Waarvandaan komt het voordeel met XBRL?

Pieter Wisse

Dit is een poging om vragen te formuleren over de verhouding van a. een interne (financiële) administratie met b. XBRL (eXtensible Business Reporting Language) voor externe verslaggeving. Daarvoor begin ik met enkele aannames:

— voor het externe verslag kent de rechtspersoon in kwestie een wettelijke verplichting; het betreft bijvoorbeeld zijn winst- en verliesrekening die hij aan de Kamer van Koophandel moet adresseren;
— de rechtspersoon bepaalt zèlf zijn grootboekschema;
— elke post op de winst- en verliesrekening is (echter) ontleend aan het saldo op nul, één of meer grootboekrekeningen.

Hieruit volgt de samenhang tussen elementen in enerzijds de verzameling winst- en verliesposten, anderzijds de verzameling grootboekrekeningen. Met de elementen in die twee verzamelingen als typen weergegeven, vat figuur 1 de getalsverhouding samen.

figuur 1: relaties voor verslag.

 

Indien bedragen voor winst- en verliesposten gebaseerd zijn op saldi van grootboekrekeningen, betreft de afwijking van het grootboekschema ten opzichte van de vóórgeschreven posten van de winst- en verliesrekening (dus) een opsplitsing van die posten. Hoe dan ook, de rechtspersoon moet voor èlke winst- of verliespost expliciet opgeven van precies wèlke grootboekrekeningen (saldo)informatie meetelt.

Het betekent voor de verslagplichtige rechtspersoon minder werk wanneer hij aldus getalsmatig minder externe verslagen hoeft te ‘coderen’ èn, nota bene, wanneer hij toekan met minder van zulke concrete coderingen (lees: relaties aangeven tussen enerzijds verslagposten, anderzijds grootboekrekeningen; afgeleid van het engels: mappen). Zo hoeft een integrale jaarrekening nog geen werkbesparing op te leveren, zolang daarin balans respectievelijk winst- en verliesrekening feitelijk in hun oorspronkelijke opzet náást elkaar opgenomen zijn.

Het project/programma Standard Business Reporting (SBR) is “een initiatief van de Nederlandse overheid.” De bijbehorende website (geraadpleegd op 9 april 2010) begint toelichting op “voordelen SBR” met de volgende zin:

Omdat SBR de administratie van de ondernemer als startpunt kiest, komen de te rapporteren gegevens overeen met de financiële gegevens die u nu al bijhoudt in uw eigen administratie.

Maar het enige “startpunt,” terecht overigens, blijkt “de administratie van de ondernemer” vervolgens niet. Want

met SBR geeft de overheid duidelijk aan welke gegevens u moet rapporteren.

Dat zijn bijelkaar dus twee startpunten. Voor samenhang ertussen is, klopt helemaal, “labeling” nodig. Figuur 1 probeert dergelijke “labeling” te duiden.

Mede omdat ik bij SBR nergens nadere toelichting kan vinden over aansluiting met “de administratie van de ondernemer,” is mij onduidelijk welke bijdrage XBRL geacht wordt te leveren, althans ten voordele van de rechtspersoon. Iets een “startpunt” oid noemen, hoe prominent ook, is niet genoeg. Hoe wèrkt het? Wat is het (positieve) verschil voor hèm? Toegespitst, wat maakt XBRL uit voor die noodzakelijke relatieslag?

Of, is het gunstig effect indirect gemikt? Luidt de verwachting dat uitvragende (overheids)instellingen onderling gemakkelijker tot stroomlijning/minimalisering van (financiële) verslagverplichtingen komen dankzij XBRL?
De eisen aan verslaggeving zijn sinds jaar en dag pèr uitvragende (overheids)instelling ongetwijfeld volstrekt duidelijk. Maar die eisen lijken inderdaad nooit bewust geharmoniseerd. Is dàt de strekking van de aankondiging dat “met SBR […] de overheid duidelijk aan[geeft] welke gegevens u moet rapporteren”?

