijkheden, maar laten we niet vergeten hoeveel specifieke functionaliteit al in zo’n Maximo/Tivoli-solution steekt.)
Met de titel Informatierotonde voor semantische interoperabiliteit schreef ik onlangs een kort tekstje — maar je moet er onvermijdelijk toch even voor gaan zitten — over een aanpak van betekenissenvariëteit ervan uitgaande dat bestaande informatiesystemen intact blijven (want dat is wat een onzekere opdrachtgever graag hoort, al helemaal als het gaat om een verzameling opdrachtgevers met allemaal hang naar autonomie).
Veranderkundig kan zo’n informatierotonde als katalysator uitpakken. Eenmaal voor minimale verkeersregeling aan de praat, verschaft een rotonde een concrete oriëntatie voor eventuele aanpassingen van bestaande, aangesloten informatiesystemen.
Het cruciale punt is en blijft daadwerkelijke aansluiting. Anders bereikt desbetreffend verkeer onmogelijk de informatierotonde. Op de reële stelselschaal werkt het àfgesloten houden van enig informatiesysteem ondermijnend, althans, waarin daarin aan informatie bijgehouden staat die zou moeten meespelen in relevante betekenissenvariëteit.
Mijn vluchtige schatting luidt dat 1. de Maximo/Tivoli-solution in kwestie en 2. de informatierotonde à la metapatroon complementair zijn. In elk geval biedt IBM stellig (andere?) solutions voor distributed database management. Als die op de leest van reële betekenissenvariëteit geschoeid zijn, had ik daarover in de (vak)literatuur toch allang iets moeten opvangen. Dat deed ik echter niet, zodat ik zonder tegenbericht maar beweer dat de voorgestelde informatierotonde (nog) vóórloopt met onmisbare voorzieningen voor variëteitbeheersing. Tja, dat is precies het communicatieprobleem ermee …
Voor Ictu ontwikkelde Information Dynamics een proefopstelling voor een informatierotonde, vooralsnog gericht op interne beheersystemen. Dat werkt. Als je een indruk van een model wilt krijgen om alom (vergaand) impliciete contexten ‘op’ de informatierotonde samenhangend expliciet te krijgen, zie pIctugram. Bekijk het diagram ajb niet te lang. Je ziet rechts, eigenlijk heel beperkt, de kèrn van het schakelmechanisme. Links staat (echter) een behoorlijk uitgebreid, complex informatiemodel. De verklaring luidt dat bij Ictu, zoals trouwens overal, de aparte beheersysteempjes elk ronduit armzalig uitdrukking aan betekenis geven. Om die locaal gevestigde betekenis vervolgens in informatieverkeer te borgen, blijkt er steeds ‘nogal wat context bij te moeten.’ Zeg maar, hoe specifieker een apàrt systeem opgezet is, des te uitgebreider de rotonde moet zijn om met dergelijke (ooit) specifieke informatie aan extern informatieverkeer deel te nemen. Het is niet anders.

38.21
Tja, ik had de indruk dat hij wat zat te vissen met zijn vraag. Daarom wurmde ik iets aan zijn haakje. Dat leverde zijnerzijds dus ontkenning op van mijn zienswijze. Een verschil is, lijkt mij, dat hij onderdeel van het organisatie- en vooral personeelsprobleem bij jullie is en ik me verder afzijdig kan houden. Lees ook, ik heb allang àndere professionele problemen die concentratie vergen.
Maar zoveel buitenstaander voel ik me natuurlijk nooit, dat ik geen belangstelling zou hebben voor de "richting" die jullie kiezen. Ik hoop dat je nota bene inclusief "details" erin slaagt een evenwichtige koers aanvaard te krijgen, sterkte!

38.22
Wat ik als mijn vermoeden, zeg dus ook maar indruk, probeerde uit te drukken, was een kennelijke vertrouwensbreuk. Zodra die breuk zoiets als een kritische diepte bereikt, althans tussen hogere functionarissen onderling, moeten zij veranderkundig op een ander gedragsregister overgaan ... waarvoor ze echter als regel het opbouwende vermogen missen, ... want anders was die breuk er nooit gekomen. Inderdaad, daar zijn vooral andere mensen altijd maar de dupe van. In de heersende verhoudingen, althans zoals ik ze zie, ben jijzelf zo'n ander mens.
Of gebrekkig vertrouwen oorspronkelijk nu aan de één ligt, of aan de ànder, of aan allebei, maakt niet (meer) uit. Als je daaraan nog analytische bijdragen wil leveren, duurt de tragedie slechts langer. De historisch beproefde uitkomst is, dat de hoger geplaatste functionaris vroeg of laat 'wint' van de lager geplaatste. Het is maar wat je winnen noemt. Een lagere functionaris die dat gaat beseffen, stapt alsnòg gauw uit zo'n arena van vals verlies en winst. Ik wees echter al op inherent onvermogen, dat sterk correleert met hiërarchisch functieniveau. Haha, lees o.a. werk van Auguste Comte (1798-18 57) erop na. Tijdens ons nagesprek, enkele weken geleden, vroeg ik je bewust ernaar of jouw directeur 'uitstappen' overweegt. Je ontkennende antwoord, vooruit, vormde mede de basis voor mijn indruk.
Waarom is uitstappen wijs? Laat ik de hogere functionaris A noemen en de lagere B. Er is blijkbaar een conflict. Analytisch bekeken, dus in termen van gelijk resp. ongelijk hebben, zie ik de volgende configuraties:
1. A heeft gelijk, B heeft ongelijk;
2. A heeft ongelijk, B heeft gelijk;
3. A en B hebben allebei gelijk (en zijn het dus met elkaar eens);
4. A en B hebben allebei ongelijk.
Ad 1 getuigt uitstappen door B van wijs gedrag, omdat z/hij anders haar/zijn ongelijk alsmaar sterker ingewreven krijgt. B bewijst zo zichzelf vooral persoonlijk een dienst. En A krijgt de handen vrij voor productieve koers.
Ad 2, nota bene ervan uitgaande dat A niet vatbaar is voor functionele argumenten en dus volhardt in het conflict, bewijst B in eerste aanleg vooral de omringende organisatie een dienst. Z/hij roept aldus escalatie (lees overdrachtelijk: burgeroorlog) een halt toe. Hier hoort de vraag naar wat erger is, te weten ontstaan van functionele problemen (die, althans volgens de hier geldige aanname, B immers kon vermijden) of aanhoudende, zelfs intensievere 'burgeroorlog.' Van functionele problemen heeft de omringende organisatie natuurlijk ook last. Die lijken mij echter gemakkelijker te herstellen dan — gevolgen van — zo'n burgeroorlog (waarbij de organisatie stellig zelfs nog grotere functionele problemen als het ware kado krijgt).
Over configuratie nr 3 kan ik kort zijn. Dan gaat de vertrouwensbreuk over iets anders. Opnieuw doet B er wijs aan om uit- c.q. op te stappen. Want zo kan je op langere duur niet normaal werken.
Ook ad 4 gaat het functioneel nergens (meer) over. Het verschil met nr 3 is, dat B het veel moeilijker zal vinden om uit te stappen, ... maar het blijft wijs.
Het is mij duidelijk, dat jij meent dat configuratie nr 2 geldt. Een discussie of jij daarin naar mijn mening ... (on)gelijk hebt, vermijd ik. Want daardoor verschuiven de rollen van A en B naar jou en mij. Dat schiet niet op, in elk geval zie ik er geen constructieve bijdrage in. Ik probeer mijn bijdrage juist vanuit erkenning van dat àndere gedragsregister te leveren. Ik begon echter niet voor niets over tragedie. Zodra daarin eenmaal wat vaart zit, valt die zelfs door geen enkele bijdrage volgens zgn metacommunicatie te stoppen. Je kunt je door loyaliteit laten meevoeren, maar de vraag is wie je daarmee uiteindelijk helpt. Die stroom passeerde volgens mij reeds de redelijkheidsgrens.

38.23
Ik handhaaf mijn indruk dat er aan de bovenkant van de organisatiehiërarchie een onontwarbare vertrouwensknoop zit. Die groeit door allerlei getrek eraan natuurlijk alsmaar vàster. Voor productieve beweging moet een dergelijke knoop dus ooit met enige precisie van bovenàf worden doorgehàkt, opdat wat eronder allemaal normaal moet blijven resp. opnieuw gaan functioneren zo min mogelijk beschadigd raakt. Daarin kan ik me uiteraard (sterk) vergissen. Ik elk geval blijf hij mij in verdere correspondentie ervan proberen te overtuigen, hoe heilig zijn baas is. Dat klinkt zó sektarisch, dat hij mij zodoende juist extra alarmeert.
Ik besef dat ik me als buitenstaander met die correspondentie over de grens van het betamelijke begeef, maar ... 1. hij begon ;-) en 2. het menselijke/veranderkundige vraagstuk lijkt ònbetamelijke interventie te vergen voor verantwoorde uitkomst.

38.24
Ik elk geval snap ik het (bijna altijd) zèlf weer wat beter dankzij zulke pogingen tot opschrijven ...

38.25
Mijn opvatting, zoals je weet, luidt dat 'dikke' modellering van een zgn core person precies de verkeerde aanpak is. Laat ze dat bij semic.eu gerust maar weten. Ik zie overigens dat het uitnodigingsbericht voor deelname aan jou gericht is. Naar mijn idee ben je (dus) wel erg vlot met doorsturen wat je "zoëven binnen[kreeg]." Kortom, wat vind jij (inmiddels) zèlf?

38.26
Over eventuele “interferentie” lijkt die semic.eu projectmanager zich geen zorgen te maken. Juist omdat je m.i. niet op “politiek,” maar op “inhoud” bent benaderd, kan je daar het advies geven om het … inhoudelijk over multicontextuele boeg te gooien. Indien ik zo'n uitnodiging had gekregen, zou ik antwoorden, "Dank u, maar, nee, dank u. De aanpak van semantiek die jullie nog volgen hebben wij geanalyseerd. De conclusie luidt, dat daardoor passende variëteit blijft ontbreken. Laat aub maar weten, of u interesse hebt in de aanpak die o.i. wèl werkt."
Wellicht ten overvloede wijs ik erop, dat contextuele verbijzondering wel degelijk ook politiek raakt. Dat faciliteert immers maatschappelijke orde volgens netwerkverhoudingen ipv hiërarchie.

38.27
Met dank voor je voorzet merk ik graag op dat volgens — de theorie van — de semiotische enneade annex het subjectief situationisme de uitdrukking "rationele motieven" een pleonasme vormt. A's gedrag is altijd rationeel volgens ... A, en dan ook nog eens beperkt tot een zekere situatie. Dit laatste moet dan uiteraard een zekere situatieduiding zijn door ... A.
Een probleem kan gauw met zgn verstandhouding ontstaan, zodra A voor zijn rationaliteit absolute geldigheid veronderstelt. Dus, indien B handelt in àfwijking van wat A als zodanig rationeel acht, trekt A de conclusie dat B irrationeel handelt. Het probleem escaleert, wanneer B òmgekeerd dezelfde conclusie trekt over A's gedrag.
Hoewel jij als derde, zeg maar C, overtuigd bent van de rationaliteit bij A òf B, mag je daaraan m.i. niet irrationaliteit bij B òf A verbinden. Daar kom ik als vierde, D dus, nog eens bij ... enzovoort.
Als je eens uitgaat van A's rationaliteit, kom je op de vraag waarom er kennelijk een conflict bestaat tussen A en B, ondanks "niets anders dan goede recensies, formele complimenten en ruime bijval" voor B. Kan het zijn dat jijzèlf iets mist? Klopt "niets anders dan" wel? Wat gebeurt er, als je die zinsnede vervangt door, bijvoorbeeld: wel degelijk. Met andere woorden, wat jij ervaart, is dat B wel degelijk "goede recensies, formele complimenten en ruime bijval [krijgt]." Als je het zo formuleert, sluit je niet uit dat over B tevens minder gunstige beoordelingen bestaan. Dat vind ik dan weer een ... rationele veronderstelling, want anders was dat conflict er niet.
Mocht je er zo redelijk mogelijk over willen discussiëren, dan moet je er m.i. van uitgaan dat óók A niet tot "systematische afbraak" gemotiveerd is. Zo zou ik me afvragen, wat A wil òpbouwen en wat bijdraagt aan haar/zijn oordeel dat juist B bezig is, in jouw termen, met "systematische afbraak." Tot dergelijk dialoog/verstandhouding zijn A en B onderling blijkbaar echter niet in staat. Daarom doen wij maar een poging ...
Roepen juist de passages van de I Tjing niet op tot altijd maar weer aanvulling met context en tijd en aldus tot subjectief-situationele interpretatie? Die openheid voor oneindig gevarieerde explicieteringen vestigt toch nu nèt de duurzaamheid ervan?

38.28
Mijn indruk is dat je met het ene thema qua rapportage meteen zo'n beetje klaar bent. Voor het andere thema kan ik me een wat organischer aanpak voorstellen, dus iteratief met een cyclus van aangepaste praktijk, eventuele formalisering van (tussen)resultaten, enzovoort ... Het organisatiekundig sleutelwoord vooral voor jullie blijf ik contingentie vinden. Zeg ook maar inrichting-voor-flexibiliteit. Die term flexibiliteit duikt, m.i. terecht dus, her en der in jullie documentatie op. Daar, bij behoefte aan flexibiliteit, dus, hoort terughoudendheid met formalisering bij.

38.29
Zo las ik een verslagje, waaruit ik opmaak dat zij die opzet willen benutten voor hùn plannetje. De truc van de koekoek. Zij noemen dat "praktisch toepasbaarder" maken, zonder overigens zelfs maar de geringste interesse in metapatroon.
Op die manier wordt het een arena. Daar stap ik dus niet in. Maar wie weet lees ik dat verslagje verkeerd. Hùn plan heeft m.i. echter niets van metapatroon.

38.30
Hij benadert het qua verkeersvisie nogal nauw, maar ik ben natuurlijk blij met zijn beoordeling namens Rand Europe dat je met metapatroon duidelijke modellen van complexe materie kunt ontwerpen (wat hij m.i. ten onrechte analyseren noemt, maar goed).
Heel praktisch, althans, dat vind ik, over zgn informatierotonde gaat mijn eigen korte tekst Informatierotonde voor semantische operabiliteit. Voor Ictu bestaat een proefopstelling voor verkeer tussen interne (beheer)informatiesystemen.
Een engelstalig opstel waarin ik pleit voor een aanvullende (vak)discipline die recht doet aan de inmiddels reële schaal van informatieverkeer is o.a. Civil information management, a short introduction: an information discipline for society and the metaphor of traffic. De noodzakelijk meeromvattende benadering is weliswaar complex, maar zie ik mede daarom dus als kàns voor Microsoft. Want daarin kan nauwelijks enig ànder bedrijf jullie met praktisch hanteerbaar gemaakte oplossingen volgen, of pas na nogal wat tijd, wat dus een nieuwe voorsprong oplevert.

38.31
Of ik hem ken? Hoewel hijzèlf dat stellig ànders ziet, zorgt o.a. hij er vanuit SBG enz. ‘stelselmatig’ voor dat het gestumper met zgn basisregistraties voortduurt. Nou ja, die conclusie heb jij nu dus ook getrokken ...
Over Vervenne/Synergetics las ik: "As a competency- driven innovator, Luk has set up a network of world class experts, making Synergetics an industry thought leader in the field of competencies and context-driven semantics." Op die bedrijfswebsite ontdekte ik echter nergens, wat "context-driven semantics" voor die mensen ... betekent. Heb jij daarnaar in het kader van jullie discussie geïnformeerd?

38.32
Stel dat iemand de volgende ambitie uitspreekt:

Ik wil [e]en samenhangend stelsel van autonome [dingen] realiseren.

Allereerst is samenhang zelfs wezenlijk voor een stelsel. Een samenhangend stelsel is dus een pleonasme. Maar vooruit, prima zelfs, dat maakt de noodzaak van samenhang nogeens èxtra duidelijk.
Er is echter, ten tweede, sprake van een tegenstrijdigheid met de eis van samenhang tussen autonome dingen. Want autonomie betekent voor een bepááld ding nu nèt dat er géén samenhang bestaat met àndere dingen.
Strikt genomen, kortom, is zo’n ambitie onzin. Dat kàn gewoon niet, punt.
Maar wat staat ergens als “de ambitie […] voor de lange termijn” vermeld? Dat is:

Een samenhangend stelsel van autonome basisregistraties en bijbehorende voorzieningen dat vanuit het perspectief van haar afnemers functioneert als ware het een als eenheid ontworpen informatievoorziening.

Het is operationeel van tweeën altijd één. Er is òf een stelsel, waaruit volgt dat samenstellende basisregistraties niet autonoom zijn. Òf er zijn autonome basisregistraties, zodat er geen stelsel is.
Vanaf enige schaal beschouwd is zelfs een willekeurige autonomie problematisch. En van een basisregistratie in het bijzonder is autonomie natuurlijk pertinent in strijd met de bedoeling ermee.
Zeg ook maar dat zo’n registratie geen doel op zichzelf is, maar zoiets als een gemeenschappelijke informatievoorraad biedt. Er moet dùs verband bestaan met specifieke(re) voorzieningen ter facilitering van concrete publieke taken.
Want indien een basisregistratie ècht autonoom moet zijn, moeten we onmiddellijk ophouden eraan te werken. Wat heeft een voorraad voor zin, waaruit kennelijk niemand vervolgens mag putten?
Het is praktisch om voor politici en bestuurders “autonomie” de betekenis te verlenen van, bijvoorbeeld:

weliswaar-gaat-er-iets-veranderen-maar-maakt-u-zich-aub-geen-zorgen-over-uw-relevante-invloed.

