Vernieuwing volgens Duivesteijn, lessen voor infrastructuur voor informatieverkeer

Pieter Wisse

Het procedé heb ik vaker verklaard. Vooruit, 1. pak een boek(je) op, 2. wees vooral bedacht op fundamentele overeenkomsten van de inhoud met wat aan informatiekunde ontbreekt, 3. vervang eenvoudigweg de voornaamste onderwerpsaanduiding, zeg ook maar het sleutelwoord, 4. citeer wat aldus uiterst en, wie weet, zelfs èxtra behartigenswaardige lessen van de ene voor de andere discipline zijn en 5. voeg ter verduidelijking zonodig wat commentaar toe. Ditmaal doe ik het zo met een bundel voordrachten en artikelen door Adri Duivesteijn, De stad als bewuste schepping: over architectuur en politiek (NAi Uitgevers, 1994). Sterker nog, meteen de eerste opgenomen voordracht, door Duivesteijn uitgesproken in 1985, steekt boordevol lesmateriaal. Hier heb ik me daarom beperkt tot oogst uit bedoeld hoofdstuk, te weten Stadsvernieuwing als culturele activiteit (pp.12-27). Van stadsvernieuwing maak ik: vernieuwing van voorzieningen voor informatieverkeer van. Tja, allang

gaat de discussie met name over de uitvoering[. ... B]edreigingen en angsten beheersen het denkproces bij politici [en] ambtenaren[. p. 12] [Vernieuwing van voorzieningen voor informatieverkeer] lijkt [...] daardoor [...] een methode van verdediging tegen de bedreigingen uit de samenleving, in plaats van het maken van een nieuwe, optimistische samenleving voor vandaag en de toekomst.[pp. 12-13]

Zoals vernieuwing tot dusver aangepakt is,

zien wij dat ze niet het recept is voor alle kwalen. [... Vernieuwing van voorzieningen voor informatieverkeer] als sociaal vraagstuk komt centraal te staan. [...] Er dient zich [...] een nieuwe fase aan, die veel politieke aandacht zal moeten krijgen. In die nieuwe fase is [...] vooral belangrijk welke kwaliteit we met de [vernieuwing van voorzieningen voor informatieverkeer] beogen.[p. 13]

Het blijft van aanvang aan misgaan, zolang ‘we’ de reële verkeersopgave niet herkennen. Die opgave bestempelt elke bemoeienis van een overheidsinstelling als infrastructureel, want de primaire verkeersdeelnemers zijn natuurlijk burgers. Dus,

[f]undamenteler is dat [...] een bijzonder principiële en revolutionaire ontwikkeling [...] in gang is gezet. Namelijk het rechtstreeks werken aan een structurele verbetering van de maatschappelijke positie van de [burgers. ... Vernieuwing van voorzieningen voor informatieverkeer moet] vooral een cultureel proces zijn. In dat culturele proces gaat het om de wijze waarop een samenleving of groep zich vormt.[p. 14]

Samenleving vergt communicatie, ofwel informatieverkeer. Ter facilitering zijn tegenwoordig tevens digitale technologieën beschikbaar, waarvan dan weer invloed uitgaat op de aard van verkeer en zo door tot en met invloed op deelnemers eraan.

Juist daar waar de omgeving zo wordt gewijzigd als in de [vernieuwing van voorzieningen voor informatieverkeer] het geval is, biedt dit unieke mogelijkheden om te werken aan het bevestigen of zo nodig creëren van een nieuwe identiteit van de [... burgers].[p. 14]

Daarentegen mikken overheidsinstellingen doorgaans ieder voor zich op eigen informatiesystemen ‘over’ burgers. Dat is géén infrastructuur. Daarvan ondervinden burgers voor maatschappelijk verkeer overheersend hinder. Door

een klimaat [...] waarin [burgers] zich gaan welbevinden[, ...] kunnen wij structuren stimuleren waarin een aantal sociale problemen zichzelf overleeft, zonder dat daarvoor een op de ‘problemen gerichte aanpak’ nodig is.[p. 14]

Hoewel Duivesteijn de term infrastructuur niet gebruikt, vind ik dat hij er een heldere kenschets van geeft. Gaat met adequate infrastructuur verder àlles vanzelf? Nee, natuurlijk niet, maar evenwichtige verhoudingen in en door maatschappelijk verkeer laten zich langs die ‘weg’ optimaal ontwikkelen.