Zo ja, dan lijkt het me realistisch die verwachting te temperen. Principieel, waarin zit de wezenlijke bijdrage van XBRL? Is dat (opmaak)middel eigenlijk op die au fond semantische opgave op stelselschaal berekend?
Ook maakt de frequentie van verslaggeving niets uit voor de moeite (lees: administratieve lasten) die de rechtspersoon moet doen voor het vestigen van expliciete relaties à la figuur 1. En met computerprogrammatuur voor o.a. zijn grootboek, kost elke versie van het verslag volgens de eenmaal ingestelde relaties nauwelijks èxtra moeite (lees: lagere verslagfrequentie tikt minder aan).
Verder wil het samenvoegen van, pakweg, drie verplichte verslagen tot één verslag niet zomaar zeggen dat de rechtspersoon zich twee-derde van zijn eerdere moeite bespaart. Wat uiteraard scheelt, zijn verwijderde doublures in oorspronkelijk verschillende verslagen. Maar wat daarin noodzakelijkerwijs verschilde, moet ook in een omvattender verslag … verschillend blijven en vergt dùs onverminderd daarop toegespitste relaties tussen enerzijds verslagpost, anderzijds grootboekrekeningen.

Wellicht bestaat (ook) een andere verwachting, te weten dat de verplichte verslagposten òngewijzigd het rekeningschema van de rechtspersoon (kunnen) vormen. Voor hele ‘kleine’ rechtspersonen is dat misschien zo gek nog niet. Maar voor dit radicale (be)sturingsalternatief geldt dan weer, dat XBRL praktisch niets meer uitmaakt. Wie zo extreem standaardiseert, heeft immers geen flexibel middel meer nodig.

Stel dat mijn aanname niet klopt, dat het bedrag voor een post simpelweg gebaseerd is op rekeningsaldi. Dan vergt externe verslaggeving zelfs ingewikkelder relaties. De vragen die ik hier opwerp, zijn nog dringender.

Het kan zijn dat ik met oogkleppen zocht en daardoor niets kon ontdekken. Wat ik (nog?) mis, is nadruk op XBRL als instrument voor interoperabiliteit. Volgens mij moet de crux met navenante beperking ervan zijn, dat een bericht met eenduidig bepaalde opzet-door-opmaak van het ene naar het andere informatiesysteem komt. Doorgeefluik, punt.
Het lijkt er echter op dat XBRL toegerust raakt met allerlei functionaliteit (bijv. calculaties, formules, mogelijkheden voor stapeling van taxonomieën) om dat aanvankelijke luik op te krikken tot een apàrt informatiesysteem. Waarom? Laat rekenwerk enz. rustig over aan de informatiesystemen aan weerszijden van de berichtenvoorziening à la XBRL. In een stelsel gaat het om evenwichtige verhoudingen tussen steeds redelijk specifieke bijdragen van, het woord stelsel zegt het al, samenhangende voorzieningen. Alles bijelkaar geeft dat (pas) optimaal resultaat.

Het zijn en blijven naar mijn idee alleréérst de uitvragers van verplichte (financiële) verslaggeving die hun vragen naar verslaggeving inhoudelijk op elkaar moeten afstemmen. Daarbij mogen reële betekenisverschillen niet verloren raken. Dat is precies wat Bureau Forum Standaardisatie (BFS) onlangs ter illustratie uitknobbelde voor/rondom het werkgeversbegrip in de ene loonaangifte voor Belastingdienst, UWV èn CBS. In bijlage B van Praktijkmodellering van het begrip werkgever (BFS, november 2009), zie paragraaf B.3 (pp. 31-35) voor het verwante inzicht dat rechtspersonen er stellig tureluurs van worden om onder allerlei, soms onderling strijdige, organisatorische noemers te moeten rapporteren.
Over administratieve lasten gesproken, dat kùnnen ze volgens die kris-kras eisen feitelijk niet serieus doen. Daartegen helpt ook XBRL natuurlijk niet (want het is en blijft een opmaaktaal voor berichten).
Inzet van enig notatiemiddel voor berichten is pas productief aan de orde, nadat de semantische opgave netjes opgelost is. Die vergt nu eenmaal andere methoden/middelen dan XBRL.
Maar nogmaals, zonder aanpassingen door (keten)partijen gebeurt er helemaal niets productiefs. Daarvoor biedt geen ènkel middel vervanging. Bijvoorbeeld, wanneer geven Belastingdienst, UWV en CBS gevolg aan de analyse die genoemde paragraaf B.3 biedt van afzonderlijk stellig goedbedoelde, maar stelselmatig averechts uitpakkende pogingen tot administratieve lastenverlichting?
Vroeg of laat moet het dáárvan toch komen. Totdat het zover is, hebben andere middelen (nog) geen zin. Pogingen ermee kosten slechts nodeloos tijd en geld, terwijl niemand het snapt. Of ben ik de enige met zulke vragen?

 

 

9 april 2010, webeditie 2010 © Pieter Wisse