Activity Center: op zoek naar integratie door infrastructuur

Pieter Wisse

idee en produkt

Activity Center is allereerst een idee. Het is een idee voor integratie van informatietechnologie.

Steeds meer mensen gebruiken IT. En iedereen gebruikt IT voor steeds meer activiteiten, tot en met activiteiten die slechts praktisch mogelijk zijn met dergelijke technologie. Maar loopt samenhang geen gevaar door toenemend gebruik en groeiende complexiteit? Hoe blijft infrastructuur optimaal aangepast aan steeds sneller veranderende behoeften? Daarom is zo'n idee als Activity Center nodig. Anders raken processen inclusief infrastructuur steeds onbeheersbaarder. Dat geldt voor processen zowel binnen n organisatie als waarbij diverse partijen betrokken zijn.

Het idee van Activity Center katalyseert strategische aandacht voor integratie van IT-infrastructuur. Tegelijk is Activity Center een produkt. Dat is een computerprogramma. Het produkt Activity Center helpt om het idee in praktijk te brengen.

 

 

niet bijzonder, maar algemeen

Activity Center is misschien moeilijk te begrijpen. Dat komt door eenvoud. Het is immers verrassend eenvoudig datgene als uitgangspunt te kiezen wat ergens beslist net toe behoort. Wat dus buiten Activity Center gebeurt is informatieverwerking met een eigen, bijzonder karakter. Daarvoor moeten aparte toepassingsmodulen of zgn. objecten bestaan.

Activity Center vormt juist de algemene schakel tussen mens en bijzondere module en/of tussen bijzondere modulen onderling. De aparte modulen blijven ieder zo kleinschalig mogelijk. Dat lukt omdat Activity Center voorzieningen biedt voor informatieverwerking waarvan slechts de inhoud naar omstandigheden wijzigt, maar de vorm constant is. Het negatieve uitgangspunt voor Activity Center leidt tot herkenning van steeds terugkerende aspecten van de interactie tussen mens en toepassingsmodule(n), bijvoorbeeld:

keuze van verwerking
opgave van criteria voor selectie van informatie voor verwerking
toets bevoegdheid van aanroepende persoon/module
audit trail.

Uiteraard moet iedere toepassingsmodule zonodig eveneens een relevant gedeelte van een audit trail trekken. Afgezien hiervan neemt Activity Center bedoelde, algemene aspecten voor zijn rekening. Enerzijds leidt dit ertoe dat, zoals gezegd, de bijzondere toepassingsmodulen kleinschaliger kunnen zijn. Anderzijds zijn er gunstige gevolgen voor flexibiliteit. Het gedrag van de voorzieningen van Activity Center is vergaand met parameters instelbaar. Initile ontwikkeling is daardoor snel mogelijk, evenals latere aanpassingen dat zijn.

 

 

een vergelijking

De positie van Activity Center in (organisatorische) processen laat zich redelijk illustreren door een vergelijking met een spoorwegnet. De afzonderlijke medewerker beweegt zich in een eigen trein over dit net, op weg naar een bestemming. Karakteristiek voor zo'n bestemming in termen van Activity Center is dat een medewerker dr als het ware 'overstapt;' hij/zij vervolgt zijn/haar weg buiten Activity Center met toegesneden vervoer.

Het overstap- of koppelstation behoort nog tot Activity Center als een soort spoorwegnet. De toegesneden, specifieke vervoermiddelen zijn (toepassings)modulen. Daarmee voert de medewerker met automatiseringsmiddelen (verdere) activiteiten uit. Er is bijvoorbeeld wellicht een module voor het berekenen van een salaris, een andere module voor het selecteren van informatie uit een ruimere verzameling. Een programma voor tekstverwerking kan eveneens als een (algemene) module beschouwd worden. Een module is misschien (ook) een rapport als een zgn. object beschouwd; daar horen dan eventueel andere modulen bij waarmee dat object bewerkt kan worden.

Het idee van Activity Center is nu voorts dat het soms noodzakelijk is, soms gemakkelijker is om op weg naar zo'n koppelstation n of meer tussenstations aan te doen. Daarbij is het beginstation en ieder tussenstation tegelijk spoorwissel. Er zijn n of meer volgende stations bereikbaar. Daaruit kan/moet de medewerker een keuze maken om zijn/haar weg te vervolgen.

De passage van een station is 'informatie.' Met andere woorden, samen is de hele afgelegde route informatie. Daaraan kan informatie toegevoegd worden die als het ware als lading op het perron van dat (tussen)station opgesteld staat. Ter plaatse, dat wil zeggen op een bepaald station, kan een medewerker (een 'copie' van) n stuk lading uitkiezen. Al die informatie, dus de gepasseerde stations als route en aldaar eventueel uitgezochte ladingen, wordt op de eigen trein van de medewerker meegevoerd. Het is duidelijk dat de afgelegde route en de meegevoerde ladingen belangrijke betekenis kunnen hebben voor de module die via het bereikte koppelstation uiteindelijk geactiveerd wordt. Dit suggereert terecht een verband tussen de uitgebreidheid van een spoorwegnet dat met Activity Center vorm kan krijgen en de schaal van de uiteindelijke modulen.