Voor dàt publiek, met die betekenis, kan de formulering van de ambitie dan òngewijzigd blijven.
De ontwerpmatige betekenis vergt echter nota bene tegenovergestelde formulering. Want het stelsel omvat, per definitie, niet-autonome basisregistraties!
Wie dat weigert te begrijpen, frustreert opbouwend ontwerp enzovoort tot en met operationeel gebruik.
Het idee met dergelijke hèrformulering is om onderlinge afhankelijkheid van basisregistraties ronduit te erkennen. Verdere bezinning levert het inzicht op, dat hun afhankelijkheid op allerlei manier valt in te richten. De grenzen voor praktische mogelijkheden zijn:
1. Zo ònafhankelijk (lees dus ook: autonoom) mogelijk. De opzet en inhoud van een basisregistratie vallen onder apàrt bestuur. De ene basisregistratie is voor eventueel afschrift van informatie zgn afnemer van andere basisregistraties.
2. Zo afhankelijk mogelijk. Dan zijn er feitelijk geen aparte basisregistraties, maar één informatiesysteem met basisinformatie. Het bestuur is dienovereenkomstig overkoepelend.
Deze schets van de inrichtingsruimte voor samenhang helpt verduidelijken, dat Nup voor de meeste zgn issues een richting voor oplossing suggereert die spanning oproept. Daardoor blijft oplossing juist uit (zoals de gang van zaken bevestigt).
Het uitgangspunt lijkt reëel, dat als verantwoordelijk aangewezen bestuurders elk ‘hun’ basisregistratie (vooralsnog) zo onafhankelijk mogelijk willen houden. Maar waarop mikken de opgesomde issues? Dat zijn:
— samenhangend informatiemodel
— gezamenlijke modelleertaal
— generieke afspraken voor modellering van relaties binnen een registratie
— dito tussen registraties
— generieke afspraken voor onderscheid van relevante populaties
Verder staat voor allerlei “generieke componenten” de behoefte aan “generieke afspraken” opgenomen.
Wat de opstellers van bedoelde lijst met issues (2010) ontgaat, is dat zij basisregistraties aldus reeds vèrgaand uniformeren. Dat is in tegenspraak met wat bestuurders ervaren als weliswaar-gaat-er-iets-veranderen-maar-maakt-u-zich-aub-geen-zorgen-over-uw-relevante-invloed. Wat resulteert is vooral stagnatie, helaas logisch.
Voor — productieve start met — operationeel informatieverkeer tussen (nog) vergaand apart gehouden basisregistraties is het helemaal niet nodig om dergelijke “issues” op te lossen. De eisen voor uniformering zijn nodeloos dóórgeschoten.
Dat verkeer kan verlopen via een zgn informatierotonde. Voor een korte inleiding, zie Informatierotonde voor semantische interoperabiliteit.
Natuurlijk kent (ook) de informatierotonde in kwestie een informatiemodel. Dat model blijft echter bepèrkt tot wat facilitering van verkeersstroomlijning vergt. Er is daarvoor dus geen “samenhangend model” nodig dat àlle basisregistraties in detail omvat.
Netzomin is voor een aparte basisregistratie de verplichting zinvol tot gebruik van een “gezamenlijke modelleertaal.” De informatierotonde absorbeert als het ware zulke verschillen in werkwijze enzovoort.
Deze open houding tov reële verschillen kenmerkt overigens ook de Informatiecatalogus informatietypen (Icit). Voor de opzet ervan zijn de modellen van aparte basisregistraties opgenomen volgens een, zeg maar, metamodel. Als zodanig is dat metamodel, ook weer, faciliterend ingericht. Daarentegen volgt de zgn Stelselcatalogus een normatieve benadering. Volgens een vóórgeschreven sjabloon (engels: template) geeft de catalogus de structuur van een basisregistratie weer. Dergelijke dwang is zowel onnodig, als schiet ‘catalogiserend’ tekort vanwege het gebrekkige sjabloon.
Gelet op reële variëteit van — opzet/inhoud van — basis- en overige registraties vergt ontwerp van de informatierotonde waarbij aangesloten registraties (verder) zo onafhankelijk mogelijk blijven, reeds een “modelleertaal” waarmee betekenissen naar context èn tijd verbijzonderd kunnen worden: metapatroon.
Metapatroon is tevens reeds met succes beproefd als modelleertaal voor het alternatief waarin basisregistraties niet langer apart bestaan, maar kunnen òpgaan in een overkoepelend systeem met basisinformatie; zie bijvoorbeeld Oefenschema: basisregistraties enz. Met andere woorden, een “modelleertaal” is beschikbaar voor èlke keuze resp. ontwikkeling in de inrichtingsruimte voor samenhang tussen basisregistraties.
Voordat aan issues onder Nup-noemer gewerkt wordt, verdient het aanbeveling éérst het issue Semantische interoperabiliteit ‘op te lossen.’ Dat issue heeft BFS in juli 2009 aangemeld. Het belang ervan is inmiddels nogeens onderstreept door resultaat van nadere onderzoeken door BFS. Dankzij een stelselmatige, pràktische aanpak zullen de meeste Nup-issues eigenlijk in één moeite door verdwijnen.

38.33
Het kostte me enige tijd om terdege te beseffen dat juist Nup met die issues véél te ver dóórschiet met ... standaardisatie. Het evenwicht met de daadwerkelijke opgave, hier en nu, is zoek. Daarom komt er geen beweging in.

38.34
Het zou me verbazen als hij zichzelf begrijpt. Ik kan er in elk geval geen touw aan vastknopen.

38.35
Ze waren hem even kwijt, maar blijkbaar noodzaakt zijn rechtspositie dat hij weer terugmocht. Niet dat het ook maar iets uitmaakt, want zoals hij remt zit er daar nog een heel stel.

38.36
Tja, met reële variëteit kan je twee dingen doen: 1. (blijven) negeren of 2. (eindelijk) erkennen.

38.37
Zo'n discussie kan ik dus niet volgen, want die speelt zich blijkbaar 'achter' lidmaatschap met bijbehorend wachtwoord af. Ik raak alsmaar sterker overtuigd, dat beheerders van zulke sociale netwerken het vroeg of laat niet nauw kùnnen nemen met privacy van zgn leden. Dat is daar domweg een kwestie van geld. Verder lijkt me de aanduiding als netwerk steeds minder van toepassing, althans in de zin van redelijk evenwichtige wisselwerking.

38.38
Het lijkt mij een illusie om iemand van een ànder paradigma te overtuigen met argumenten. Het ene paradigma zit immers per definitie, dus principieel, de beoordeling als redelijk in de weg.
Wat zulke discussiebijdragen m.i. daarom opleveren, zijn eigen aantekeningen. Daar heb je vooral voor jezèlf veel aan ... en wie weet ooit, ooit voor een ànder.
Wat "een praktische intro metapattern" betreft, zie hierboven mijn opmerking over illusie. Volgens mij, zij het algemeen, biedt Informatierotonde voor semantische interoperabiliteit "een korte intro op hetgeen gedemonstreerd gaat worden."
Bij nader inzien ... vind ik ons artikel Multifocaal netwerkmodel zeker in dit geval toepasselijk als "een praktische intro metapattern." Het behandelde onderwerp moet toch herkenbaar zijn, wat stellig helpt om de tevens opgenomen toelichting op de modelleermethode te (willen) volgen. Indien hij het niet eens is met ons gepresenteerde model, kan hij het meteen met dezelfde methode verbeteren ...

38.39
Het is, zoals jij in DBC’s nader ontleed prachtig beschrijft met Falend systeem moet worden afgebouwd als ondertitel, (ook) met dbc-systematiek de tragedie van de politieke en bestuurlijke elite als stier met redelijkheid als ... rode lap. Mocht je het kunnen opbrengen, in een korte bloemlezing, Eenzijdig gestaakt dialoog, probeer ik er maar een tragikomische wending aan te geven.

38.40
Alweer ca. vijfendertig jaar geleden werkte ik als stagiair bij (toen) Smit Zeesleep- en Bergingsbedrijf. De zgn offshore kwam tot bloei. Grote exploitatieplatforms — zoals er dus laatst eentje ontplofte in de Golf van Mexico — moesten naar locatie op één of ànder continentaal plat gesleept worden. Voor een beetje platform zijn daar pakweg acht oceaansleepboten voor nodig. Kortom, om Smit konden ze niet heen. Bijgevolg rekende Smit exorbitante prijzen voor die sleepdiensten.
Is dat wel zo handig, vroeg ik. Dat vond verder iedereen daar maar een domme vraag. Het leek mij echter logisch, dat zulke zeg maar rustig woekerwinsten concurrentie wekt. Nu bouw je een serieuze sleepboot niet in een dag of wat, maar reeds na luttele jaren was die markt inderdaad kapot, zat Smit in een hoek waar klappen vielen enzovoort.
Of je nu bankier bent, reder, zorgverlener of wat dan ook, met oog voor evenwichtige verhoudingen in maatschappelijk verkeer bewijs je op wat langere termijn vooral ook jezelf een dienst. Inderdaad, dat is ook maar een mening, zou onze demissionaire minister-president erover kunnen zeggen.
Nu zijn er wereldwijd maar een handjevol zeesleeprederijen, alweer veel meer bankbedrijven, maar natuurlijk héél véél zorgverleners. Of zij er zich in hun dagelijkse praktijk voortdurend bewust van zijn betwijfel ik, maar volgens mij gedraagt de overgrote meerderheid van zorgverleners zich ‘behoorlijk’ evenwichtig. Maar bij zo’n enorme omvang van beroepsgroep gaat gewone statistiek tellen. Het negatieve gedrag van een minderheid valt ònevenredig op.
Tja, dan heb je sektarische politici op zoek naar iets om te bestrijden. Anders bestaan ze immers niet. Ook “vijandigheid” is een relatie. Het profiel van de voorkeurstegenstander volgt dus tevens, zelfs beslissend, uit wat die sekte kenmerkt. Afstandelijker beschouwd telt dat, kortom, altijd meer dan wat al dan niet een werkelijk probleem met gedrag door zorgverleners is. Gaan we de internationale zeesleepvaart aanpakken? Nee, toch maar niet. Dan is voor politici de match met — hun beeld van — de zorgsector meerbelovend.
Dat tij valt met zelfregulering onmogelijk te keren. Daarvoor is de beroepsgroep (veel) te groot. Zo hebben accountants al een beurt gehad (zonder blijvend resultaat, overigens). Over een tijdje zijn het bijvoorbeeld ict-ers. Ja, daar gaat ook ongelofelijk veel mis. De valse gewichtigheid zoals jij van talloze zorgverleners beschrijft, kenmerkt iedereen die vooral professional wil zijn voor extra geld en/of status.
Door sektarische bemoeienis met professionele praktijk gaat echter onherroepelijk nog veel méér mis. Want waarom halen we er een heuse professional, van loodgieter tot psychotherapeut, bij? Er is blijkbaar variëteit aan de orde. Voor een productieve bijdrage heeft de professional daarom navenante gedragsruimte nodig. Daardoor is weliswaar succes niet verzekerd, maar zònder die ruimte is mislukking dat geheid wèl.
Sektarische sturing is dus funest. Sterker nog, sektarische sturing is tegenstrijdig.
Gedragsruimte is tegelijk ruimte voor misbruik, het is nu eenmaal niet anders. In het besef dat misbruik onuitroeibaar is of, meer algemeen uitgedrukt, dynamiek gepaard gaat met risico, moeten we praktisch mikken op ‘redelijke’ beheersing. Daarvoor dient m.i. bij uitstek die oriëntatie op evenwichtige verhoudingen. Om daarover onder de noemer van beroepsethiek te beginnen, dwz (pas) tijdens de beroepsopleiding, lijkt mij in onze complexe samenleving inmiddels te laat.
Uitzonderingen zoals ballet daargelaten (en of dat nu zo gezond is …), heb ik steeds sterker de indruk dat een mens zijn kennis en vaardigheden voor een specifiek beroep best in een later stadium kan opdoen. Wat noodzakelijk wèl in een vroeg stadium beslag krijgt, vind ik (sociale) houding. Een sektarische houding telt volgens mij als een asociale houding.
Wat ik met “beweeglijkheid” bedoel, is o.a. om voor beoordeling van resp. voor gedrag passend in evenwichtige verhoudingen altijd open te staan voor waarmee (lees: met wie) je door die verhoudingen verbonden bent. De uitkomst van een ontmoeting van motieven varieert. Dus, wat als methode nogal paradoxaal kan klinken, de openheid is vàst. Juist daardoor zijn de resultaten dat echter a priori niet.
Als ik “vastigheid” van methode (m.i. jouw nadruk tot dusver) aldus onderscheid van resp. verbind met “beweeglijkheid” van resultaat (mijn nadruk tot dusver), meen ik òngeacht “de verschillende werksoorten van jou en mij” juist onze verwantschap te herkennen.
Even tussendoor: Ik hoop dat je er nog een touw aan kunt vastknopen.
Blijkbaar, oorspronkelijk of van weeromstuit, dat is nu om het even, vertonen de mensen die zich opwerpen als vertegenwoordigers van de zorgsector eveneens tunnelgedrag. Tja, dat escaleert. Volgens jouw schets is het einde nog lang niet in zicht. De nagenoeg ongeorganiseerde patiënten moeten maar (af)wachten, wat er gebeurt. Oh ja, en betalen.
Wat mij zorg baart, is wat ik meen te herkennen als groeiende correlatie van machtspositie met eenkennigheid. Het eendimensionale, dus sektarische perspectief overheerst. Via verkiezingen vervangen we hoogstens de ene door een andere sekte.
Stel dat inburgering prominent op het lesprogramma komt, ja, vooral voor zgn autochtonen, hoe lukt het dan om het over evenwichtige verhoudingen te laten gaan? Zoals een kind in Sinterklaas gelooft, hoe indoctrineren we een bankier in spe, een zeesleper in spe, een zorgverlener in spe enzovoort zodanig dat z/hij eigen belang ervaart als onlosmakelijk aspect van algemeen belang? Hoe bevorderen we dat mensen in gevarieerde situaties steeds evenwichtig naar bevindt van reële verhoudingen handelen?
Op het ministerie van Onderwijs zijn ze stellig reuze druk, maar hierover heb ik daarvandaan nog niets gehoord.

38.41
Daags nadat ik je [met 38.40] antwoordde, kocht ik tijdens mijn plaatselijke kringlooproute een exemplaar van Op het scherp van de snede: Goed en kwaad in de geneeskunde (Balans, 1998) door Heleen Dupuis. De auteur staat op het omslag gekenschetst als hoogleraar medische ethiek.
Indien jij haar boek allang kent, ben ik benieuwd of je mijn enthousiaste beoordeling deelt, te weten dat Dupuis precies de thema’s aansnijdt waarover wij nu corresponderen. Wat mij aanspreekt, is vooral wat ik algeméén, dus niet beperkt tot de medische zorg, opvat als oproep tot heroriëntatie van professionaliteit (p. 67):

Heel het [professioneel] handelen en heel de [professionele] ethiek [moeten] volledig samenvallen[.]

Toegegeven, mijn hercontextualisering èn bewerking van haar zinsnede zijn suggestief. Professionaliteit vind ik dus niet in eerste aanleg een, zeg maar, technisch vermogen met ethiek in een laat stadium, als het al gebeurt, eraan vastgeknoopt als bijgedachte.
Juist voor ongeacht welke professional hangen techniek en ethiek ònlosmakelijk samen. Waar ze als aspecten noodzakelijkerwijs onderscheiden zijn en één aspect onverhoopt voorrang verdient, moet dat m.i. nota bene ethiek ipv techniek zijn. Zoals ik je eerder schreef, de bijbehorende techniek valt meestal later nog aardig te leren. Zo stelt Dupuis (p. 207), waarbij ik in het citaat arts door professional vervang,

dat sommige [professionals] niet alleen blijk geven van rationele en intellectuele misverstanden en een tekort aan kennis of wetenschappelijke inzichten, maar dat hun attitude een rol speelt[.]

Zij vervolgt:

[D]it alles is niet eenvoudig te bezweren door cursussen. Dat geldt ook voor het gebrek aan gevoel voor de relativiteit van het eigen (professioneel) optreden, en voor het gebrek aan inzicht in de eigen motieven om te handelen dat sommige [professionals] parten speelt. […] Naast kennis is wijsheid nodig. Het gaat niet alleen om een denkhouding, maar ook om een leefhouding.

Zo veralgemeniseerd geldt Dupuis commentaar evenzogoed o.a. voor wie geloven dat politiek & bestuur allemaal techniek is.
Bewerkt tot uitspraken met ruimere strekking citeer ik Dupuis nog verder (p. 201):

[E]r [is] s[rake […] van een ‘geloof’ in de successen van de [professie], een geloof dat zich, zoals het een geloof betaamt, weinig aantrekt van feiten, maar wel berust op een aantal dogma’s.

Wat natuurlijk niet voor èlk beroep als dogma geldt,

is de veronderstelling dat [de professie in kwestie] een bètawetenschap is, gebaseerd op harde feiten.

Ik ben echter geneigd voor àndere professies Dupuis’ schets als zo mogelijk nòg geldiger te beschouwen, want

[d]aarmee samen hangt een ongebreideld optimisme over de [professie] en haar bijdragen aan de menselijke beschaving.

