Rotfiets

Pieter E. Wisse

Van een afstandje zag ik ze al staan. Op de stoep. Jongens uit de straat. Zij hadden alledrie een fiets aan de hand. Bart, net vier, probeerde vervolgens in stilstand op z'n fiets te gaan zitten. Hij viel natuurlijk zijwaarts. Geen houden aan, met een daverende klap op de tegels. Bovenop zijn neus. Zijn hoopvolle vader, of misschien was het zijn moeder geweest, wie weet, had de zijwieltjes blijkbaar te haastig gedemonteerd.

Daar lag hij, met zijn gezicht naar beneden, geland naast zijn oranje vaantje. Ikzelf was inmiddels vlakbij. Nu kende ik Bart aardig en was benieuwd hoe hij zich ditmaal zou handhaven. Zijn moeder was niet in de buurt, hun huis buiten gehoorafstand. Dus waarom zou hij zonder kans op haar aandacht gaan huilen? Mij had hij evenmin zien naderen. Met andere woorden, hoe zou hij er zich eenzaam en allÚÚn uitredden tegenover zijn iets oudere broertje en zijn wat jongere vriendje?

Het bleef even stil. Toen hoorde ik beheerst en duidelijk: "Rotfiets!" Inmiddels was ik vlakbij. Uit respect, want Bart is mijn vriend, vroeg ik uiteraard niet of hij zich pijn gedaan had. Ik koos ervoor hem zijn moed te laten bevestigen. "Was het helemaal de schuld van de fiets?" vroeg ik zo ernstig mogelijk. "Ja!" antwoordde Bart, met die frons op z'n voorhoofd en op die toon van hem waarmee hij iedere tegenspraak wil ontmoedigen.

Ik liep dus door. Mijn gedachten dwaalden naar reacties op geautomatiseerde informatievoorziening. Hoe vaak roepen gebruikers niet vertwijfeld dat ze er alweer niets van snappen? "Rotcomputer!"

Dankzij het ongelukkige voorval van mijn jonge buurman zag ik enkele nuances. Een vraag luidt dan bijvoorbeeld of die computer, dat informatiesysteem, of wat danook, eigenlijk wel blaam treft. Kijk, Bart kan gewoon nog niet fietsen. Op zichzelf is dat niet zo moeilijk. Fietsen, bedoel ik. Hij kan dat op zijn leeftijd beslist leren. Maar dat moet hij dan nog wel even doen. Dat is in een uurtje met pa gepiept. Of met ma, natuurlijk. Daarna is alles in orde. Wie in het bezit van zulke vaardigheid z'n fiets of computer nog ergens de schuld van geeft, vlucht kennelijk voor de realiteit.

Was het maar zo simpel! Als dat antwoord van hierboven zou opgaan, zijn automatiseerders t˛ch schuldig omdat zij gebruikers onvoldoende voorbereid en opgeleid hebben. Of onbegrijpelijke documentatie bij het kant-en-klare programmatuurpakket gesloten hebben.

Het is echter te vroeg om negatieve reacties louter te verklaren vanuit gebrekkige betrokkenheid, begeleiding enzovoort. Er is meer mis. Want geautomatiseerde informatiesystemen zijn technologisch onrijpe verschijnselen. Vergelijk dat eens met de ontwikkeling tot een doorsnee fiets als resultaat! En toegegeven, een informatiesysteem pakt doorgaans nogeens complexer uit dan twee wielen, een frame en nog wat. Ik wil maar zeggen dat er in het huidige technologische stadium dus wel degelijk talloze slechte computers, programma's en noem maar op zijn. En neem, over complexiteit gesproken, vervolgens de combinaties van dat soort componenten. Wie daarvan vindt dat ze waardeloos functioneren, stelt zich niet aan als een kind, maar heeft meestal gelijk. Dat moeten ontwerpers en bouwers zich aantrekken. Zij moeten leren van dergelijke reacties van gebruikers. Het resultaat moet gewoon beter.

En vergeet de volgende keer alstublieft de opleiding niet! Dat hoort erbij! Want wat gebeurt er voorspelbaar als gebruikers niet intensief betrokken zijn bij ontwikkeling van wat toch hun eigen gereedschap moet worden? Als zij bediening ervan niet hebben kunnen leren? Ja, dan vinden zij elk gereedschap waardeloos, of dat werkelijk zo is of niet. Om hun eigen gezicht te redden, krijgt geheid iets of iemand Ónders de schuld. "Rotfiets!" zeggen ze dan bijvoorbeeld. Dat is heel logisch.

 

ę 1994, webeditie 2001.
Eerder verschenen in: Informatie, jaargang 36, 1994, nr 10.