[Vernieuwing van voorzieningen voor informatieverkeer] is niet zozeer het herstellen als wel het verbeteren en vernieuwen van de kwaliteit van de [...] samenleving.[p. 14]

Is dat niet sterk overdreven, zelfs hovaardig? Wie beseft dat samenleving als het ware aan elkaar hangt van en door informatieverkeer (lees ook: communicatieve interactie), erkent prompt het kritiek belang van infrastructurele voorzieningen ervoor. Enfin, vernieuwing van voorzieningen voor informatieverkeer is

niet alleen een technisch (bouwen) en economisch (kosten), maar bovenal een cultureel (kwaliteit: normen en waarden) proces.[p. 14]

Dat roept de vraag op, of

er juist meer specifieke kwaliteit [moet] worden toegekend aan de verscheidenheid[. p. 15]

En

moet juist de structuur [...] – die destijds onder schrijnende ongelijke machtsverhoudingen tot stand [is] gekomen – [...] vernieuwd worden?[p. 15]

Wat mij betreft zijn dat retorische vragen. Ja, samenleving doen ‘we’ samen, maar pas dankzij verschillende bijdragen is samenleving kwalitatief ànders dan meervoud van dezèlfde enkeling. Dat komt tot uitdrukking, nota bene letterlijk, in betekenissenvariëteit. Daarop moet de infrastructuur voor informatieverkeer berekend zijn. Wie volgens dit evidente pluriformiteitscriterium de informatiesystemen beoordeelt die overheidsinstellingen ten onrechte op eigen gebruik afstemmen, moet onmiddellijk de alom heersende bijziendheid opvallen. Impliciet blijkt een ènkele norm/waarde aangenomen, netzo impliciet vertaald naar de eis van enkelvoudige betekenis.

Dit conservatisme in de [vernieuwing van voorzieningen voor informatieverkeer] kan later wel eens de grootste vergissing van deze tijd blijken te zijn geweest.[p.21]

Nee, het is nù aanwijsbaar dat dergelijke voorzieningen òngeschikt zijn voor communicatie, te weten voor een ontmoeting van deelnemers met subjectief-situationele motieven enz. van dien.

Helaas moet het thema van de [...] architectuur van de [vernieuwing van voorzieningen voor informatieverkeer] te vaak worden samengevat met de begrippen standaardisatie en repetitie.[p. 17]

Het valt buiten het bestek van het trekken van informatiekundige lessen uit werk van Duivesteijn om hier semiotische grondslagen voor – facilitering van – variëteit te behandelen. Daarvoor verwijs ik naar uitgebreide documentatie elders, o.a. toegankelijk via Metapatroon, handboek stelselmatig informatieverkeer.

[H]et [...] instrument [van vernieuwing van voorzieningen voor informatieverkeer kan] worden gebruikt om de kwaliteit van de [...] samenleving en de verhoudingen daarbinnen zelf te vernieuwen [p. 15 ... dankzij] de ‘psychische onderlaag’ [...] voor de [burgers] om zich te kunnen identificeren[. p. 18]

Het politieke onbenul op landelijke schaal over noodzakelijke infrastructuur voor informatieverkeer blijft gevoed door departementale (lees ook: sectorale) uitvoeringspraktijk èn o.a. zgn onderzoeken door de Algemene Rekenkamer, Nationale Ombudsman, (onderzoeks)commissies van de Tweede Kamer, enzovoort,

[m]et als gevolg dat de discussies zich richten op details en niet op het thema zelf.[p. 17]

Wat stelselmatig buiten praktijk resp. onderzoek blijft, is de – ontbrekende – verkeersoriëntatie inclusief reële betekenissenvariëteit. De huidige oriëntatie is onverminderd éénkennig.

[H]et lot van de [verkeersvoorzieningen kan niet worden] overgelaten aan het particulier initiatief.[p. 15]

Voor zgn informatiesystemen geldt tot dusver – hoelang nog? – dat overheidsinstellingen zich meestal extra particulier gedragen, dwz zonder aandacht voor maatschappelijk informatieverkeer volgens evenwichtige verhoudingen. Een bepaalde instelling is echter één van de deelnemers. En als overheid is zo’n instelling ook en vooral verantwoordelijk voor facilitering van verkeer door andere deelnemers. Voor eigen, geïsoleerde informatiesystemen is dan geen plaats, punt. Wat telt zijn voorzieningen als onderdeel van infrastructuur. Dat vergt kennelijk een omslag.