Ik zou zeggen, vul maar in. (Ook) voor de meeste beoefenaren van zgn informatiekunde gaat die illusie m.i. geheid op. Dupuis:

Het is niet moeilijk te argumenteren dat deze opvatting volstrekt onjuist en zelfs gevaarlijk is.

Als dat zo is, wat is er kennelijk wèl “moeilijk”? Dat is acceptatie voor gewijzigd gedrag. Maar daarop hoef ik jou niet te wijzen …

38.42
Wat haar schrijfkwaliteit betreft, ik kon Op het scherp van de snede zelfs erg gemakkelijk lezen. Mijn belangstelling voor het onderwerp hielp stellig. Dupuis' kritiek op de medische stand is duidelijk. Zó duidelijk, dacht ik, dat zij door medici genegeerd is. Dan heeft zij het daar met, zoals jij aangeeft, "niet geliefd" resp. "gehaat" toch ver geschopt. Tegelijk doet mij dat denken aan bijv. Groupthink (Houghton Mifflin, 1983) door Irving Janis. Als ware het, in mijn termen, een huisdier houdt menig groep graag een dissident. Dat stimuleert de (overige) leden om zichzelf reuze redelijk te vinden; ze zijn dan toch maar zo tolerant om een afwijkende boodschap te overwegen, nietwaar? Die overweging valt echter tegen. Een beetje blaffen, okee, maar zich ècht laten bijten, nee. Het gaat ze slechts om de suggestie van redelijkheid, allereerst dus voor zichzelf en vervolgens voor hun imago. Die gunstige indruk verkrijgen buitenstaanders kennelijk reeds, indien een dissident ergens zgn veilig onderdak heeft. Dat roept natuurlijk de vraag op, of je als onderdeel van een systeem eigenlijk (nog) dissident ervan kunt zijn. Als je het zo bekijkt, wijst Dupuis niet alleen aan, dat professioneel handelen wezenlijk "op het scherp van de snede" gebeurt, maar schetst aldus vooral óók haar eigen penibele positie als criticus. Met zo'n dilemma ben ikzelf vertrouwd geraakt, zij het in relatie tot een andere discipline. Daarom raakt Dupuis mij met dat boek, ben ik er graag enthousiast over en waardeer ik wat ik als persoonlijke betrokkenheid herken. Zeg maar dat je getemde en òngetemde dissidenten hebt. Een getemde dissident mag binnen een groep rekenen op materieel comfort. Daarvoor betaalt z/hij uiteraard een immateriële prijs, want de onderliggende, doorgaans impliciete en daarom extra verraderlijke afspraak is dat haar/zijn opvatting niet serieus genomen wordt. De ongetemde dissident, niet gedomesticeerd, dus, moet het daarentegen zònder zulk materieel comfort doen. Z/hij hoeft daarom die immateriële prijs niet te betalen, maar het effect is per saldo precies hetzelfde: géén gehoor. Als hoogleraar aan een medische faculteit leek Dupuis keurig getemd, maar haar boodschap vind ik ronduit òngetemd klinken. Nogmaals, voor het effect maakt het helaas geen enkel verschil. Er dreigt door zulke overschrijding van groepsgrens wel risico voor materieel comfort. Dat vinden we overigens genoeg om zo'n poging "moedig" te noemen.
Natuurlijk tellen verschillende beroepen relevante ... verschillen. Ik houd echter vol, dat ze sterk overeenstemmen, zo niet gelijkwaardig moeten zijn, wat houding van individuele beroepsbeoefenaren voor maatschappelijk verantwoord handelen betreft. Eigenlijk geldt dat per definitie door òpschaling naar maatschappelijk bereik.
Ik ben onzeker, of ik goed begrijp dat jij "grote verschillen [voor] bijv. het financiële" aspect karakteristiek voor de "medische kring" acht. Dergelijke verschillen bestaan echter in vele beroepen, inderdaad sterk gecorreleerd met "dysfunctionele mensen [die] ook nog de baas [...] spelen." Nogmaals, een getemde dissident helpt zelfs mee om "ze [...] de baas te laten spelen," terwijl een ongetemde dissident ze daarvoor niets in de weg kan leggen. Wat de baas in het eerste geval zelfs èxtra omzet, is hij deels kwijt aan het materiële comfort van de huisdissidenten. De ongetemde dissident helpt de baas dus niet aan extra inkomsten, maar verlangt ook geen beloning. Blijkbaar is het saldo in het eerste geval zelfs gunstiger voor de baas. Die optie wordt thans aangewakkerd door een afwijkende opvatting als terrorisme af te doen, dus ontwrichtend voor samenleving. Door inprenting geloven mensen dat.
Vaak fiets ik een rondje. Maar ja, dan moet ik wel een doel hebben. Een favoriet doel vormen kringloopwinkels in de omgeving, althans voorzover ze ook boeken verkopen. Allereerst is verkopen een groot woord, als een boek vijftig cent kost. Omdat mijn materiële comfort niet door enige groep geborgd is, vooruit, moet ik het van een goedkope hobby hebben. Of is het een betaalbare therapie? Verder speelt het toeval, wat zo'n ritje spanning verleent. Nou ja, het is maar wat je spannend vindt. Er valt geen peil op trekken welke boeken daar op enig moment bezorgd zijn door wie gelukkig weigert om ze in de papierbak te kieperen. De kans op rommel is inderdaad het allergrootst, maar de kans op belangwekkende geschriften nog altijd aanzienlijk genoeg om regelmatig te onderzoeken. Daar kàn dus een exemplaar van Op het scherp van de snede tussen zitten. Het was vervòlgens natuurlijk weer géén toeval, dat juist dàt boek mij daar op dàt moment opviel; daarop was ik door onze correspondentie voorbereid. Zo'n boek had ik heus nooit (meer) ontdekt in een reguliere boekwinkel, want daar stáát het domweg niet. Of, wat ik iets eerder aanschafte, neem De kiezer en zijn kansen (G.A. van Oorschot, 1967) door Jacques de Kadt. Dat is m.i. een onverminderd actueel boekje, dat ik dus voorafgaand aan de a.s. verkiezingen voor de Tweede Kamer uitgesproken informatief vond.

38.43
Dat formulier voor een abonnement op een Museumkaart vulde ik begin vorig jaar bij het Haags Historisch Museum in. Blijkbaar is het daar meteen aan de collectie toegevoegd.

38.44
Wat staat er zoal op de Digitale Agenda? “MKB-bedrijven,” aldus eurocommissaris Kroes volgens een nieuwsbrief van Digitaal Bestuur, “moeten makkelijker kunnen aanhaken bij gezamenlijke onderzoeksopzetten en de bijbehorende fondsen.” Daar is het misverstand annex reflex van zgn big science weer.
Wat metapatroon betreft zie ik het precies òmgekeerd. De modelleermethode bestáát. Dat grote idee is afkomstig van een piepklein r&d-bedrijf. Information Dynamics hoeft dus op inhoud beslist niet aan te haken. Nogmaals, daar komt het allemaal vandáán. Wie m.i. “moeten […] aanhaken,” zijn daarentegen juist serieuze opdrachtgevers, grote leveranciers, grote onderzoekinstellingen enzovoort. Dat besef lijkt echter evenmin tot de opstellers van de Digitale Agenda doorgedrongen.
Zo vertonen naar mijn indruk ook leden van het Nederlandse Innovatieplatform een contraproductieve, want door-en-door institutionele kijk op vernieuwing. Dat biedt geen stimulans, maar een rem. En voor een eerdere directeur van nota bene ICTRegie is Rem natuurlijk ook geen gelukkige achternaam. Zo’n woordspeling is natuurlijk flauw, of zelfs ‘fout,’ maar was in zijn geval helaas toepasselijk.

38.45
Dat is ook weer zoiets met teken als oorzaaksoort. Of een teken dient als "geschut," bepaalt niet slechts de schutter. Want wanneer het doelwit zich niet laat raken, mis je dus.
Mijn aansporing betrof ook relevante literatuur. Hij bekende zelfs met zoveel woorden, dat hij mijn geschriften over metapatroon niet wil lezen. Hij blijft m.i. maar hangen in zijn analyse van metapatroons schematechniek. Modelleren als — ontwerp van — synthese ontgaat hem daardoor. Dus, ja, dat moet je gewoon doén!
Dat andere bericht[, zie 37.91,] vond ik passend voor een test, of hij dergelijke thema's agendeert. Hoe hij reageerde? Helemaal niet. Geen ènkele reactie, nul. Tja, dat is dus ook een teken. Althans, ik ervaar dat ik … geraakt ben.

38.46
Met (verkeers)regels als onlosmakelijk aspect van infrastructuur is dat een onmisbare associatie. O.a. over dat verband gaat Analyse van gerelateerdengegevens in het kader van RNI (Bureau Forum Standaardisatie, 2009). Zie bijv. ook mijn column Drogreden.

38.47
Voor het allereerst met een vertegenwoordiger van zo'n bedrijf onstond een heus dialoog. Ik probeer nu met enig geduld een vervolgactie af te wachten. Of die daadwerkelijk komt? Zo ja, wat dat is?

38.48
Intussen beginnen wij alsmaar beter te begrijpen wat een informatierotonde vooral ook praktisch is, hoe verbeterde inrichting ervan lukt enzovoort.

38.49
Volgens mij zijn onze schemaatjes van de informatierotonde vergaand gelijk. Wat ons even parten speelt, zijn (slechts) afwijkende betekenissen. Althans, ik heb de indruk dat jij register gebruikt in de betekenis van index. Daarmee indexeer je, in de zin van catalogiseren, een identiteit als registerobject. Pas daarna koppel je expliciet aan wat je informatiebron noemt.
Volgens mijn betekenis van register is het zo'n informatiebron. Daarom verschuift het aanknopingspunt voor indexering van wat jij als register beschouwt naar wat ik positioneer als sleutelwaarde. De — mogelijkheden voor — variëteit komen m.i. echter op hetzelfde neer.
Voor oppervlakkig toelichtende communicatie met derden ben ik geneigd mijn versie te benutten. Want voor die mensen betekent register hetzèlfde als informatieverzameling, -bron oid.

38.50
Inderdaad, de Nederlandse overheid handelt o.a. volgens artikel 24 Wbp feitelijk als eigenaar van het zgn burgerservicenummer. Of dat "dus erg vreemd" is? Dat is zowel foutweg dom, als domweg fout, punt. Dáárom draait Manifest voor informatieverkeer het radicaal òm. Op persoonlijk eigendom van persoonsinformatie kan je, zoals je eerder voorstelde, met verwijzing naar apartementsrecht enz. enz. natuurlijk van alles en nog wat afdingen, maar qua manifèst gaat m.i. het grootste appèl uit van principiële òmkering van uitgangspunt. Wat jij specifiek aanwijst, te weten "een inbreuk op artikel 8 EVRM over eerbiediging van privé leven," zou natuurlijk zelfs onmiddellijk moeten leiden tot verandering van averechtse Nederlandse wet- & regelgeving voor persoonsinformatie plus overheidspraktijk ermee.

38.51
Wat volgens mij nog ontbrak in het schema was een aanduiding van de mogelijkheid om verdere rondjes te draaien, dus bijv. van persoon naar verplichting naar ...!! Want in wat je ophaalt, staat blijkbaar ergens iets dat je als sleutel gebruikt om vervolgens àndere informatie op te halen, enzovoort ... Dat traject noem ik (dus) steeds een associatieslag.
Daar, bedacht ik me vèrder, kan de opmerking bij, dat een sleutelwaarde eventueel een contextuele (object)identiteit in een àndere informatierotonde kan betreffen, enzovoort. Zo faciliteer je een federatie van rotondes, nota bene meervoud: Informatierotonde(s) op wolkmaat.
Ook heb ik de indruk dat de manier waarop je de informatierotonde(s) opzette, praktisch helpt voor het thema autorisatie.

38.52
Mijn commentaar [in 38.32] op "ambitie […] voor de lange termijn" geldt uiteraard tegelijk "de focus voor 2010." Kortweg, dat gaat op die manier nooit lukken.

38.53
Martijn Houtman heeft de opzet meteen zó algemeen gemaakt, dat — laat ik ook eens een modewoord gebruiken — the cloud via informatiesleutels browsbaar is. Daarom zijn er nota bene méérdere informatierotondes mogelijk, die met elkaar verbonden kunnen zijn: federatie.
Voor een plaatje waarvan je zonder toelichting niets begrijpt, zie Informatierotonde(s) op wolkmaat. Ofwel, informatieverkeer tussen die paar basisregistraties is dus ècht het probleem niet.

38.54
Ook informatierotondes zitten in de wolk, lijkt mij. Zo heb ik het daarom nu maar getekend. (Ook) naar wat ik herken als analogie met — functioneren van — hersenen, zeg maar de dynamiek van semiosis, klopt het alweer beter.

38.55
Inderdaad, de karavaan is alweer vèrder, dwz heeft er aardig wat nieuwe rondjes over de ontwerp/-ontwikkelrotonde opzitten. De belangrijkste structuurwijziging kwam voort uit het inzicht dat dezèlfde informatiesleutel kan gelden voor — toegang tot — verschillende informatieverzamelingen. De bedoeling met het zgn burgerservicenummer lijkt daarvan het schoolvoorbeeld, ... maar blijkt het tòch weer niet. Want gebruik van bsn blijft aan overheidsorganisaties voorbehouden. Op maatschappelijke schaal zijn er blijven er dus talloze àndere (soorten) informatiesleutels. Hoe dan ook levert die verplaatsing van informatiesleutel een compacter model op, zie Informatierotonde(s) op wolkmaat.
Dit neemt allemaal niet weg, dat ik je zorgvuldige vragen over Informatierotonde voor semantische interoperabiliteit graag probeer te beantwoorden.
Behoort heel figuur 2.b tot de informatierotonde?
Met deze vraag blijf je met een hamer van het ene naar het andere paradigma zwaaien. Want waar staat die spijker nu precies? Mijn idee is in elk geval, dat de informatieverzameling met èxtra benodigde èxpliciete contextualiseringen ‘klassiek’ gezien vooralsnog het gemakkelijkst begrijpelijk is als ònderdeel van de informatierotonde.
Maar óók die noodzakelijkerwijs toegevoegde voorziening kan volgens stelselmatig perspectief beter netzo satelieterig worden gepositioneerd als de oorspronkelijk aparte informatieverzamelingen. Want informatieverkeer is ... informatieverkeer. Stelselmatig geldt daarom als informatierotonde ‘slechts’ de, zeg maar, sleutelverzameling. Daar hoort ònlosmakelijk een draaipuntenverzameling bij, die echter ook gewoon maar een verkeersaansluiting heeft.
Indien ja, bevat '(natuurlijk) persoon' dan verwijzingen naar A en B voor zover het informatie over (natuurlijk) persoon betreft?
Of het antwoord op je eerste vraag ja of nee luidt, doet er principieel dus niet (zo) toe. Met samenhang tussen sleutels en draaipunt werkt het. Verder komt het aan op optimale instrumentering.
Ja, voor natuurlijke-persooninformatie is natuurlijk persoon het draaipunt in/voor de informatierotonde.
Via zo’n draaipunt kan dus verder natuurlijke-persooninformatie uit C, D enzovoort toegankelijk zijn.
Indien ja, bevat 'relatie' dan verwijzingen naar A voor zover het informatie over relatie betreft?
Ja. En eventuele verdere informatieverzamelingen met relatie-informatie.
Indien ja, bevat 'personeelslid' dan verwijzingen naar B voor zover het informatie over personeelslid betreft?
Ja. En eventuele verdere informatieverzamelingen met personeelsinformatie.
En is het zo dat A voor alle persoonsinformatie naar de rotonde gaat en daarbij vervolgens wordt doorverwezen naar zichzelf of naar B?
Ja. En naar eventuele verdere informatieverzamelingen met natuurlijke-persooninformatie.
Is het zo dat het aangrijpingspunt op de rotonde voor A de relatie is en voor B het personeelslid?
Dat lijkt mij wel. Met de (eerste) proefopstelling onder de noemer pIctugram tonen wij het overigens andersom, dus vanàf de rotonde. Dat komt omdat die proef het accent legt op rapportage, dus (nog) niet op de mogelijkheid om de ene verzameling bij te houden met informatie afkomstig uit een andere verzameling (zoals Informatierotonde voor semantische interoperabiliteit juist benadrukt).
Om bij persoon als voorbeeld te blijven, daar selecteer je een persoonexemplaar als aangrijpings-/draaipunt. Vervolgens selecteer je een (soort) informatiesleutel met bijbehorende sleutelwaarde voor de persoon in kwestie. Daarna kies je een informatieverzameling waaruit (persoons)informatie met die sleutel beschikbaar is. In de opgehaalde informatie kàn iets ‘zitten’ dat als àndere sleutel, al dan niet behorend bij een ànder draaipunt à la informatierotonde. Zo ja, dan is daarmee een bijbehorende ‘afslag’ op de rotonde geboden, enzovoort.
Voor bedoelde proefopstelling heeft Martijn Houtman tevens een directe ingang op soort informatiesleutel gemaakt. Verder ontwikkelde hij een overzichtje met informatie uit meerdere aangesloten verzamelingen tegelijk. Nou ja, je zult het binnenkort zélf wel zien.

