Opdrachtkunde

Pieter Wisse

In opleidingen voor informatiekundige professionals hoort een vak dat leert over de relatie tussen opdrachtgevers en -nemers.

 

Volgens allerlei, vooral duitse, filosofieŰn zou er zoiets als Ding an sich bestaan. Die misvatting is precies de reden waarom vele verschijnselen vaak onbegrepen blijven. Of, erger nog, vals begrepen. Want verschijnselen zijn wezenlijk onvatbaar als los ding, zij het concreet of abstract. Daarom is een mens — u en ik, dus — al een beetje minder dom, wanneer hij een verschijnsel niet als ding maar als relatie veronderstelt. Dat opent immers de vraag naar wat zo┤n relatie — in filosofentaal: een betrekking — verbindt. Het klopt, dat zijn ˇˇk weer verschijnselen. De verruiming bestaat eruit dat het oorspronkelijke verschijnsel, nu dus als opgevat als relatie, zicht biedt op een meervoud van Óndere, nota bene samenhangende verschijnselen. Inderdaad laat deze conceptuele truc zich oneindig herhalen. Absolute zekerheid resulteert aldus nog steeds niet, maar zo blijft absolute onzin vaak vermeden. Wie dit moeilijk verteerbaar vindt, moet beseffen dat de zgn systeemleer een voorbeeld van de relationele benadering is. Uit de francofone wereld stamt de term structuralisme. Dat klinkt anders, maar betekent hetzelfde.

Nee, ik ga niet uitweiden over objecttechnologie waaraan mi een structuralistische objectfilosofie ten grondslag moet liggen. Dat houdt u tegoed. Ditmaal probeer ik te vatten wat een opdracht is. Een opdracht? Probeert u dat 'ding' eens te definiŰren. U heb het dus mis, als u denkt dat u ver komt met pogingen tot een omschrijving die l˛sstaat van andere verschijnselen.

Uitgaande van een relatie is het meteen simpeler en realistischer. Mijn idee is dat een opdracht een relatie tussen een opdrachtgever en een opdrachtnemer is. U vindt dat flauw? Ikzelf vind het juist zeer verhelderend, want zodoende komt in beeld dat er inderdaad allerlei soorten opdrachtgevers zijn. Dat aantal soorten noem ik even a. Hetzelfde geldt voor opdrachtnemers, waarvan ik het aantal soorten b veronderstel. Is het dan niet logisch dat er in elk geval theoretisch netzoveel soorten opdrachten zijn als de uitkomst van de vermenigvuldiging van a met b? Dat is misschien ingewikkelder dan u wenst. Maar als zulke pluriformiteit reŰel is, lijkt me erkenning verstandig.

De classificatie van opdrachtgevers en opdrachtnemers vergt ongetwijfeld voortzetting van de wisseltruc van verschijnsel naar relatie. Daarbij geldt elke definitie van een verschijnsel-als-relatie als een hypothese. Zolang de gestelde hypothesen nuttig zijn, blijven ze voor de analyse gehandhaafd. Zo niet, dan is er behoefte aan Óndere definities danwel hypothesen. Inderdaad acht ik het waarschijnlijk dat er diverse relationele definities van 'opdracht' naast elkaar nodig zijn. Wat dacht u ervan om een opdracht te bestempelen als de relatie tussen een opdrachtgever en zijn onzekerheid? En ˇˇk als de relatie tussen een opdrachtnemer en zijn geldingsdrang? Of zijn dit alweer relaties die niet zozeer op de overkoepelende opdracht, maar zijn samenstellende verschijnselen slaan?

Omdat er zoveel hypothesen denkbaar zijn die ergens wel hout snijden, zie ik de noodzaak ze toch wat te ordenen. Ik stel voor die structuralistische behandeling van het onderwerp in theorie en praktijk opdrachtkunde te noemen. Met zo┤n term ben ik trouwens terug bij het begin van dit verhaal. Elk zelfstandig naamwoord verleidt tot verdinging, maar voor begrip is juist het idee van betrekkelijkheid nodig. Wat opdrachtkunde dus is? In elk geval een relatie. Waartussen?

Een sluitend antwoord is opnieuw niet nodig om het nut van opdrachtkunde te beseffen. Ik wijs slechts op de niet-aflatende discussie over informatica-opleidingen. Mijn eigen praktijk toont dat ik afwisselend optreedt als opdrachtgever en -nemer. Vaak ben ik zelfs allebei tegelijk, een intermediair dus. Voor informatiekundige professionals is het daarom zeker geen luxe als zij het vak opdrachtkunde krijgen. (Ook) daarvoor geldt trouwens het vak objectfilosofie of zoiets als basis, zoals ik hierboven al aanzette. Of daarvoor in de curricula ruimte past, ontmoet stellig weerstand. Gericht op een relationeel antwoord helpt het daarom allereerst eens te vraag te stellen: Wat is een opleiding?

 

ę 1997, webeditie 2001.
Eerder verschenen in: Informatie Management, 1998, nr 5 en Informatiekundige ontwerpleer (Ten Hagen Stam, 1999).