De [burgers] waren hier altijd al ‘non-existent’ voor de politiek[. p. 15]

Ingrepen in de gebouwde omgeving beïnvloeden onmiddellijk, dat kàn nu eenmaal niet anders, het onderlinge verkeer van burgers. Wat een overheidsinstelling met haar eigen informatiesysteem aan burgers ‘aanbiedt,’ blijft beperkt tot verkeer tussen steeds één burger en die ene instelling. Van dergelijke voorzieningen is de invloed op ònderlinge betrekkingen tussen burgers indirect. Dat verklaart waarom gegroepeerd verzet uitblijft, moeilijk valt te organiseren, enzovoort. Van inspraak zoals bij stadsvernieuwing – voor wat dat waard is – is voor vernieuwing van voorzieningen voor informatieverkeer totaal géén sprake. Overigens hoeft de overheid pas met gegroepeerde tegenspraak te rekenen, zodra zij werk van heuse infrastructuur voor informatieverkeer maakt. Maar dàn neemt zij haarzelf in elk geval serieus àls overheid in een samenleving. Eerder blijft het eventuele gemis te diffuus om meer dan her en der een opbouwende criticus tot stemverheffing te brengen (die daardoor geen gehoor krijgt). Het lijkt erop dat we voor verantwoorde vernieuwing van voorzieningen voor informatieverkeer moeten wachten op een verlichte politicus met voldoende overtuigingskracht ... Wanneer is het zo ver, dat de

inspraak- en participatiemogelijkheden van de huidige [burgers] in de projectgroepen en bouwteams [...] er nog steeds borg voor [staan] dat hun belangen daadwerkelijk prioriteit krijgen[? p. 16]

Nogmaals, Duivesteijn hield de voordracht waaruit dit citaat stamt in, nota bene, 1985. Gaat het er alweer ruim dertig jaren later inderdaad – nog – democratisch aan toe in stadsvernieuwing? Antwoord op die vraag mag er niets aan afdoen, dat huidige voorzieningen voor informatieverkeer op digitale leest vergaand resultaat van particulier initiatief zijn, en daardoor géén infrastructuur. Noem de bedrijven die feitelijk reclamemakelaars zijn maar op. Daarvoor zijn ‘we’ geen burgers, maar klanten. Dat is nu eenmaal ànders. Oh, Duivesteijn gaf zèlf al een onheilspellend antwoord:

Wel moet worden erkend dat dit democratisch proces [...] onder grote druk is gekomen, door het tempo van een goed draaiend overheidsapparaat en de druk om produktie [...] te halen.[p. 16] Mensen worden in hun eigen creativiteit teruggedrongen tot wat voor de [overheidsinstelling in kwestie] een overzichtelijk en beheersbaar proces is.[p. 19]

Volgens mij suggereert Duivesteijn op z’n minst dat “een goed draaiend overheidsapparaat” op gespannen voet met “democratisch proces” kan staan. Dat vind ik nogal ongelukkig verwoord. Ik geef voorkeur aan de associatie van “goed” met “democratisch.” Klopt, dat komt “onder grote druk” door een alsmaar strikter op productie gerichte overheid.

Het kenmerk van de huidige [...] architectuur van de [vernieuwing van voorzieningen voor informatieverkeer] dreigt [...] het ontbreken van [...] consistente maatschappijopvattingen te [zijn]. Er lijkt geen nieuw optimistisch toekomstbeeld voorhanden dat vertaald kan worden in principes voor [informatie]ruimtelijke vormgeving.[p. 17]

Hoezo, toekomst?! Hier en nu is betekenissenvariëteit in maatschappelijk verkeer reëel. Of willen ‘we’ soms lid zijn van een sekte? We leven in een pluriforme samenleving waarin de – ook nog eens veranderlijke – betekenissenvariëteit stellig blijft toenemen. Het beginsel is helemaal niet zo ingewikkeld, integendeel, mits we uitgaan van verkeer en elkaar volgens evenwichtige verhoudingen (!) als deelnemers – nota bene, naar omstandigheden ook nog eens in verschillende hoedanigheden – erkennen. Daar zeg ik zo wat ... Op dat idee komt iemand kennelijk niet meer, nadat z/hij in “ongelijke machtsverhoudingen” de hogere positie bereikte. Zou Duivesteijn beseffen hoe toepasselijk zijn verhaal óók informatiekundig is?

De bijzondere verschillen, waarden en toekomstige behoefte van de [burger]culturen worden ook nu niet echt onderzocht en geformuleerd als uitgangspunt voor de vernieuwing.[p. 18]

Ook voor zgn ict-projecten heeft het hoogstens secundair zin om te kijken hoe het werk gebeurt. Als wàt er gebeurt,

de veelvormigheid vernietig[t,][p. 18 ...] de [burgers niet] uitnodigt tot creativiteit[, p. 19]

helpt zelfs een “goed draaiend” project uiteraard niets. Dat leidt alleen maar àf van deugdelijke diagnose, enzovoort tot integrale benadering.