38.56
Er valt veel over dat voorstel te zeggen, behalve dat er een productieve strategie uit spreekt. De ratio om iets te doen, ligt altijd buiten dat ‘iets.’ Gedrag vormt nooit zijn eigen motief.
De voorgestelde strategie blijft echter binnen de (rijks)overheid opgesloten. Ja, dan kom je niet(s) verder dan deelplannetje a, deelplannetje b enzovoort ... per ogenschijnlijk lukraak zgn strategiegebied waar je allemaal niets aan hebt, integendeel, omdat samenhang tussen resp. door (non)resultaten ontbreekt. Hoe helpen we daar evenwichtigheid gevestigd krijgen?

38.57
Welke veranderkundige spijker je m.i. in èlk geval meteen stevig raakt, is dat vermogen tot bijdragen aan ... verandering vanuit wat-er-nu-eenmaal-allemaal-is. Dat verliep daar zelfs boven verwachting. Juist omdàt we toonden, dat zo’n vooralsnog strikt rapportagegerichte proefopstelling van een informatierotonde werkt zònder ook maar iets aan bestaande informatiesystemen/-verzamelingen te veranderen, groeide daarover productieve onrust. Wacht eens even, we willen natuurlijk méér! Het moet wel gaan kloppen! Wanneer je dat (w)aanvankelijk nog wat remt, vooruit, met de rollen bij wijze van paradoxale (m)interventie eens (kr)omgedraaid, komt er pas goed vaart in. Wat de proef ze liet herkennen, is dat je professioneel stap voor stap samenhang kunt verbeteren. Beheersbaar, resultaatgericht. De chaos werd niet langer als noodlot (f)opgevat. Met zicht op haalbare orde kan je er gewoon naartoe werken, nietwaar? Ineens ging het óók concreet en nota bene vooral over praktische afspraken tussen mènsen. Wie moet precies wat met specifieke informatie doen, opdat andere mensen daar via zo’n rotonde eveneens baat bij hebben? In — het aanspreken van — dergelijke motieven resp. verantwoordelijkheiden zit de crux. Een informatierotonde is slechts instrumenteel. Die facilitaire positionering voor wat ze als hùn bedoelingen alweer duidelijker grijpbaar kregen, lukte daar met de proef blijkbaar prima. Ik kan me niet herinneren dat tijdens de demonstratie de term metapatroon viel ...
Er komt binnenkort vervolgoverleg. Als eerstvolgende stap bereiden we dan installatie bij die organisatie zèlf voor en sluiten er aan op operationele databases. Ik besef dat daar nog van alles en nog wat tùssen kan komen, maar als dat dóórgaat vind ik het een reuzenstap.

38.58
Intussen heeft hij de informatierotonde als katalysator voor interoperabiliteit innigst omarmd. Althans, hij vertelt met zichtbaar plezier over allerlei contacten bij allerlei gelegenheden waar hij allerlei gesprekspartners geïntrigeerd krijgt met zijn verhaal erover. Tja, hij spreekt namens FS, dus onmiddellijk een fopvatting eroverheen blijft hem doorgaans bespaard. Wie weet ontstaat zo ergens ruimte ...

38.59
Van deze reactie stuur ik hem maar geen afschrift. Als jij dat alsnog opportuun acht, ga je gang.
Tja, linked data resp. "linked open data," ... dat is nog steeds slechts méér van hetzelfde, zodat reële variëteit op stelselschaal ongefaciliteerd blijft. Dat is dus niet alleen "gesneden," maar ronduit oude "koek," zelfs ònverteerbaar voor de opgave van interoperabiliteit in de netwerksamenleving ... waarin o.a. afbakening volgens "sectoren" contraproductief is. Wij zijn daarom alweer een paradigma verder dan het zgn semantisch web waarvan linked data als aspect gepropageerd wordt. De benadering onder de noemer van linked data is overigens niet louter "irrelevant." Je moet er wel degelijk precies van beseffen waaròm dat tekort schiet. Anders houd je een drempel om te (h)erkennen, dat contextuele verbijzondering stelselmatig noodzakelijk is.
Ons probleem is natuurlijk om mensen ervan te doordringen dat de opvatting die zij voor vooruitstrevend houden, allang ... achterhaald is. Van die hardnekkige beperking getuigt bijvoorbeeld ook een nota bene recent proefschrift dat ik opsnorde. Op 3 december 2009 promoveerde B. Tunçer aan de TU Delft met The Architectural Information Map: Semantic modeling in conceptual architectural design. Vanuit ons perspectief is wat zij voorstelt, gewoon onveranderd monocontextueel en daarom hoogstens (zeer) kleinschalig, apàrt toepasselijk. Maar ja, als retorische vraag, wat is in een netwerksamenleving nog zo geïsoleerd, als het er werkelijk toe doet?
Ik wijs er verder graag opnieuw op, dat een sector als karakteristiek (informatie)domein ook vroeger een illusie was. Voor Suwinet heb ik dat immers in detail onderzocht. Slechts een fractie van relevante informatie blijkt binnen die zgn sector van sociale zaken en werkgegelegenheid gegeneerd. Waar het allemaal 'over' gaat, even uit m'n hoofd, zijn vooral werkgevers (economisch), opleidingen (onderwijs), burgerlijke status (binnenlandse zaken), bezittingen (justitie), ...
Gelukkig verschaft hij een aanknopingspunt voor een beleefde reactie. Je zou kunnen antwoorden, dat, ja, het voorstel van FS voor semantische interoperabiliteit wezenlijk verschilt van “linked open data.” Daarom is het juist òmgekeerd jouw bedoeling om hem nader te informeren over contextuele verbijzondering.

38.60
Hij is blijkbaar pàs afgestudeerd, dus zoveel praktijk (lees: reële variëteit) heeft hij nog niet meegemaakt. Voor zover jij weet, is het zo dat hij context en object (nog) als van elkaar verschillende verschijnselen beschouwt? Dus niet, zoals metapatroon, als stelselmatig door-en-door verweven waarbij de signatuur bepaalt wat (ten opzichte dáárvan) geldt als context resp. intext?
Als je overhaast naar een oplossing zoekt of zelfs aan het programmeren slaat, ‘vind’ je bijvoorbeeld gauw zoiets als namespace ... dat je dan als aanduiding van zo’n “contextuele ruimte” gaat benutten. Zit het zo? Maar dan heeft hij de afslag gemist naar relatieve verwevenheid voor variabele contextuele verbijzondering. En volgens aparte verschijnselen raakt die afslag uiteraard alsmaar verder uit het zicht.

38.61
Je tekent hem als iemand die goedgelovig zo gauw mogelijk van start gaat, dus volgens gangbare aanpak, maar bereid is mislukking te accepteren èn daaraan de conclusie te verbinden dat het geloof in kwestie dus niet (langer) voldoet. Zo’n instelling is inderdaad al heel wat. Maar verder herken ik helaas nog genoeg fopvattingen.
Ik wil er geen wedstrijd van maken, maar juist ònze instelling vind ik pas ècht “praktisch,” “economisch verantwoord,” noem maar op ..., omdat het iets oplevert dat wèrkt. Sneller, goedkoper e.d. gaat niet. Druk doen vind ik niet hetzelfde als, wèl vaak zelfs het tegenovergestelde van, praktisch, kostenbewust enz. bezig zijn. Dan nog maar eens het gezegde: niets is zo praktisch als een goede theorie.

38.62
Wat zijn voorwaarden van een ànder toch simpel, zodra ze je eigen wensen zijn.

38.63
Hè, hè, eindelijk iemand die begrijpt dat je vroeg in opleiding, dus voor/met jonge mensen moet beginnen met positionering enzovoort (van wat ik overigens liever informatiekundige ontwerpleer dan digitale architectuur noem).

38.64
Door de uitwerking zijn (ook) de modellen volgens het Besluit modellen jaarrekening m.i. nu al vrij aardig gepositioneerd. In het diagram heb ik enkele knooppunten in rood genummerd. BFS is gek op dergelijke zgn wandelroutes, vandaar.
Begin dus bij nr 1. Dat vind je niet toevallig zo’n beetje in het midden, want er staat nu een heuse stelselmatige kop ‘boven’ uitgewerkt.
Die nr 1 is een bepaalde organisatie als rechtspersoon van een specifiek type, bijvoorbeeld een nv. Dat type is formeel erkend, zie nr 2, volgens een bepaald (wettelijk) kader. Daarmee kunnen (en zullen) diverse kaders voor verantwoording (en/of) aangifte gepaard gaan; zie nr 3. Voor een nv geldt dus verplichting tot rapportage van de jaarrekening als zo’n kader. Per verantwoordingskader — merk op dat steeds een beroep op verkeersgedragkader in het geding is: wettelijke basis! — kan een bepaalde rapportagevorm voorgeschreven resp. één of méér van die vormen aanbevolen zijn. Van nr 3 kom je dus via nr 4 bij nr 5. Voor zo’n soort document zijn wellicht één of méér sjablonen beschikbaar; zie nr 6, voilà, daar horen tevens de jaarrekeningmodellen volgens het Besluit. De status van een dergelijk model is opnieuw ontleend een bepaald (wettelijk) kader; via nr 7 is daarnaar, indien van toepassing, verwezen.
Je herkent in het verder uitgewerkte schema ook dat ik alvast een aanzet doe voor stelselmatige opname van Boek 1 BW. Als oefening zou je bijvoorbeeld bij persoonlijke rechtspersoon kunnen beginnen. Zet daar de letter A naast. Veronderstel dat het een burger betreft, die (dus) belastingplichtig is en daarvoor aangifte IB moet doen. Waar zet je verdere letters?
Ik besef de aanduiding rechtspersoon ruimer te hanteren dan het Burgerlijk Wetboek. Vergeleken met zoals het daarin staat, verbijzonder ik de aanduiding tot organisatorische rechtspersoon. Daardoor is ernáást plaats voor — waartoe ik me vooralsnog beperkte — persoonlijke rechtspersoon en personenverbandsrechtspersoon. Een voorbeeld van dat laatste is dan (wellicht?) een huwelijk(sverband).
Het ontwerpidee is in elk geval dat betrekkelijk dichtbij de horizon een dergelijke classificatie, zeg ook maar enkele verbijzonderingen, onder de noemer van rechtspersoon wat verder ervan af dubbel en dwars winst van veralgemenisering oplevert. Daar moet je dus weleens overgeleverde terminologie voor kneden ... Dat is riskant, ik weet het, maar soms noodzakelijk om stelselmatige kwaliteit te bereiken.
Op basis van deze diagramversie, alle stellige tekortkomingen ten spijt, kunnen we inderdaad al keurig aanwijzen waar èn precies waaròm jij een grens trekt voor wat nog redelijke SBR-bemoeienis is, en wat dus niet, met facilitering van rapportage van de jaarrekening (en wellicht andere verantwoordingen/aangiften). Die opvatting deel ik grondig.

38.65
Tot de samenstellers van Information Integration with Ontologies behoort o.a. Fensel, waarvan ik ooit het boek Ontologies las met de aanduiding “silver bullet” in de ondertitel. Dat is (ook?) iemand voor wie (een) ontologie bij de grens een specifiek domein ophoudt. In dergelijke (onder)titels valt mij daarom meteen ontologieën als meervoud op. Ja, dan blijft stelselmatigheid een onoplosbaar vraagstuk.
Wij kunnen allang iets schrijven zoals: Legacy Integration through Information Round-About. Dus, ja, ik ben het met je vermoeden eens dat Alexiev voor zijn eigen interesses wat verkende op het ww web en daarbij onze website trof. Ik ben benieuwd of en, zo ja, wat hij je antwoordt.

38.66
De belangrijkste wijzigingen in de diagramversie van 4 juni betreffen:
1. Expliciete aanzet voor kortsluiting met Legis. Aan de horizon, iets rechts van het midden, zie je nu term resp. terminologie hangen. Van(uit) bepaalde terminologie kan je voor een bepaalde betekenis verwijzen naar een bepaald verkeersgedragkader.
Neem rechtspersoon. Wanneer je dat allereerst als (een) terminologie beschouwt, verwijs je voor een betekenis naar — ik doe even een gooi — Burgerlijk Wetboek, boek 2, titel 1, artikelen 1 tot en met 3.
Het gaat er natuurlijk (weer) om, dat één terminologie verschillende verkeersgedragkaderlijke betekenissen kan hebben.
Onder betekenis hangt (meta)signatuur. Probeer de betekenis dáárvan ajb niet simpelweg van die term(inologie) af te leiden. Wat ik ermee bedoel, is dat de hierboven geschetste verwijzing van terminologie naar verkeersgedragkader niet verder reikt dan documentatie. Dat biedt echter géén redelijk bruikbare toets voor operationalisering. Hoe moet je in semàntisch opzicht zo’n toets inrichten? Dat vergt een contextueel semantisch diagram op de relevante schaal van stelselmatigheid. Hé, dat komt mooi uit! Naar zo’n diagram zitten we nu nèt te kijken. Daaruit volgt dat we praktisch kunnen toetsen, wanneer die zgn (meta)signatuur verwijst naar enig knooppunt nota bene in hetzèlfde diagram. Bijvoorbeeld voor rechtspersoon in de zin van Burgerlijk Wetboek, boek 2, titel 1, artikelen 1 tot en met 3 moet je terecht komen bij het desbetreffende exemplaar van erkende gedragsvorm. De concrete vraag luidt dan, of rechtspersoon (in dit geval dus als classificerend begrip) daar inderdaad zodanig stèlselmatig gepositioneerd staat dat gedragsvariëteit passend (lees: conform het verkeersgedragkader in kwestie) wordt bevorderd resp. nog zo min mogelijk uit de hand loopt.
Na de vraag “Hoe draagt Legis bij aan betere wetgeving?” vermeldt Legis zèlf als “achtergronden” zeven antwoorden annex punten. Ik loop ze hier in hun oorspronkelijke volgorde alvast vlotweg na, dwz voorzien van eerste commentaar.

Effecten van wetgeving worden eerder zichtbaar. Zo kan veel beter en sneller op de uitvoerbaarheid en werking van een wet worden geanticipeerd.

Legis verwart, zoals Korzybski het zou uitdrukken, landschap en kaart. Een adequate kaart is inderdaad onmisbaar om effecten op het landschap te simuleren. Het (informatie)model moet daarvoor, zoals het formeel heet, nodig en voldoende stelselmatig zijn. Wat zo’n kaart dus “zichtbaar” maakt, zijn gesimuleerde “[e]ffecten van wetgeving.” Naarmate het simulatiemiddel betrouwbaarder enz. is, valt tijdig, dwz in het ontwerpstadium veel aan wetgeving te verbeteren. Zo moet m.i. “veel beter en sneller [anticiperen] op de uitvoerbaarheid en werking van een wet” opgevat zijn.

Het wetgevingsproces wordt transparanter en voor iedereen beter te volgen.

Ja, want het proces gebeurt grotendeels op basis van de zgn kaart. Zeg ook maar dat het in-kaart-brengen qua semantiek de crux vormt voor optimale doorzichtigheid.

Wetgeving wordt gemakkelijker op maat ontsloten voor burgers, bedrijven en uitvoeringsorganisaties. De uitvoering wordt daardoor efficiënter en effectiever.

Het wordt alweer saai. Ontsluiting vergt eveneens een ... kaart. Stelselmatig beschouwd kan dat voor semantiek maar één kaart zijn. Wat eventueel verschilt is het gebruik ervan.

Samenwerkingspartners kunnen in elke fase van het wetgevingsproces participeren en feedback geven.

Want ze kijken allemaal naar dezelfde kaart, waarop ze dankzij contextuele verbijzondering elkáárs eventueel afwijkende betekenissen kunnen volgen. Zo kan heel praktisch de verhouding tussen reële verschillen en overeenkomst geoptimaliseerd worden.

Het proces wordt efficiënter er goedkoper doordat partners in de wetgevingsketen gegevens kunnen uitwisselen via met elkaar overeengekomen standaarden.

Èlke reëel afwijkende betekenis is een ... standaard ... voor de context die de afwijking constitueert. Via stelselmatige semantiek zijn contextueel verbijzonderde betekenissen daarom evenzovele “overeengekomen [semantische] standaarden” voor actoren in interactie.

Wetgevingskwaliteit is geborgd doordat kwaliteitseisen in het systeem worden ingebouwd.

Het is mij niet duidelijk wat met “het systeem” bedoeld is. Sterker nog, dat kan Legis in dit stadium onmogelijk weten.
Volgens mij is het überhaupt onzin. De “[w]etgevingskwaliteit” wordt au fond geborgd door wetgevingsprofessionals. Zij hebben hulpmiddelen nodig die niet, herhaal, niet de pretentie hebben die kritieke bijdrage over te nemen. Het gaat er juist om ze optimaal te ondersteunen. Dat lukt door nota bene afhankelijkheden te laten expliciteren, opdat de betrokken professionals zo evenwichtig mogelijk (kunnen) kiezen.

Administratieve lasten verminderen doordat de informatie die de overheid vraagt van burgers en bedrijven eenduidiger wordt en de aanlevering aan de overheid meer wordt gestroomlijnd.

