Personeelsbeleid

Pieter Wisse

Ooit verving ik een projectleider die kort op vakantie was. Tijdens de voorafgaande periode had ik al extra achterdocht ontwikkeld over de manier waarop een software house zijn medewerkers aan het ontwikkelproject ter beschikking stelde en vooral hield. Dat "beleid" telde voor mij welhaast stelselmatig verassingen. Want op momenten die wellicht niet voor het software house, maar zeker voor het project onverwacht waren, vertrokken medewerkers om elders werkzaamheden te verrichten. Dat gebrek aan personele continu´teit leverde in het geval van goede en inmiddels ingewerkte medewerkers risico's op voor de continu´teit van de ontwikkeling als geheel.

Enigszins wijs geworden door mijn indrukken sneed ik als tijdelijk projectleider dit onderwerp bij de account manager van het software house aan. Met naam noemde ik twee medewerkers die voor kritieke activiteiten eigenlijk niet gemist konden worden. Vooral over de ene had ik reeds een vermoeden dat het software house haar voor werkzaamheden elders had bestemd. De account manager reageerde ongemakkelijk, maar hij zei niets.

Enkele dagen later kwam hij toch op het onderwerp terug. Hij bevestigde mijn vermoeden. Voor die ene medewerker was een andere opdracht voorzien, luidde zijn verhaal alsof wij er eerder niet over spraken. Hij presenteerde diverse argumenten haar niet langer voor het project te laten werken. Dat ging zover dat hij suggereerde dat zij zich bij de "ziektewet" zou melden indien zij werd gedwongen langer voor het project te werken. Haar motivatie zou door werk "onder haar niveau" zijn verdwenen.

Deze argumenten leken mij onwaarschijnlijk. Het had m.i. echter weinig zin een onberekenbare arbeidsrelatie te continueren. Daarom vroeg ik waarborgen dat zij haar wezenlijkste bijdragen zou afmaken. De resultaten dienden volgens mij "zo objectief mogelijk meetbaar te zijn." Daarna kon een "overgangsregeling" gaan werken volgens welke zij met afnemende tijdsbesteding aan het project haar taken en inzicht zou moeten overdragen. Tenslotte stelde ik dat met een volgende opdrachtgever zou moeten worden afgesproken dat zij in incidentele gevallen voor bijstand beschikbaar zou zijn. Ik verzocht de account manager zo'n overgangsregeling over haar inzet schriftelijk te bevestigen.

Hij was zichtbaar teleurgesteld. Blijkbaar dacht hij dat die ene medewerker vrijwel direct geheel voor een andere opdracht beschikbaar zou zijn.

Kort daarop had ik contact met wie de nieuwe opdrachtgever bleek. Die had het software house verzocht om iemand met kennis van het ontwikkelproject. Zo was de ene medewerker daar op korte termijn aangeboden voor voltijds inzet. Gelukkig bleek de nieuwe opdrachtgever het belang te zien van samenwerking. Het lukte ons echter niet om het software house risico's tevens vanuit het perspectief van hun opdrachtgevers te beschouwen en het eigen "personeelsbeleid" daarop af te stemmen. Het is jammer dat ik dat project maar tijdelijk leidde. Want ik had dat software house er definitief uitgemikt.

 

ę 1988, webeditie 2002.