Miljoenen worden besteed aan een op problemen gerichte aanpak, (ook wel symptoombestrijding genoemd) maar van het creëren van sociale structuren die vanuit zichzelf functioneren en die als zodanig een aantal problemen kunnen voorkomen, hebben wij nog weinig kaas gegeten.[pp. 19-20]

Pas dankzij a priori oriëntatie volgens betekenisverschillen-in-samenhang verzekeren we ons van vernieuwing van voorzieningen voor informatieverkeer

met toekomstwaarde[. Die] houdt rekening met de wensen, de mogelijkheden en de veranderlijkheid van de [burgers] van de toekomst.[p. 21]

Waarom noemt Duivesteijn het zo nadrukkelijk een “culturele activiteit”? Hij stelt, en ik vervang wederom de term stadsvernieuwing, dat

[vernieuwing van voorzieningen voor informatieverkeer] nu te veel een bouwproces, een technisch proces[,] een produktieproces is, [...] dat zelfs gestandaardiseerd wordt zodat de verscheidenheid [...] dreigt te worden aangetast[. p. 22]

Wat blijft er zo van resp. voor communicatie over? Met enkelvoudige betekenis is het antwoord feitelijk reeds bekend vóór de vraag. Wat voor zin heeft het stellen van een vraag nog? Is “een goed draaiend overheidsapparaat” een (af)gesloten apparaat? Er is juist

zoveel verscheidenheid [...] in elke samenleving, zijn er ook vele culturen.[p. 22 En c]ultuur is [...] vatbaar voor verandering. [...] Daar[om] is het nodig om in ons werken bij de [vernieuwing van voorzieningen voor informatieverkeer] de verscheidenheid van culturen te herkennen en te erkennen.[p. 23]

Voor opbouwende communicatie, dwz in en voor evenwichtige verhoudingen in samenleving, geldt die verscheidenheid tot en met individuele burgers. Wat bepaalde informatie betekent voor iemand, zeg ook maar voor een subject, kan variëren per situatie (en tijdstip). Voilà, subjectief situationisme. Zonder mogelijkheid om daaraan voldoende nauwkeurig uitdrukking te geven, raakt samenleving ondermijnd.

Op deze wijze is niet ‘het probleem’ waar een oplossing voor moet komen ons uitgangspunt, maar zullen het de idealen [...] zijn die ons handelen gaan bepalen.[p. 23]

Voor de meeste mensen hoeven idealen niet zo nodig, maar óók voor levensvatbare vernieuwing van voorzieningen voor informatieverkeer geldt dat het nooit lukt zonder enkele van zulke idealisten op de juiste posities. Het vergt immers

meer dan de gebruikelijke benadering, waarbij participanten in het proces de neiging hebben zich primair te richten op het eigen belang.[p. 25]

Vandaar dat ik de aanduiding als infrastructuur benadruk. Enkele jaren geleden had ik trouwens goede hoop, helaas heel eventjes maar. Er was – tijdelijk – een Bureau Forum Standaardisatie (BFS) waarvan het toenmalige hoofd gevoelig was voor mijn voorstelling van betekenissenvariëteit èn voor Metapatroon als methode voor eenduidige ordening op stelselschaal. Let wel, onder de noemer van standaardisatie was dat èxtra bijzonder. Dat leidde zowaar tot aanbeveling voor informatiekundige koerswijziging, zie o.a. Semantiek op stelselschaal: issues en oplossingsrichtingen (Bureau Forum Standaardisatie, 19 juni 2009). Ach, wie zou er überhaupt aandacht aan willen schenken?

Om een dergelijk beleid een kans te geven, mogen het niet slechts de bedreigingen zijn [...] die de discussie bepalen. Mogen het niet alleen de problemen sec zijn waarop een antwoord gegeven moet worden. Ook mogen het niet de verouderde sentimenten zijn die de vormgeving van de vernieuwing [...] bepalen. [...] De te behalen winst van het culturele element [...] zal meer de drijfveer moeten zijn voor het actief handelen, het maken van plannen, het ontwerpen van [voorzieningen voor informatieverkeer].[p. 24]

Terecht weert Duivesteijn het verwijt af, dat door zgn vernieuwing àlles verandert. Evenwichtigheid kenmerkt zo’n

culturele activiteit[; zij is] zowel behoudend als vernieuwend. [... Vernieuwing van voorzieningen voor informatieverkeer] streeft niet uitsluitend handhaving van de traditionele cultuuropvattingen na [met, nota bene, reeds verscheidenheid van dien,] maar biedt ook ruimte aan andere en nieuwe cultuuropvattingen [volgens] een open structuur[. p. 24] Met een dergelijk beleid zijn naar mijn vaste overtuiging èn alle betrokken belanghebbenden èn de [samenleving] in z’n geheel op den duur beter uit.[p. 25]

Over vernieuwing ben ik het grondig eens met Duivesteijn. Verder hoop ik dat hijzèlf in het bovenstaande de herwaardering herkent die zijn voordracht tevens voor nieuwe maatschappelijke thema’s m.i. ten volste verdient, in dit geval infrastructuur voor informatieverkeer.

 

 

27 januari 2016, webeditie 2016 © Pieter Wisse (www.wisse.cc)