Oh, ja? Dat lukt pas door stelselmatige operationalisering ter bestrijding van duplicaties en nodeloze verschillen.
Nu is Legis een project/programma dat ‘loopt,’ zodat het stellig lastig tot onmogelijk is er enige opbouwende invloed op uit te (mogen) oefenen. Maar voor Forum Standaardisatie, mocht daaraan behoefte zijn/komen, hebben we tenminste een deugdelijke analyse plùs aanbeveling zowat klaar.
2. Waar ik in de vorige versie wat onder soort document hangt, slechts sjabloon/model noemde, heb ik die aanduiding uitgebreid tot:
sjabloon/model (e-)formulier.
Zo zie je weer eens, hoe abstractie loont. Het diagram is daardoor geschikt als kapstok voor willekeurige formuliersjablonen. Bijvoorbeeld wat EZ wil met e-facturering past óók, netzogoed als het sjabloon voor een formulier waarmee een arts voor een patiënt een bloedonderzoek aanvraagt.
Onder sjabloon/model (e-)formulier heb ik (meta)signatuur voor vóórinvulling geplaatst. Want als de invuller bekend is — en dat is vanzelf zo, als die persoon of organisatie het sjabloon ophaalt — zijn in combinatie met soort document en daarvan valt af te leiden diverse knooppunten in het informatiestelsel bepaald. Daarvandaan kan bijbehorende informatie dus op de daadwerkelijke verantwoording, aanvraag, aangifte oid. vóór-ingevuld worden. Voor de modellen jaarrekening waarop SBR mikt, is het natuurlijk niet anders.
3. Ik meen te herkennen dat (arbeids)functies een deelverzameling zijn van gedragsvormen. Daarom schrapte ik de apàrte homogene hiërarchie volgens functiestelselelement/(arbeids)functie. In de gewijzigde versie behoort zij (dus) tot de omvattender homogene hiërarchie volgens gedragsvormdeel/gedragsvorm. Dienovereenkomstig ‘verlegde’ ik één van de aanknopingspunten voor organisatorische functie.
Ik begin overigens ook te vermoeden, dat de stelselmatigheid van enkele figuren in Peters artikel over authenticatie, autorisatie enz. nog valt op te voeren door synthese met diagrammen zoals wij ze nu geïnspireerd door het Burgerlijk Wetboek opstellen. In dat verband denk ik vooral aan de uitwerking voor mandatering.
Tot zover enige toelichting op wijzigingen van het diagram. Omdat de stelselmatige implicaties zo ruim zijn, lijkt het me nuttig ze voor eventueel nader overleg zo te documenteren.
De zgn wandelroute blijft overigens dezelfde (en de opgave voor een oefening vanuit het perspectief van een burger ook ;-).

38.67
Aan de structuur veranderde ik niets, hoèfde ik niets te veranderen voor het verse diagram met gelijke (versie)datum. Door uitbreiding van etikettering van enkele knooppunten maakte ik slechts expliciet dat tevens de àndere kant van verantwoordings- resp. aangifteplicht past. Dat is, zeg maar, aanvraagrècht. En voor een specifieke aanvraag heb je doorgaans, precies, een passend formulier nodig. Dat is ook maar klaar.

38.68
Pas na ons telefoongesprek waarin je Dijkstra noemde, dacht ik aan mijn artikel Van Dijkstra naar informatiearchitect. Dat schreef ik in 1996 ... en het gaat precies over noodzaak van positionering van een aanvullende discipline. Bij mijn weten — en destijds met mijn medewerking aan een gezamenlijk boek en enkele artikelen — gaf Jaap van Rees daarvoor in 1995 de publieke aanzet onder de noemer van informatiearchitect. Aan dat etiket gaf Daan Rijsenbrij later de wending digitale architect. Inmiddels bepleit ik naar (min of meer) analogie van de gebouwde omgeving inhoudelijk dus een nader onderscheid, te weten tussen zeg toch maar even digitale architect als 1. toepassingsinformatiekundige en 2. civiel informatiekundige voor infrastructuur voor informatieverkeer op maatschappelijke schaal. Vooral op die ruimste schaal vind ik overigens de kwalificatie 'digitaal' ongunstig, omdat het onverminderd accent op techniek suggereert, terwijl het m.i. gaat om evenwichtige verhoudingen. En dáárom is het zo'n mooi vak voor nieuwsgierige, verantwoordingsvolle mensen.

38.69
Zoals de proefopstelling verduidelijkte, zijn met de informatierotonde verbeteringen stapsgewijs mogelijk. De eerstvolgende stap omvat a. installatie van de programmatuur voor de informatierotonde in jullie eigen ‘omgeving’ en b. aansluiting van (enkele) operationele databases van interne beheersystemen. Deze stap dient tevens ter verkenning van de opzet van een eigen ‘exemplaar’ van de zgn informatierotonde. Daarom is I&A er nauw bij betrokken.
Verder moet de zakelijke overeenkomst voor dienstverlening door Information Dynamics worden uitgewerkt. Hoe I&A het beheer wenst, is daarvoor mede bepalend (wat deels de ratio van de afgesproken eerstvolgende stap verklaart).
Niet zozeer als een afspraak, maar als èxtra belangrijk kregen tijdens ons overleg gelukkig àndere aspecten dan strikt informatietechnische de aandacht. Vooral, vlot verkeer via de informatierotonde vergt enkele simpele (verkeers)regels, waar deelnemers zich wèl aan moeten houden: taken & verantwoordelijkheden.

38.70
Wat ik communicatief alvast wel gelukt vind, is vermelding van jullie etikettering (digitale architectuur) met erachter de noemer (door-de-schalen-heen) voor mijn pleidooi voor civiele informatiekunde.

38.71
Ja, met dank voor je verwijzing herken ik dat Dijkstra zijn idee achter die aantekening zó opnam in enkele latere publicaties. Interessant om zo'n bron te lezen. Ik schrapte vervolgens beide extensies tot ik http://userweb.cs.utexas.edu/users/EWD overhield en uitkwam op E.W. Dijkstra Archive. Wat een tijdreis, nota bene zowel naar het verleden als, helaas nog altijd, ... naar de toekomst.

38.72
Dank je wel voor het verdiende compliment aan ons adres. ;-) Je hebt in elk geval mijn eigen enthousiasme geproefd voor het stelselmatige spoor dat wij volgen resp. proberen te leggen. Natuurlijk ben ik blij dat het zo besmettelijk blijkt.
Over méér vliegen met één klap, is dit niet een spoor om juist hoogleraar èn forumlid P ook ‘op’ te krijgen? Dan zit, wat jij zegt, die promotie er voor iemand ook wel gauw genoeg in. Dat zal toch een jurist moeten worden. Of zij daar nog zin in heeft? Ik teken wel weer (voor) de illustraties ...

38.73
Dat zoveelste pleidooi voor oriëntatie enzovoort door-de-schalen-heen is voor ons (dus) oude koek, die we communicatief helaas echter vèrs moeten zien te houden.

38.74
Wat jij, helemaal terecht, uiteraard, allemaal aankaart, zijn alweer stappen die m.i. vèrder gaan dan we voor de kortste termijn aangaven/afspraken. Ik wijs hier graag even op, omdat m.i. de aard van het gebruik van de informatierotonde dan wijzigt (van louter geschakelde rapportage naar stelselmatige registratie). Wat je schetst, is precies dat allerlei perspectieven evenwichtig op elkaar afgestemd moeten zijn. Dat lukt niet met de bestaande informatiesystemen (want anders had je dat vraagstuk ook niet). Wat we met het pIctugram daarom (ook) al beproefden, is een aanvullende registratie die de gewenste zgn variëteit wèl biedt. Laten we dat register ‘gewoon’ pIctugram noemen, klopt, met “slechts een beperkt aantal basisgegevens.” Dat is dus eveneens op de rotonde aangesloten. Je hoeft dan niet langer zo’n beperkte toepassing als de huidige personeelsadministratie in bochten te wringen (waardoor het onherroepelijk breekt). De aansluiting naar een andere toepassing met afwijkende informatiebehoefte kan aldus, opnieuw, klopt, gebeuren “vanuit de rotonde (en niet via-via).” Nogmaals, dat is echter alweer enkele stappen vèrder ná aanvankelijke installatie e.d. Waar die informatie precies naartoe moet, is tzt domweg een gegeven. Voor de opzet op hoofdlijnen via de rotonde maakt het niets uit.
Het is en blijft allereerst de optimale stap om de programmatuur voor de rotonde te installeren/activeren, zodat jij er operationeel van kan profiteren. Vervolgstappen ontdekken we gauw genoeg als we ‘de praktijk in gaan.’ Dat geldt ook voor een thema zoals autorisatie, enzovoort.

38.75
Hoe “materiële begrippen” passen, moet m.i. stroken met waarop Legis mikt. Neem de term(inologie) winst. Die heeft diverse betekenissen. Juist als rubriek volgens een bepaald model voor formele verantwoordingsrapportage geldt echter een dienovereenkomstig bepáálde betekenis. Wellicht begrijp ik er weinig tot niets van, maar vooralsnog veronderstel ik dat Legis o.a. het, wat jij noemt, “metamodel” daarvoor moeten bieden. Dat lijkt me tenminste stelselmatig.
Om het “in elk geval [voor SBR meteen] echt interessant” te maken, wijzigde ik het diagram ... minimaal. Het knooppunt voor sjabloon/model verbond ik met het knooppunt betekenis. Die relatie is immers precies het element resp. de rubriek voor de vulling van het formulier in kwestie. Dat gaat vlot, zo. Voorts verving ik op het diagram mijn naam door Bureau Forum Standaardisatie.

38.76
Mogelijkheden voor animatie met Visio kan ik niet ontdekken. Powerpoint is voor zo’n redelijk vol diagram echter geen alternatief meer. Daarom heb ik tòch een wandelroute ‘op’ het diagram weergegeven. De oorspronkelijk opgegeven route (zie 38.64) heb ik verbeterd. Er zijn nu 14 etappes, waaronder een duidelijkere start en finish. Zo moet een presentatie volgens opbouw ook aardig lukken, terwijl het gehele diagram ‘er al staat.’

38.77
Wat “applicatie” en “markt” betreft, precies, allereerst maar eens als aanzet voor zo’n applicatie doelde ik met “Een proefopstelling die qua bedieningsgemak wat spartaans is, is volgens het diagram vlot genoeg gemaakt.”
Ikzelf zie zo’n diagram als ontwerp van structuur. Op basis van zo’n ontwerp kan je een “applicatie” (laten) maken ... en die vul je (pas) daadwerkelijk. Jouw vraag blijft dan uiteraard: Waarmee? Als een concreet doel is om een specifiek element/rubriek volgens een specifiek model jaarrekening te identificeren en verder te beschrijven, toont het diagram waaraan element/rubriek allereerst direct en dan verder allemaal indirect onder de vette streep hangt. Dat moet je (dus) allemaal concreet vullen voordat je — mits de ontworpen structuur klopt, uiteraard — aan het beoogde element/rubriek toebent.
Uitgaande van element/rubriek kan je links- èn rechtsaf.
Als je linksaf gaat, kom je bij sjabloon/model en zo door bij soort document ... en zo door bij soort documentdeel. In òmgekeerde volgorde moet je dat met concrete informatie opbouwen/vullen. Ik verzin maar even iets. Neem als soort documentdeel: 1. model 17, 2. winst- en verliesrekening en 3. Nederlandse bedrijfsverantwoording. Met die delen kan je à la hiërarchische classificatie een soort document typeren, als volgt: Nederlandse bedrijfsverantwoording/ winst- en verliesrekening/ model 17. Je kunt je voorstellen dat ook Nederlandse bedrijfsverantwoording/ winst- en verliesrekening/ model 18 bestaat. Als je dat als soort document wilt toevoegen, moet je dus eerst model 18 als soort documentdeel registreren. Dit klinkt omslachtig, maar classificatie is ook een vak. Van wat hier beschreven staat, merkt een gewone gebruikers niets. Voor haar/hem behoort het naadloos tot infrastructuur.
Nadat je, bijvoorbeeld, Nederlandse bedrijfsverantwoording/ winst- en verliesrekening/ model 17 als soort document beschikbaar hebt, kan je er een passend sjabloon/model onder hangen en dááronder weer de passende elementen/rubrieken. Daarmee ben je weer op het punt terug, waarvandaan je linksaf de weg naar boven insloeg.
Nu moet je nog rechtaf. Het eerstvolgende (knoop)punt dat je treft is betekenis. Daar heb je opnieuw de keuze tussen links- of rechtsaf. De volgorde maakt niets uit, dus, vooruit, eerst maar weer linksaf. Hoe je tot concrete terminologie komt op basis van concrete termen is vergelijkbaar met soort documentdeel als samenstellend element voor soort document. Ik noem maar weer iets (en weet dat het feitelijk onzin is). Met de termen 1. verliespost en 2. verlies vóór belastingheffing stel je als terminologie samen: verliespost/verlies vóór belastingheffing. Voor de betekenis die relevant is moet je vervolgens naar rechts. Want, zeg maar, welke definitie is van toepassing op verliespost/verlies vóór belastingheffing voor het element/rubriek in kwestie in Nederlandse bedrijfsverantwoording/ winst- en verliesrekening/ model 17? Je kunt echter slechts verwijzen naar desbetreffende passage(s) in wet- en regelgeving, indien op z’n minst de identificatie(s) daarvan concreet beschikbaar zijn. Volgens het diagram gebeurt dat opnieuw als hiërarchische classificatie (verkeersgedragkader) vanuit samenstellende elementen (verkeersgedragkaderdeel). Nogmaals, het op- resp. samenstellen van al die classificaties is veel en secuur werk (vandaar mijn suggestie voor afstudeerder/promovendus onder jouw toezicht), maar dan staan ze daar vlak onder de horizon voor hergebruik gestandaardiseerd beschikbaar.
Ik heb het gevoel dat ik je vraag niet opvatte zoals je ‘m bedoelt, maar er wel een mooi antwoord op gaf.

38.78
Moeilijk is het inderdaad niet. Maar als je zó bijziend bent, blijft compleet onzichtbaar wat zich als oplossing aan de horizon aandient. Dat geldt helaas niet slechts voor P-Direkt ...
Voor pIctugram als louter interne informatierotonde verwacht ik daar trouwens, herstel, verwacht ik daar dus nog talloze fopstakels.
Ja, de zinkend-schipvergelijking is ook toepasselijk voor de zgn ICT Strategie Rijk. Naderhand zocht en vervolgens bestudeerde ik waarnaar mijn gesprekspartner zo nadrukkelijk verwees. Het betreft de Britse Government ICT Strategy. Omdat hij mij tijdens ons gesprek ook toonde wat blijkbaar vooralsnog ‘zijn’ voorbereidende sheets zijn, herkende ik dat het om méér gaat dan een inpirerend voorbeeld. Hij schrijft het gewoon over, vooruit, vertaald naar het Nederlands. Daar hoeft natuurlijk niets mis mee te zijn, integendeel, maar in dit geval missen de Britten m.i. de passende ... boot, zodat we er in Nederland evenmin mee gered zijn.
Overigens vind ik een Brits pluspunt wèl, dat die strategie tenminste de gehele overheid betreft, dat is al iets, terwijl hij zich vanwege zijn opdracht zelfs tot rijksniveau beperkt. Verder moet die zgn rijksstrategie voor ict zowat gisteren klaar zijn. Kortom, veel te druk voor noodzakelijk vergezicht. Ook ons gesprek(je) duurde kort. Daarom mikte ik maar op prettige sfeer, die er inderdaad tijdens het gesprek was, met inhoudelijk de suggestie om wat volgens mij de hoofdlijn moet zijn (infrastructuur is maatschappelijk) toch alvast ergens in een ... voetnoot te vermelden.

