Twintig stellingen rondom het documentbegrip

Pieter Wisse

Opmerking (2002): In 1989 was ik alweer enkele jaren beziggeweest met het vestigen van een algemener begrippenkader voor 'documentaire' informatievoorziening, waaronder archiefontwikkeling en -beheer. Voor een opdrachtgever formuleerde ik toen stellingen met als doel daar een discussie over veranderingen te bevorderen.

 

 

1.

Informatie is slechts waarneembaar door haar drager.

2.

Zodra iťdere drager een document genoemd wordt, is voor informatievoorziening de toevoeging 'documentair' overbodig.

3.

Het woord 'document' vestigt de aandacht op de drager.

4.

De vraag is naar informatie.

5.

Het aanbod bestaat uit dragers. (Zie 1.)

6.

Informatie is authentiek indien de afkomst (bron) van de drager vaststaat.

7.

Verantwoord/realistisch gedrag en verantwoording vergen authentieke informatie.

8.

Het origineel is de drager die door de bron voortgebracht is.

9.

Die relatie tussen bron en origineel wordt gezien als een bewijs van authenticiteit van informatie.

10.

Volgens een negatief mensbeeld kan een bron niet vertrouwd worden authenticiteit van (haar) informatie te waarborgen.

11.

Functiescheiding is een maatregel ter verzekering van authenticiteit van informatie. Bewaarbare dragers worden gecreŽerd en apart beheerd.

12.

Het (ene) origineel is vaak niet voldoende voor de vraag naar informatie.

13.

Een copie is ook een drager.

14.

Door het copiŽren behoeft de authenticiteit van informatie niet aangetast te zijn.

15.

Een getrouwe copie geldt ook als bewijs.

16.

Een copie is getrouw indien de relatie met de bron onomstotelijk vast blijft staan.

17.

Een (getrouwe) copie hoeft niet volledig, respectievelijk isomorf (van gelijke gedaante) te zijn.

18.

Volgens een negatief mensbeeld kan een bron niet vertrouwd worden een getrouwe copie te verstrekken.

19.

Ga naar 11.

20.

Voor liefhebbers van Magritte (althans van zijn werk) het volgende:
a. dit is een origineel;
b. dit is een getrouwe copie.

 

 

© juni 1989, webeditie 2002.