38.79
Filosofisch spreekt Berners-Lee daar over die zak chips enzovoort nog helemaal vanuit het paradigma van disjuncte taalspelen (Wittgenstein) of wat tegenwoordig communities of practice heten. Wat hij à la web 1.0 toevoegt, is hergebruik van verwijzing. Ik zeg er even bij, mits verwijzingen elders bruikbaar ontleed zijn, dus lòs staan, want die aanpak is natuurlijk karakteristiek voor het oerweb. De verwarring begint meteen, doordat hij pretendeert dat het nu gaat om hergebruik van betekenis (... mits betekenissen elders bruikbaar ontleed zijn). Er zijn dus, zo schetst hij, exemplaren van een term met allerlei betekenissen. Vooruit, kies het passende exemplaar. “Cherry picking,” noemt hij dat. Nederlands: vrijheid, blijheid. Het resultaat van dat selectieve gepluk is een volgend apart taalspel/community of practice waarvoor er wellicht wat verse kersen bijgehangen zijn.
Maar betekenissen verschillen niet slechts. Ze hangen tegelijk samen. Als dat zo is, wèg vrijheid in de zin die Berners-Lee ervoor suggereert. Met de keuze voor het ene exemplaar, pluk je er dus geen aparte kers àf, maar maak je op een bepaald punt contact met een stelselmatig betekenissennetwerk. Nota bene, dat is nog veel mooier. En hoognodig! Berners-Lee lijkt samenhang als wezenlijke betekenisfactor echter hoogstens als problematisch te beschouwen. Hoe dan ook negeert hij die samenhang. In elk geval herken ik niet, dat hij de — noodzaak van — evenwichtige verhouding tussen betekenisverschil èn -overeenkomst zelfs maar herkent als crux van infrastructuur voor informatieverkeer op de schaal die, eerlijk is eerlijk, juist hij door zijn vroege browserwerk heeft helpen vestigen. Hij mist het structurele karakter van semantiek, wat overigens wel logisch is als je reputatie op de url gebouwd is. Zijn gemis blijkt o.a. uit de kortsluiting die hij tussen term en ontologieën maakt. Daardoor verdwijnt betekenis als factor in zijn hoge hoed. Dat werkt praktisch nog prima voor een enkel taalspel/community of practice, omdat zelfs wezenlijk voor noem het ook maar een domein nu nèt één (dienovereenkomstig) beperkte ontologie is. Ik laat maar in het midden dat ik domeinontologie een tegenstrijdig begrip vind. Een dergelijke grens ontkent feitelijke betekenisafhankelijkheden. Op de ruimere schaal van het moderne informatieverkeer moet je daar echter iets mee, met afhankelijkheden, anders werkt het daar niet, nooit ... zoals Berners-Lee m.i. wel degelijk nastreeft, maar niet snapt. Omdat de werkelijke problemen/kansen met semantiek allang kwalitatief anders zijn dan in het vermogen van semantic web 2.0 (waar m.i. dus slechts naïef iets semantisch aan is), linked data e.d. ligt om te bestrijden/faciliteren, is zijn tragiek en overigens de ònze ook, dat hij van aanjager veranderd is in remmer. Daarover kan je nog vriendelijk opmerken, dat er massa’s mensen zijn die nog veel harder remmen. Maar remmen blijft remmen. Het is dus niet zo, dat wat Berners-Lee bepleit op z’n minst, hoera, als overgangsmiddel helpt. Het is gewoon niet stelselmatig genoeg gelet op wat thans reëel als (verkeers)stelsel geldt. Zonder passende variëteit werkt het niet een beetje, maar nog altijd helemaal niet, punt. Vergelijk het ajb met een brug. Stel dat je haar versterkt. Kon er vroeger één voetganger tegelijk overheen, dan houdt zij nu een last van 1.000 kilo. Het is echter niet zo, herhaal, niet zo dat van een last van 2.000 kilo dan toch maar de helft de overkant bereikt. Nee, die 2.000 kilo zakt er subiet volledig doorheen, zodat de overkant principieel onbereikbaar blijft. Maar dan splitsen we die lading toch in gedeelten van èlk lichter dan 1.000 kilo? Nee, wat informatie betreft gaat daardoor betekenis onherstelbaar verloren. Wat als gevolg van zwaarder verkeer moet veranderen, kortom, is de constructie van de brug. Voor informatieverkeer bestaat het kritieke gewicht tegenwoordig uit zgn onlosmakelijke samenhangende betekenissenvariëteit. Het interessante is, dat als we daarop de overdrachtelijke brug kwalitatief berekenen, we ook nog zoveel mogelijk van het traditionele verkeer kunnen blijven faciliteren (lees: voetgangerspassage). Voor dergelijk inzicht moet je echter het verschil èn samenhang, daar zijn ze allebei weer, kennen tussen infrastructuur resp. het verkeer dat erover verloopt. Dat is moeilijk. Daarom gaan we op mensen met reputatie af. Berners-Lee verdiende zijn reputatie echter met iets anders dan waarover hij nu praat. Of eigenlijk praat hij nog altijd over hetzelfde en mist daardoor wat er kwalitatief anders moet. Je moet dus kritisch proeven, of hij van dat laatste, te weten semantiek op stelselschaal, ook verstand heeft. Ik vind van niet.
Pfff, dat is een heel verhaal geworden. Maar het gaat m.i. dan ook om een obstakel dat voortgang met elektronische overheid enz. enz. belemmert.

38.80
Ik bekeek — de eerste pagina van — de enquete, maar herken geen aanknopingspunten voor een verslag van(uit) mijn ervaring. Je opzet bevestigt daarentegen helaas mijn indruk van de institutionele manier waarop innovatie algemener wordt beschouwd. Ik vind institutioneel en innovatie praktisch zelfs tegenstrijdig. Wat je institutionaliseert kan best iets opleveren, voorwaarden voor rechtszekerheid, bijvoorbeeld, maar dus in geen geval ... innovatie. Doe er daarom ajb geen statistisch onderzoek naar, maar kwalitatief. Ga praten met iemand die een ècht nieuw idee had. Breng in kaart hoe allerlei instanties weliswaar het etiket innovatie voeren, maar verspreiding van juist zo’n nieuw idee actief belemmeren. Dat lukt ze meteen door het te negeren. Zoals ikzelf met nota bene ICT Regie meemaakte, “We kunnen niets met uw idee, want we kennen het niet.” Daar sta je dan. Dat verandert niet met de zoveelste enquete. Als je helemaal wilt weten hoe het zit, luidt mijn advies: Verzin zèlf eens iets afwijkends en ontdek wat er gebeurt als je er verder mee wilt komen. In Fopvatting tref je talloze thema’s die m.i. in een serieuze studie van innovatie niet mogen ontbreken. Als je ze inderdaad behandelt, heb je stellig een ... innovatief afstudeerverslag. Indien je dat, zoals ik verwacht, zeer negetief beoordeeld krijgt, weet je zelfs op korte termijn ook al wat meer over hoe innovatie (niet) lukt.
Ik stel het op prijs wanneer je dit bericht ter inzage aan je afstudeerbegeleider geeft.

38.81
Wanneer wij naar Groningen gereisd waren, pakt hij na de bijeenkomst ongetwijfeld meteen zijn biezen. Nu kan je hem tijdens pakweg twee keer drie uur ongestoorde nabijheid in de trein aan z’n hoofd zeuren. Die gelegenheid heeft hij omgekeerd met jou natuurlijk ook, dus gebeurt er altijd wel iets. Wij zijn dus allebei benieuwd.

38.82
Het laatste nieuws is, dat Information Dynamics de programmatuur voor de informatierotonde in hun operationele ‘omgeving’ gaat installeren en wij enkele netzo operationele databases erop gaan aansluiten. De nadruk met deze stappen ligt op verkrijgen van inzicht in de beheersinspanning die de i&a-afdeling daar moet gaan plegen tijdens operationeel gebruik. Ze zitten niet op extra werk te wachten dat niets oplevert. Daarmee ben ik het grondig eens. Twee i&a-medewerkers kregen al een korte voorstelling raakten enthousiast. Als zij dat zijn, kunnen we rekenen op praktische, onmisbare steun tijdens bedoelde stappen! Tot zover dus nog op koers ...

38.83
Met mijn ontwerpgevoel blijf ik — blijkbaar — protesteren tegen “de SBR aanpak.” Gelukkig bestaat er inmiddels een document, te weten SBR in een notedop, met een beschrijving ervan. Zoals de titel aangeeft, betreft het weliswaar een algemene toelichting, maar ik meen desondanks alweer nader te herkennen waarom die aanpak niet klopt. Ik zal gauw een poging wagen om op mijn beurt te beschrijven, welke hooi sbr allemaal niet op het xbrl-vorkje moet willen nemen. Hier maak ik alvast enkele opmerkingen.
Mijn indruk van onze laatste bijeenkomst is, dat H1 wel degelijk zoekt naar een richting waarin sbr/xbrl stelselmatig past. Hij leek te herkennen, dat ons diagram [zie 38.76, hierboven] ‘iets’ aangeeft dat er nog buiten ligt, nota bene principieel moet liggen. Vervòlgens kan zindelijk pas facilitering door (bijvoorbeeld) xbrl aan de orde zijn. Precies, zo is het. Voor H2 lijkt xbrl echter àlles, dus zowel middel als doel. Volgens die optiek kan er onmogelijk iets buiten liggen. Voor iemand met een hamer ... Ofwel, alles moet met xbrl. Zodra je deze absolute aanname hanteert, raakt SBR in een notedop ineens volstrekt begrijpelijk ... als sektarische illusie. Omdat H1 (nog) geen overzicht heeft, houden de xbrl-ers hem gegeijzeld.
Aldus vind ik sbr het zoveelste project dat onafhankelijk resultaat wil bereiken in een wereld van afhankelijkheden. Voor adequaat functioneren van xbrl in de enge zin die ervoor passend is, moet vanwege de reële afhankelijkheden aan allerlei voorwaarden voldaan zijn. Ons diagram wijst op enkele voorwaarden. Vervulling ervan is echter geen reële opgave voor sbr, laat staan dat ze die met hetzelfde hulpmiddel (xbrl) te lijf moeten gaan. Dat gebeurt allemaal wel. Door ontkenning van afhankelijkheden loopt het vast.

38.84
Ik heb zo´n gevoel dat zulke documentatie nuttig gaat blijken, bijvoorbeeld als we inderdaad eens met dergelijke bedrijven kunnen doorpraten ... Ze zien dan dat er iets is, maar krijgen het niet, althans niet zomaar.

38.85
Deugdelijke cloud computing vergt natuurlijk vooral ... cloud semantics. Eerder deze week stuurde iemand mij een link naar een filmpje van een voordracht(je) van Berners-Lee over semantic web 2.0, linked data e.d. Nadat ik het bekeken/ernaar geluisterd had, maar niets nieuws leerde, schreef ik die kennis toch een reactie. Graag stuur ik je daarvan afschrift; zie [aantekening 38.79]. Ik pretendeer geenszins dat het gemakkelijke kost is, maar ja, anders was er ook geen reëel probleem resp. grote kans.
Ik vertelde je o.a. dat we (Information Dynamics als r&d-bedrijfje) ergens een proef met de zgn informatierotonde doen. Hierbij laat laat ik je voorts graag weten, dat we daar de volgende stap gaan zetten. Die omvat installatie en aansluiting van enkele operationele databases.
Ik afficheer mijn bedrijf opzettelijk met onderzoek & ontwikkeling. Vanwege die bijbehorende grens aan ons werk zoek ik dus naar, noem het maar even, samenwerking.

38.86
Met de volgende stap ligt het accent op het verkrijgen van inzicht in beheerinspanningen door I&A die er — tzt tijdens operationeel gebruik — mee gemoeid zijn. De rotonde moet tevens passen in rationalisering door I&A. Zeg maar, per saldo moet de rotonde daar werk besparen.

38.87
Met de titel De zoektocht naar ‘kennissen’ publiceerde Automatisering Gids (11 juni 2010, pp. 10-11) een artikel over uw werk. Graag haak ik daarop in. Wat u niet alleen daar, maar vooral ook elders als kernprobleem schetst met — ontwerp van — databases resp. informatiesystemen, meen ik netzo principieel opgelost te hebben.
Wat u gelet op uw achtergrond zal aanspreken, is dat de kiem natuurlijk niet in techniek ligt. Zo ligt de bedoeling met techniek evenmin in diezelfde techniek. Ik ontwierp een, zeg maar, paradigma: subjective situationism. Dat kunt u opvatten als een semiotische relativiteitstheorie.
Nota bene, daarbij gaat het niet, zeg maar, puur om reële verschillen, maar tegelijk om reële samenhang ertussen. Wij leven in één wereld.
Voorzover ik na raadpleging van enkele andere bronnen begrijp, strookt zulk epistemologisch relativisme o.a. met “cognitive justice.” Ik heb echter de indruk, als u mij ter verduidelijking deze directe opmerking veroorlooft, dat u nog blijft hangen op reële verschillen. Dat is inderdaad nodig, maar dus niet voldoende. De crux is voorts om reële samenhang er als het ware in dezelfde beweging bij te ‘betrekken.’ Pas bijelkaar is dàt m.i. precies de hoognodige paradigmawissel.
Door zijn bijbehorend axiomatisch kader, zeg maar een formeel schema met onlosmakelijk samenhangende variabelen, valt subjectief situationisme praktisch te instrumenteren met digitale informatie- en communicatietechnologie, voilà, m.i. precies wat (ook) u zoekt.
Met redenen waarom dat paradigma enz. maar moeilijk geaccepteerd raakt, bent u kennelijk goed vertrouwd. Subjectief situationisme, cognitive justice e.d. mikken immers op evenwichtige verhoudingen. Dat stuit doorgaans onmiddellijk op (onbewuste) weerstand ter kortzichtige verdediging van vermeend eigenbelang. Desinteresse is meestal genoeg om vernieuwing te fnuiken.
Over reëel gesproken, erop rekenend ùw interesse wèl gewekt hebben, kijk ik graag naar uw reactie uit.
[emailbericht aan M. van der Velden, onderzoeker verbonden aan Design of Information Systems, Department of Informatics, Faculty of Mathematical and Natural Sciences, University of Oslo, 13 juni 2010]

38.88
Hoewel Nico Florijn in zijn opstel Complexiteit en vereenvoudiging van de wetgevingsprocedure (10 juni 2010) aanvankelijk het populaire terminologisch onderscheid tussen gecompliceerd en complex aangeeft, doet hij er begripsmatig gelukkig niets mee. Een onderscheid dat m.i. wel nuttig is, beknopter ook, betreft gedetermineerd versus ongedetermineerd.
Voor een opgave die voor iemand vooralsnog een ongedetermineerde oplossing heeft, als er überhaupt ooit een oplossing voor kan bestaan, moet die persoon in kwestie als ontwerper aan de slag. Let wel, dat onderscheid is subjectief. Een objectieve maat is er voor complexiteit e.d. daarom niet.
Wie ergens niet uitkomt omdat de opgave voor haar-/hemzelf ongedetermineerd is, kan iemand ànders inschakelen. Voor van alles en nog wat waarover een amateur zich het hoofd zou breken, beschikt een ambachtsvrouw of –man ... eenvoudig over een kant-en-klare aanpak. Als het vraagstuk voor iedereen ongedetermineerd blijft, is geen ontkomen aan ontwerp.
Met de verwijzing naar ontwerp introduceer ik een perspectief dat ik bij Florijn mis. Van focus op “wetgeving” kan althans m.i. ten onrechte de suggestie uitgaan, dat via wetgeving vooral een specifieke wet ... ontworpen wordt. Het primaire onderwerp van ontwerp lijkt mij echter maatschappelijk gedrag resp. verkeer. Ontwerp van wet- en regelgeving is daarvan weliswaar (vaak) integraal onderdeel, maar als zodanig (pas) afgeleid van, zeg maar, maatschappijvisie.
De maatschappelijke schaal verklaart ook precies, waarom wetgeving meestal zo ingewikkeld a. tot stand komt en b. geformuleerd is. Dat is gewoon een kwestie van passende variëteit. De — gevolgen van — gedragingen raken in het publiek domein per definitie verweven. Samenhang inclusief, wat paradoxaal klinkt, afbakening moet geborgd zijn/blijven. Met die reële verwevenheid moet wet- en regelgeving nu eenmaal rekenen. Het betreft dus geen ontwerp van een geïsoleerd artefact, wat hoewel ongedetermineerd meestal betrekkelijk eenvoudig is, maar altijd maar weer stelselmatig ontwerp.
Voorts inclusief dynamiek op diezelfde schaal is (juist) ook het ontwerpproces zeker bij aanvang vergaand ongedetermineerd. Welke gedragingen zijn allemaal relevant? Welke deelnemers aan maatschappelijk verkeer moeten op één of àndere manier direct bij het ontwerp betrokken zijn? Gaat er via relaties van die deelnemers tegelijk een indirect effect uit op weer andere deelnemer en, zo ja, in hoeverre zijn zij op hun beurt feitelijk (dus) ook betrokken? Enzovoort, ja, ingewikkeld.
Verder geldt dat wat als eerder resultaat gedetermineerd werd, wederom ongedetermineerd kan raken door veranderde omstandigheden. Het is en blijft daarom de veranderlijke maatschappelijke variëteit die telt. In dat verband slaat ook de populaire aanduiding complexiteitsreductie meer op een afgeleid middel en daarom de hoofdplank mis. Allereerst gaat het niet om doelmatigheid, maar om doeltreffendheid van zulke middelen. Die zijn er, nou ja, zo zie ik dat, in een open samenleving niet om maatschappelijke variëteit te reduceren. Bescherming en zelfs stimulering van het open karakter vergen daarentegen gerichte variëteitbeheersing (waarvoor infrastructuur dient).
Kortom, ook een wetgevingsjurist is ontwerper, zelfs een vitale. En ontwerpen is (de) discipline voor omgang met het ongedetermineerde.

38.89
Lost hij eigenlijk iets op? Of draait hij daar feitelijk een rondje? Zo van, neem een verzameling berichten, noem die een aparte ruimte, maak daarvan een uml-klassendiagram, genereer op basis daarvan een verzameling berichten ...
Of je ermee opschiet of niet, we moeten overzicht hebben over allerlei benaderingen van interoperabiliteit, natuurlijk op z’n minst om verantwoord metapatroon te positioneren.

38.90
(Ook) aan CKAN (Comprehensive Knowledge Archive Network) ontbreekt inderdaad nog het middel voor bemiddeling van betekenissenvariëteit. Ofwel, op de huidige “(zeer) platte manier” heb je er praktisch nog niet zo veel aan, tenzij je data ontdekt waarvan de betekenis (en afgebeelde objectenpopulatie) perfect strookt met je eigen behoefte. Maar zelfs in dat geval blijft de vraag, ... hoe je zonder — voorzieningen zoals een informatierotonde ter facilitering van — nader inzicht zulke overeenkomst vaststelt.

38.91
Als je er even voor wil gaan zitten, zie Dia-enneadic framework for information concepts. Afgezien van de op-een-na-laatste paragraaf vind je daar een (zeer) beknopte samenvatting van wat m.i. de kerntheorie voor informatiekunde door-de-schalen-heen is. Wie haar snapt, is vergevorderd op weg naar de kunde van stelselmatig informatiemodelleren, dwz met passende variëteit voor reële betekenisverschillen èn hun samenhang. Weliswaar betreft dat thans nog steeds geen zakelijke markt, maar wordt dat in de wezenlijk plurifome informatiemaatschappij natuurlijk geheid wel. Het is maar een tip.

38.92
Als je het mij vraagt, kan je die offerte beter even laten liggen. Je kunt de manier waarop jij de informatievoorziening wilt stroomlijnen m.i. aardig vergelijken met verbouwing van een pand dat onder monumentenzorg valt. Je wilt het grondig verbeteren, maar dat kan nu eenmaal niet omdat van alles en nog wat juist moet blijven zoals het ooit gemaakt is. Op dat laatste heb je echter vaak nog geen duidelijk zicht. Bijvoorbeeld aan muurbehang of plafondgips kan je immers niet zien, wat je precies tegenkomt als je het weghaalt. Je moet dus weliswaar (goed) weten waarop je mikt, maar steeds rustig een enkele stap zetten, vervolgstappen aanpassen aan eventuele verrassingen, zodra die ene stap gereed is op weg naar je al dan niet aangepaste mikpunt toch slechts de eerstvolgende stap zetten, enzovoort. Op die manier kan je zelfs een oud pand functioneel nog aardig opkrikken.
De informatierotonde helpt om met die stappen op koers te blijven. Als je voor dat middel kiest, is qua dagelijkse sturing eigenlijk steeds de praktische vraag: Wat is de volgende stap? Het antwoord voor dit moment luidt: Installatie van de programmatuur plus database ervoor. Zolang dat niet voltooid is, maken in elk geval wij ons verder niet druk. Nou ja, omdat die stap nauwelijks de huidige inrichting raakt, konden we meteen de stap erna ook al redelijk scherp plannen: Aansluiting van enkele operationele databases. Maar daar houdt het huidige zicht reëel ook echt op. Je zult zien, dat je bedoelde offerte (pas) beter kunt beoordelen wanneer de — database van de — toepassing in kwestie op de informatierotonde aangesloten is (of hoe tijdens die eerste aansluitingenstap de relevante informatie ook maar via de rotonde beschikbaar raakt). Wie weet kom je erachter, dat je die hele toepassing niet nodig hebt.
Ik kom nog even terug op die vergelijking met restauratie(ver)bouw. Daarmee kan ik ook mijn professionele weerstand verklaren om eenmalig een offerte in te dienen enzovoort. Die aanpak is (soms) voor nieuwbouw geschikt, maar naar mijn mening totaal òngeschikt voor hoe we voor het opkrikken van jullie interne informatievoorziening moeten werken, te weten met behoud van bestaande ‘elementen.’ Hoe Ictu inkoopt, is m.i. echter strikt op nieuwbouw georiënteerd. Voor serieuze restauratie vormt dat een factor voor mislukking. Omdat Information Dynamics (slechts) wil meewerken aan succes, doen we het vooralsnog dan maar zonder contract e.d. indien zulke ‘vrijheid’ helpt om volgens productieve voorwaarden te werken resp. contraproductieve omstandigheden te vermijden.
Hierin kan je overigens meteen een analyse lezen, waarom de programma’s die Ictu uitvoert zo, laat ik maar vriendelijk zeggen, matig resultaat opleveren. Op de reële schaal van overheidsinformatievoorziening gaat het allang niet meer om nieuwbouw, laat staan van geïsoleerde voorzieningen.
Wat ons betreft, dus graag zsm aan de slag met installatie en dan zien we wel verder.

38.93
Hij was één van de sprekers die eerder aan de beurt waren. Laat ik zeggen, ik zou het niet kunnen. Hij hield wat, zo vermoed ik, bedoeld was als stoer verhaal. (Want) in elk geval ging het vooral over hemzèlf. Het enige dat ik tussendoor vakmatig opving, waarvoor ik trouwens behoorlijk moest blijven opletten, waren enkele punten die Jaap van Rees volgens mij oorspronkelijk(er) thematiseerde, maar nu uiteraard de revue passeerden als zijn unieke bijdragen. Maar nu het goede nieuws. Mijn voordracht, ik was als laatste aan de beurt, viel ditmaal wèl zo overduidelijk in de academische smaak dat hij ineens driftig aantekeningen zat te maken. Dus, wie weet wat binnenkort allemaal als zijn verdere geheel eigen informatiekundige vernieuwingen de ronde doet. Als het zo werkt, blijkbaar zo moet werken, laten we er dan maar op hopen.

38.94
Wees ajb niet ongerust als het mis gaat. Information Dynamics deed de afgelopen jaren nogal wat ervaring op met contacten met organisaties die prompt erna failliet oid. gingen. Naar al dan niet oorzakelijk verband met onze bemoeienis loopt het onderzoek overigens nog ...
Ja, zo is het met zulke verbouwing/-betering precies, te weten beweging tussen “sparren over waar we naar toe moeten” en “de korte-termijn goed in de gaten [houden waar] nog veel hobbels zijn te nemen.” Wat je collega liefst “tegelijkertijd” aanpakt, doen wij dus stap voor stap.
Over kameraadschap, zie Genial Dagegen (Aufbau, 2005) door Robert Misik. Zoals achterop het boek staat, behandelt Misik “warum es in de Ära des Entertainments so schwierig ist, auf kluge Weise links zu sein, und warum Linkssein doch die einzige Weise ist, klug zu sein.”

38.95
Ik begrijp niet waarom je een ander woord voor informatierotonde gebruikt, of op z’n minst uitlegt waarom je een andere term verkiest. Wil je associatie met mijn werk vermijden?

38.96
Nu begrijp ik je aanpak voorzover je met Hup informatiehub! een strikt interne notitie geschreven had. Je publiceert echter, dwz je stelt je tekst voor iedereen beschikbaar. Een afwijkende term voor, zoals je aangeeft, precies dezèlfde voorziening helpt de publieke lezer m.i. dan allerminst. Overigens zou ik me ook voor interne veranderingen van dergelijke slijtage, besmetting e.d. van de aanduiding informatierotonde juist zo weinig mogelijk aantrekken. Want zo kan je wel bezig blijven met aangepaste terminologie, terwijl de oorzaak van weerstand elders ligt. Hoe iets ook heet, je moet het er wars van fopvattingen, modes enzovoort toch een keertje serieus over kunnen hebben.
Ik trek bovenstaande beweringen uiteraard subiet in, wanneer jouw gewijzigde etiket wèl productief werkt! Zo niet, dan breng ik ze later graag nogmaals onder je aandacht.

38.97
Jullie opstelling komt dicht in de buurt van een ... fopstelling. Hoe kan aan de voorwaarde voldaan zijn dat “interessante partijen uit [jullie sector] mee[doen]”? Er kan praktisch maar één schaap tegelijk over de dam, dus wie gaat als eerste? Waaròm is deelname door zulke andere partijen trouwens relevant?
Helemaal zeker weet ik niet, of zijn aanpak feitelijk het draaien van een rondje betreft. De uitkomst zoals je die jouw gesprek met een andere collega weergeeft, versterkt echter mijn eigen indruk. Ik ben het daarom met hem eens, zij het om andere redenen. Niet “combineren,” dus. Hij meent stellig dat zijn “toolling/methode” dat zgn “rationalisatieproject” tot een succes helpt maken. Mijn schatting luidt, nogmaals, dat je met die extra moeite hoogstens pas op de plaats maakt. Rationeler is dat natuurlijk niet, integendeel. Als ik het kan helpen, wil ik metapatroon daarmee niet geassocieerd zien.
Weliswaar heb ik er geen fatsoenlijk zicht op, maar heb toch de algemenere indruk dat ondanks jouw inspanningen bottom-up in jullie organisatie nergens een levensvatbare kiem voor stelselmatige opzet van informatievoorziening bestaat. Op die manier hebben verdere pogingen (dus) geen zin. Ofwel, “masterclass/demo,” erg graag, maar in opdracht van de bedrijfsleiding en (pas) in het kader van een expliciete aanzet voor stelselmatige informatiestrategie.

38.98
Omdat hij betekenissenvariëteit al dan niet bewust, maar hoe dan ook principieel uitsluit, kan zijn aanpak op wat ruimere schaal nooit iets opleveren. Zeg tegenwoordig dus maar rustig: nergens. Voor een proefschrift is zo’n irrelevante of zelfs contraproductieve uitkomst geen enkel bezwaar, dus van academische zijde hoeven we (ook al) geen correctie te verwachten.

38.99
Wanneer “de basisregistraties autonoom zijn en [...] zelf verantwoordelijk [...] voor hun modellering,” val ze dan ook niet lastig met een template e.d. Zet voor zgn gemeenschappelijke ontsluiting basisregistraties (GOB) de kaalst mogelijke informatierotonde op, klaar.

38.100
UML oid. biedt geen “kans,” maar vormt een blok aan het been resp. een onoverkomelijke hindernis zodra de stap naar stelselmatige semantiek nodig is. Vergeet het ajb!

38.101
Wat gedeelde kritiek al niet doet voor prima sfeer. Hierbij ga ik alvast wat nader in op jullie — dilemma van — wettelijke verplichting tot gebruik van basisregistraties betreft. Hoe doorbreek je het? Zoals basisregistraties er thans (niet) voorstaan, moet je inderdaad kiezen tussen voldoen aan a. die gebruiksverplichting òf b. de verplichting de primaire taken adequaat te vervullen. Rara, wat moet het zwaarst wegen? Dat is voor een ... overheidsorganisatie natuurlijk een louter retorische vraag (althans, zou het moeten zijn). Daar komt bij dat a. (heel) veel geld en moeite kost en blijft kosten zolang a. domweg niet met b. strookt. A propos, moeten ‘we’ niet juist extra bezuinigen?
Voor ondersteuning van je opvatting dat die keuze thans helaas reëel is en tégen a. uitvalt, kan je verwijzen naar het rapport Semantiek op stelselschaal van Bureau Forum Standaardisatie (2009). Waarom zou je je eigen vingers branden aan hete aardappels, als er al eentje op een bord ligt te dampen? Zoals een conclusie luidt (nr 4, p 3): “De authentieke gegevens in de huidige basisregistraties, zo bevestigen de onderzochte casussen, hebben een te smalle betekenis voor gebruik op de schaal waarvoor zij zijn bedoeld (uitvoering van publieke taken).” In dat rijtje staat trouwens ook de informatiekundige verklaring waarom Nup mislukt(e). Er ontbreekt “gegevensmodellering die ruimte biedt voor variëteit in betekenissen en die schaalbaar (uitbreidbaar) en toekomstvast is.” Wat Algemene Rekenkamer, zgn gateway reviews enzovoort enzovoort ook allemaal voorstellen, dat semantisch tekort op reële stelselschaal van informatieverkeer valt bestuurlijk nu eenmaal onmogelijk te repareren, punt. Of zoals Jan Schaefer over averechtse aanpak van reële woningnood eigenlijk al nodeloos wijdlopig zei, “In gelul kan je niet wonen.”
Kortom, indien iemand jouw keuze bestrijdt, kan je (laten) navragen wat er gebeurd is met conclusies & aanbevelingen waarmee Forum Standaardisatie instemde. Daarop moet toch ooit een zinnig, opbouwend antwoord komen. Intussen kan je gewoon dóór. En, noem het maar bereopsethiek, langs die weg van faciltering van ‘authentieke’ taken ontstaan trouwens ook (pas) productieve basisregistraties. Met b. kies je daarom wel degelijk tegelijk vóór a., maar ànders. (Slechts) op die manier werkt het.
Aan een nadere analyse wijdde ik het opstel Basispuzzel met stelselmatige stukjes.

38.102
Moeten we trouwens niet een (informele) lijst aanleggen met daarop alles dat als aanpak voor semantische interoperabiliteit voorgesteld wordt? En dan uiteraard voorzien van evaluerend commentaar vanuit stelselmatig perspectief.

38.103
Onder de noemer van UML e.d. gaat het over semantiek hoogstens onverminderd op de traditionele manier van automatiseerders. Zijn reflex is dat ook hij daaraan vrolijk, zelfs hoopvol meedoet. Niks “kans.” Die doodlopende weg moeten we vermijden. Daarvoor doe ik in elk geval mijn best. Het gehele stelsel voor informatieverkeer moet met voorrang ‘object’ van ontwerp enz. zijn, zoals de stad en ruimer (ipv het enkele gebouw) dat allang is voor maatschappelijk verkeer in het algemeen. Wie in dat verband (al) over UML begint, snapt het gewoon (nog) niet.

38.104
Ik deel, helaas, je minschatting van zijn fopstelling(en).

38.105
Haal ajb niet van alles doorelkaar. Bijvoorbeeld, als je stelt “beter goed modelleren dan efficiëntie in kilobytes,” wakker je verwarring nog verder aan. Je suggereert ten onrechte een vergelijking. In werkelijkheid speelt — de noodzaak van — een overgang.
Wat altijd moet gebeuren, is “goed modelleren.” Wat als “goed” geldt, is relatief. Op stelselschaal, dus onder omstandigheden van betekenissenvariëteit, blijkt een paradigma met bijbehorende modelleermethode slecht, zelfs compleet waardeloos, dat (ooit) afgestemd is op òngevarieerde betekenissen en daarvoor nog prima voldoet. Tja, waar is zulk isolement nog realistisch?
Van primair belang is dus het paradigma, zeg ook maar wereldbeeld of, zoals filosofen het van oudsher en onwetend over de oogkleppen (lees: enkelvoudige domeinoriëntatie) van moderne ict-ers noemen, ontologie of metafysica. Maar als je praktisch aan de slag gaat, secundair of niet, is een soepel notatie(middel) natuurlijk handig, zo niet onmisbaar. Zo is het theoretisch wel aardig dat ERD en UML met als het ware omkering via relatie resp. associatie ook contextuele verbijzondering aankunnen, maar soepel is dergelijke notatie niet, integendeel. In het stadium van “goed modelleren” op reële stelselschaal heb je er praktisch niets aan, laat staan dat UML daarvoor een “kans” biedt.
Wie beslist UML wil gebruiken, moet dan vooral doen. Maar UML vind ik gericht op technische implementatie. Dus, zet UML eventueel in om een informatiemodel à la metapatroon te vertalen als een stap op weg naar implementatie. Wat je aan resulterende omlsachtigheid hebt, weet ik niet, maar vooruit. Je belemmert in geval “goed modelleren” niet langer.
Overigens dringt het bovenstaande waarschijnlijk niet tot je door, omdat het een binnenlands geluid is. Want jij schrijft nu (2010) tevens, dat je “over core components kritische geluiden uit het buitenland hoort.” Daaruit maak ik op dat je mijn kritiek op ccts (How so-called core components are missing the point, 2007) niet kent en evenmin de netzo fundamentele kritiek die Jan van der Til erop deed volgen (Duurzame interoperabiliteit vraagt om radicaal andere benadering van semantiek, 2008).
[nv]

38.106
Eerlijk gezegd zit ik vooral in over de moeite die jullie à la no cure, no pay in de subsidieaanvraag stoppen. Wij zijn er allang aan gewend dat vernieuwing voor een institutionele beoordeling eigenlijk niet ... nieuw mag, zelfs kàn zijn. Dus krijg je gauw een veroordeling. Als we ons daardoor lieten ontmoedigen, waren we tientallen jaren geleden al gestopt.
Wij wachten dus rustig af. Hoopvol, maar niet verslagen als iemand het ònverhoopt niet volgt.

38.107
De aanleiding van dit bericht is het vraaggesprek dat Hendrik Spiering met u voerde en met de titel Het ‘ik’ als kwebbeldoos verscheen in NRC Handelsblad (19 juni 2010, katern Wetenschap, pp. 4-5). Ik begrijp uiteraard, dat zulk bestek slechts een karikatuur van uw werk kan bevatten. Desondanks waag ik te veronderstellen, dat u zoekt naar een productiever referentiekader. Daarom verwijs ik u naar de uitbreiding inclusief formele dynamisering die ik voor semiotiek ontwikkelde. Dat is samengevat met een model van negen onlosmakelijk samenhangende elementen, de zgn semiotische enneade. Overigens promoveerde ik daarop aan dezelfde universiteit waaraan u thans verbonden bent. Proefschrift: Semiosis & Sign Exchange (2002).
Voor een korte inleiding in bedoeld kader, zie bijvoorbeeld Dia-enneadic framework for information concepts (2003). Ik vermeld ik er hier even bij, dat wat ik daar “motive” noem, u in genoemd vraaggesprek m.i. als “emotie” aanduidt. Waarom het gaat, is relevante verschijnselen in samenhang te positioneren. Inderdaad, (zelf)bewustzijn blijkt dan géén elementair ... element.
Mocht u herkennen dat er op die interdisciplinaire manier veel nieuw inzicht in cognitie valt te verwerven, dan verneem ik dat natuurlijk graag.
[emailbericht aan V.A.F. Lamme, hoogleraar cognitieve neurowetenschap, Universiteit van Amsterdam, 23 juni 2010]

38.108
Als dat alles is ... Het is me alsmaar minder duidelijk wat hij daar eigenlijk doet. Wie weet is hij reuze druk, maar meent hij dat mensen zoals jij en ik daar niets mee te maken hebben. Dat zou verklaren, waarom hij zoiets plichtmatigs stuurt.
Voor een stelselmatige aanpak zie ik zoiets als een schaarbeweging, die overigens reeds in de huidige versie van ons diagram tot uitdrukking komt. Langs de ene kant benaderen we het vanuit wet/ en regelgeving, langs de andere vanuit zo´n daadwerkelijke rapportage. Als het scharnier kan je de feitelijke (voor)invulling beschouwen.
Dit laatste klinkt nogal kryptisch. Ik hoop dat ik onthoud wat ik ermee bedoel.

38.109
Ik ben blij van je te horen en in persoonlijk opzicht vooral dat je het naar je (werk)zin hebt. Tegelijk heeft jouw bericht me geschokt. Want als burger, die jijzelf óók bent, vind ik het, vriendelijk uitgedrukt, nogal mager dat je “lol [hebt] in doorkrijgen wat er allemaal mis gaat met de e-overheid.” Als dat alles is, kunnen we ons jouw salaris besparen. Of zie jij dat anders?
De voornaamste reden dat “het met [mij] en met [mijn] werk en gedachtegoed” niet vlot, is dat mensen zoals jij blijkbaar nog altijd niet snappen dat we met problemen/kansen zitten waarvoor een nieuwe, stelselmatige aanpak nodig is. Nieuw betekent zoveel dat je als professional serieuze moeite voor leren moet doen. Van iemand die nota bene bij een zgn kwaliteitsinstituut werkt, mogen burgers dat toch minstens verwachten! Inzicht enz. kan niemand je als het ware voorgekauwd toedienen met “duidelijker voorbeelden van toepassingen van het concept.” De allang beschikbare documentatie is duidelijk. Als je niet wilt studeren, of het lukt je met de nodige inspanningen nog altijd niet, zeg het eens eerlijk. Geef dan toe dat het mede aan jezelf ligt dat het “allemaal mis gaat met de e-overheid.” Ga in dat geval ajb wat anders doen. En laat je directeur [van KING] voor haar/zijn begrip gerust deze correspondentie lezen.

38.110
Ja, die (bal)last aan “(meta)info” vind ik ook opvallend. En hoe klein ook, je herkent aan die aangifte toch al de principiële noodzaak om ‘m als het ware — als je me even dit onderscheid veroorlooft — tussen enerzijds wettelijke verplichting, anderzijds operationele informatievoorziening te positioneren.

38.111
Wat mij ervan bijstaat, is dat het een regelgedreven aanpak betreft, dwz automatisering van besluitvorming/beschikking. Het zou me verbazen als ze dat serieus aan de praat gekregen hebben (ervan afgezien dat ik niet geloof in delegatie aan een machine wat m.i. onlosmakelijk menselijk beoordelingsvermogen met bijbehorende directe verantwoordelijkheid vergt).

38.112
Je bevestigt, dat het om allerlei redenen dweilen met de kraan open blijft. Sterker nog, allerlei mensen zitten steeds nerveuzer amateuristisch aan die spreekwoordelijke kraan te rommelen met als effect dat er alsmaar méér netzo spreekwoordelijk water uit stroomt. Neem zo’n gateway review van Nup. Voor de zoveelste keer luidt de analyse dat er een bestuurlijk manco is. Ja, dat klopt wel, maar het enige relevante manco in dàt vlak is dat bestuurders niet inzien dat er een wezenlijk ... informatiekundig manco bestaat. Daarin, ik bedoel dus het informatiekundig tekort, voorzie je nooit met — alsmaar meer — bestuurlijke maatregelen. Zoals een stad ànders is dan een forse woning, is een informatiestèlsel iets anders dan een enkel informatiesysteem ... terwijl tegelijk verband bestaat. Voor de gebouwde omgeving heet dat door-de-schalen-heen. Voor stelselmatige voorzieningen voor informatieverkeer geldt, uiteraard, zulke omvattende samenhang óók. Bijvoorbeeld, jij kunt je weliswaar “adviseur gemeentelijke informatiearchitectuur noemen,” maar natuurlijk niet redelijk beweren dat een willekeurige gemeente strikt aparte informatievoorziening kent.
Dat bestuurders het (nog) niet zien, valt ze moeilijk te verwijten. Het is de verantwoordelijkheid van professionele informatiekundigen om ze erover te blijven adviseren. Maar de meeste informatiekundigen beginnen er zelfs niet aan, als ze het al zouden durven, want ze hebben geen idee van de noodzaak tot paradigmawissel. Dat was ze pakweg twintig jaar geleden natuurlijk evenmin verwijtbaar. Hoezo Internet? Maar inmiddels leven we alweer geruime tijd in de zgn informatie- of netwerkmaatschappij. Wie tegenwoordig als informatiekundige haar/zijn bijdragen daarop nog altijd niet oriënteert, mogen we zo langzamerhand als nalatig beschouwen.
Ik maak je mijn verontschuldiging, graag zelfs, als jijzelf allesbehalve nalatig was en bent. Maar dan zijn het dus de mensen aan wie jij die voorstellen deed.

38.113
Hartelijk dank voor je prompte antwoord met verwijzingen. Zo kreeg ik mijn indruk nogeens versterkt, dat je op z’n minst eens een blik zou moeten werpen op het dia-enneadische model waarnaar ik verwees.
We kunnen ons natuurlijk afvragen, of mijn suggestie volgens jouw theorie überhaupt zinvol kan zijn. ;-) Volgens mijn theorie in elk geval wèl, zoals blijkt uit de stelling dat every sign is a request for compliance. Omdat het communicatiemodel dia-enneadisch, zeg maar dialogisch is, is daarmee echter niet gezegd dat de wederpartij klakkeloos voldoet aan het verzoek in kwestie tot inschikkelijkheid. Integendeel. Meestal volgt zelfs een poging die moeite te ontlopen. Daarvoor produceert die wederpartij op zijn beurt een teken dat netzo inherent mikt op inschikkelijkheid. Dergelijke evolutionair psychologische annex sociaal-psychologische verschijnselen moeten zich cognitief manifesteren. Wie die puzzel eens netjes oplost, vergelijk ‘m ruwweg met de opgave van samenhang door-de-schalen-heen voor de zgn gebouwde omgeving, maakt wetenschappelijk natuurlijk een enorme stap. Ik meen met mijn semiotische basismodel een beslissend (tussen)stukje te leveren. Inderdaad, je zou mij een groot plezier doen door ernaar te kijken. De inschikkelijkheid waarop ik mik, gaat echter verder dan een poging strikt mijn eigen ijdelheid gestreeld te krijgen. Zo’n poging is op voorhand ook ... ijdel. Het betreft samenwerking. Want tegelijk doe je jezelf er m.i. een nog veel groter plezier mee. Van integratie in jouw onderzoek verwacht ik veel.
Graag tot nader gesprek bereid.
[25 juni 2010, zie ook 38.107]

38.114
Mijn (bescheiden) idee is dat jij de weg enz. kent. Wat wij hoogstens, en dat graag, doen is het vraagstuk erkennen en meehelpen het serieus opgelost te krijgen. Mobiliseer daarvoor wie jij in aanmerking vindt komen. Wij voegen dan wel ergens in met het pleidooi voor een toepasselijk stelselmatige aanpak.

38.115
Lees ajb de (zeer korte) tekst Vuistregels voor stelselmatig modelleren door Jan van Til. Indien je meent dat zijn argumenten enz. zo mogelijk zelfs wezenlijker van toepassing zijn op informatieverkeer waaraan gemeenten deelnemen, verwacht ik dat je ernaar handelt. Ik veronderstel dat Jan van Til die m.i. terechte verwachting ook koestert. Hij doet niet voor niets die moeite zo’n tekst te schrijven.
Hoe kan je zinvol handelen? Daarvoor haak ik in op jouw zin: “Het probleem kan ik uitleggen, de methodiek — na toch serieus ernaar kijken — echter niet, evenmin als concrete beelden van hoe de oplossingen er dan uitzien.” Is dat geen prachtige taakverdeling? Bepèrk je dan tot probleemverklaring. Daarmee lever je een onmisbare bijdrage.
Informatiemodellering is echter, zo blijkt, gewoon jouw vàk niet. Als je al niet overweg kunt met tot dusver gangbare methodieken, vergeet het dan ajb met metapatroon. Laat dat over aan mensen die het professioneel beheersen, nota bene de stelselmatige variant zoals ook Jan van Til ‘m dringend aanbeveelt. Dan schiet het tenministe op. Zolang jij jezelf daarvoor als begripsmaat neemt, houd je veranderingen nodeloos op.

38.116
Hij is een hele aardige man ..., maar — zelfs als zodanig — symptomatisch voor aanhoudende problemen met elektronische overheid.

38.117
Wat ik niet kan rijmen met zijn terechte cultuurrelativisme, is zijn weerstand tegen metapatroon. Dat is (dan) toch niets anders dan een methode die helpt om cultuur- annex betekenisverschillen overzichtelijk geordend te krijgen?! Dat lukt met een compacte methode door tevens cultuurbereik als variabel te beschouwen. Eigenlijk vertegenwoordigt èlk knooppunt in een informatiemodel à la metapatroon een cultuur. Zo zie je meteen hoe culturen genest kunnen zijn.

38.118
Uiteraard heb ik niet de pretentie zomaar overzicht te verwerven in wat nogal ingewikkeld is. Mijn indruk is echter wel bevestigd, dat volgens de traditionele verhouding tussen organisatie en informatie aan de beoogde regionale uitvoeringsdiensten wordt gewerkt. Ik hoor het uiteraard graag, wanneer ik helemaal mis zit! Zonder tegenbericht houd ik het erop, dat allereerst de organisatorische contouren zo’n beetje bepaald zijn. Vervolgens moet informatievoorziening ingericht worden die erbij/-in past. Als zorg bij een betrokken medewerker begreep ik, dat hun synthese op deze manier weleens problematisch zou kunnen zijn. Weliswaar ben ik (dus) niet gehinderd door serieuze kennis van de reorganisatie, maar die zorg deel ik.
Met accent op (semantische) interoperabiliteit doet BFS de suggestie om het voor samenwerking in de zgn informatie- of netwerkmaatschappij ook eens andersom te bekijken. Dus, abstraherend van organisatorische inrichting verkennen we allereerst hoe informatie zowel verschilt, als samenhangt op de reële schaal van taakuitvoering. Dat moet met voldoende detaillering gebeuren, anders valt er in een later stadium o.a. organisatorisch geen zinnige opvatting enz. aan te verbinden. Gelet op de noodzaak van details, moeten we ons met zo’n verkenning beperken. Als representatief voorbeeld moeten we ‘gewoon’ de ingewikkeldste taak nemen om een realistisch beeld van de feitelijke problemen (en kansen) op te doen. Zo komen we, indien van toepassing, als het ware vanzelf eveneens basisregistraties tegen.
De bijdrage van BFS bestaat eruit om een bijeenkomst te begeleiden, waarop we oefenen met een zgn stelselmatig informatiemodel. Als vingerwijzing voor wie de bijeenkomst relevant/interessant is, geldt dat het model in kwestie niet technisch, maar conceptueel is. Dat blijkt een andere modelleermethode te vergen dan welke tot dusver gangbaar zijn, omdat op stelselschaal onvermijdelijk betekenissenvariëteit bestaat. Om een specifieke betekenis passend te ‘plaatsen,’ moet daarom tevens bijbehorende context altijd in het informatiemodel opgenomen zijn. Hoe dat werkt, is even wennen.
Op de website van Forum Standaardisatie is een pagina aan semantiek gewijd. Op zijn beurt verwijst die pagina o.a. naar enkele rapporten.
Het vraagstuk van regionale uitvoeringsdiensten is voor BFS als casus belangwekkend, omdat er zovele private en publieke partijen bij betrokken zijn, èlk met noodzakelijkerwijs variërende betekenissen. Nogmaals, omdat het ingewikkeld is, volgt er wèl simpel uit dat stelselmatige semantiek onmisbaar is. Daarvoor doet BFS de handreiking.

38.119
Ik houd het erop dat hij dyslectisch is, dwz niet in staat om door grondige bestudering van geschriften een idee te verkrijgen van ... ideeën van andere mensen. Anders is het ijdelheid.
Hij wil resp. moet het allemaal helemaal zèlf verzinnen. In dat opzicht vind ik de illustratie die je meestuurde, met dank ervoor, verhelderend. Brussaard schetste ooit, bij mijn weten vooral geïnspireerd door Wittgenstein, een zgn afbeeldingsparadigma met twee rechthoekjes, de ene — hier mijn reflexieve toevoeging: als afbeelding — voor het reële systeem en het andere erboven — netzogoed als afbeelding — voor het informatiesysteem. Beide rechthoekjes verbond Brussaard met een pijl van boven naar beneden en een andere pijl van beneden naar boven.
Door zulk onderscheid tussen reëel systeem en informatiesysteem is hij volgens mij geïnspireerd, ofwel dàt idee nam hij blijkbaar wèl over. De rechthoekjes zijn weliwaar verdwenen, dwz gaf hij andere vorm, maar daar staat m.i. gewoon nog steeds het afbeeldingsparadigma ... afgebeeld.
Zijn toevoeging geeft er rekenschap van, natuurlijk volkomen juist, dat betekenis een kwestie van interpretatie is en daarom van interpreteerder tot interpreteerder (kan) verschillen. Inderdaad, dat is de klassieke triade van Peirce.
Wat daarvan o.a. valt te leren, is dat je de term informatie beter kunt mijden voor enig samenstellend element. Informatie is begrijperlijker als noemer voor hun dynamiek-in-samenhang. Als je ipv systeem oid beslist de aanduiding ruimte wil handhaven, onderscheidt hij dus drie van die ruimten, te weten de werkelijke, de teken- en de beeldruimte. Daaruit volgt m.i. dat het poppetje niet in de informatie- annex tekenruimte hoort, wèl de beeldruimte in het poppetje.
Dat doet me trouwens denken aan wat Brussaard met het afbeeldingsparadigma bedoelde, te weten een verfijning van het zgn besturingsparadigma. Wat De Leeuw daarin positioneert als besturend orgaan, lijkt mij vergelijkbaar met, zo niet hetzelfde als die beeldruimte. Het is dus de vraag, of hij met die extra ruimte werkelijk iets toevoegt aan wat Brussaard bedacht (en wat bij nader inzien allemaal neerkomt op een triadisch model).
Metapatroon biedt (pas) de sleutel voor operationele samenhang. De tekenruimte noem ik tekendimensie. Ik veronderstel immers één ruimte: alles. Die ene dimensie ervan telt volgens metapatroon — op een recursieve manier, dwz met compact formalisme met oneindige dekking — drie samenstellende elementen. Door de aanname van formele correspondentie tussen alledrie dimensies (triadisch) ontstaat via drie-maal-drie de enneade.
Als hij die stap niet zet, zie ik niet hoe “praktisch” hij welke theorie dan ook kan benutten. Ja, ik weet van “allerhande problemen met het netjes verwerken van de binnenkomende UWV klantenpost.” Zie Schakelpaneel voor een kenschets die nota bene ontleend is aan de offerte die Information Dynamics — oeps, is het alweer ruim vier jaar geleden? — aan UWV deed. De bedoeling was om de medewerkers die een binnengekomen poststuk (verder) routeren, via zo’n schakelpaneel, inmiddels zouden we informatierotonde of –hub oid zeggen, inzage in de relevante zgn processystemen te geven. Meestal betreft een poststuk extra informatie in het kader van een reeds lopende zaak. Hoe vlotter zo’n document bij de daadwerkelijke zaakbehandelaar van UWV belandt, des te beter. Verder zouden routeringsmedewerkers dankzij toegang tot informatie in processystemen poststukken met routinevragen direct kunnen beantwoorden. Dat maakt hùn werk leuker, geeft ze een aanloop voor een eventuele promotie en ontlast de zaakbehandelaars.
De betrokken medewerkers en hun afdelingshoofd binnen de omvattende directie voor documentaire informatievoorziening waren (uiteraard) enthousiast. Waarom ging het desondanks niet door? De interim manager durfde het voorstel niet dóór te zetten. Want dat had ondermeer betekend, dat de uitbestedingsstrategie van UWV negatief opgevallen was. Martijn Houtman kon simpel een interface per processysteem met het schakelpaneel maken, ... mits hij erbij mocht. UWV had (en heeft) beheer van dergelijke systeem echter uitbesteed aan verschillende partijen. Interface? Ja, maar dan moeten wij die maken, zei zo’n externe dienstverlener. Hoeveel dat kost? Dan moet je toch in de orde van grootte van driehonderdduizend euro per interface denken, was het antwoord. Tja, dat stak schril af tegen onze offerte van tien- à vijftienduizend euro voor een werkende proefopstelling van het schakelpaneel. Zo hield het dus gauw op.
Hoe een subject een object interpreteert als ànder subject met dienovereenkomstige semiosis vind je bij wijze van ruwe benadering gemodelleerd in hoofdstuk 8 van Semiosis & Sign Exchange. Let wel, daar gebruikte ik de oorspronkelijke notatie van/voor metapatroon.
Zolang hij voor zgn informatieruimten eraan vasthoudt, dat “ze ten opzichte van elkaar [werken]” ontgaat het hem blijkbaar dat reële interdependentie nooit atomair productief valt te interpreteren. Je moet, dus radicaal òmgekeerd, met voorrang werking modelleren. Dat is precies wat er gebeurt door infrastructuur als leidend paradigma te kiezen. (Pas) nadat je werking terdege snapt, kan je eventueel ... werkers aanwijzen. Maar dat zijn dan altijd interacterende, dus interdependente werkers, met de relatie in kwestie situationeel bepaald. Dat is pas “praktisch.”
Als UWV überhaupt kan verbieden dat hij tijdens een cursus elders “nieuwe symbolen” e.d. behandelt, wat voor zin heeft zo’n verbod? Onzin! En iets anders, wat betekent een cursus die expliciet aan actualisering gewijd zou zijn, wanneer je daar juist over zulk nieuws niets verneemt? Of doet hij slechts interessant? Dit bevestigt overigens dat hij geen gevoel voor infrastructuur heeft. Wie daaraan serieuze bijdragen wil leveren, is juist zo open mogelijk over methode enzovoort. Vraag je een gedeelte van het cursusgeld terug?

 

 

Mei – juni 2010, webeditie 2010 © Pieter Wisse