Een fijnmazig net maakt kleine modulen mogelijk. Daarnaast is er het verband tussen de stations en de ladingen. Een vergaand onderscheid tussen ladingen zorgt er voor dat er minder stations nodig zijn, en omgekeerd. Het gaat erom aan te sluiten bij wat medewerkers als structuur (stations) danwel invulling (ladingen) ervaren. Het verschil tussen beleid en beheer is hieraan verwant. Voor de module die geactiveerd wordt, doet dit onderscheid tussen stations en ladingen overigens niet ter zake; via het koppelstation is het allemaal informatie die overgeladen wordt.

Het eerste prototype voor Activity Center staat reeds toe eindeloos stations aan elkaar te borduren en daar aangekomen een keuze uit aanwezige 'lading' te maken. Het verband tussen stations en ladingen (wat dus allemaal als informatie opgevat kan worden) moet echter nader uitgewerkt worden. Zo verdient het aanbeveling te onderzoeken of op een vroeg station lading aan boord genomen kan worden die zveel omvat dat n of meer volgende (tussen)stations vervolgens automatisch gepasseerd kunnen worden. De analogie is dat een frequente bestemming het voordeligst met een sneltrein bereikt kan worden.

Een andere voorziening die nodig is om de bruikbaarheid van Activity Center te verbeteren maakt gebruik van het onderscheid tussen enerzijds structuur en anderzijds invulling ervan. Dikwijls (meestal?) moet de uiteindelijk bereikte module met nieuwe informatie aan de slag. Wat nieuw is, is dan echter niet zozeer het srt informatie (nb! structuur), maar de specifieke waarde ervan als ingevulde parameter. Zo moet een medewerker, mits daartoe bevoegd, onderweg op het spoorwegnet nieuwe lading kunnen 'maken' en meteen naar een volgend station kunnen meevoeren. De aanschaf van automatsiseringsmiddelen wordt bijvoorbeeld als een srt zaak getypeerd. Dat soort/type kan a priori in een structuur opgenomen worden. In een concreet geval van aanschaf moet die ene zaak echter van andere onderscheiden kunnen worden. De aanschaf van dat ene programmatuurpakket, bijvoorbeeld, krijgt daarom een unieke zaakidentificatie. Als 'soort' is aanschaf-van-automatiseringsmiddelen volgens dit voorbeeld dus als 'station' in Activity Center aanwezig. Een nieuwe specifieke zaak van dat soort leidt ertoe dat op dat station een 'lading' bestaande uit de overeenkomstige zaakidentificatie geplaatst moet worden. Nadat die er eenmaal staat, is diezelfde lading voor volgende reizen met Activity Center beschikbaar (totdat die lading daar verwijderd wordt).

De vaststelling dat stations en ladingen allemaal 'informatie' zijn waarmee een uiteindelijke module zonodig aan de slag gaat, heeft vrreikende gevolgen. En daarvan is de (praktische) noodzaak voor standaardisatie van eenheden van informatie. De aanduidingen voor stations en ladingen moet overeenstemmen met hoe informatie in de verzamelingen bijgehouden wordt waarmee de modulen werken. (In een ver verwijderde versie van Activity Center moeten Activity Center en de specifieke toepassingsmodulen uiteraard over dezelfde informatieverzamelingen beschikken, en is standaardisatie opgelost door enkelvoudige opslag. Zie ook het eerste punt dat in deze opsomming behandeld is. De keuze van programmatuur voor informatiebeheer moet met deze convergentie rekening houden.)

 

 

allereerst een communicatiemiddel

In de eerste plaats biedt Activity Center als conceptueel model een communicatiemiddel. Allerlei mensen die allemaal betrokken (zouden moeten) zijn bij een veranderingsproces, krijgen een gemeenschappelijke 'taal.' Daarbij gaat het steeds om de integratie van lle relevante aspecten tot een geheel proces. Omdat Activity Center een computerprogramma is waarmee mensen kunnen experimenteren, krijgt hun communicatie van meet af aan een praktische dimensie. Je kunt zien wat je eerst slechts kon denken.

De tweede bijdrage van Activity Center aan procesinrichting betreft ontwerp en bouw van automatiseringsmiddelen voor informatievoorziening. Het is duidelijk dat het experimenteren onder de noemer van communicatie reeds als begin van ontwerp/bouw geldt. Zo groeien resultaten zo natuurlijk mogelijk tijdens een veranderingsproces. Activity Center verzorgt een gedeelte van de informatievoorziening. Via parametrische vormgeving worden menu's, autorisatiepatronen en mogelijkheden voor selectie van te verwerken informatie 'ingesteld.' De informatieve aspecten van de (administratieve) organisatie met haar processen krijgen zo een opzet (en dat juist zo nafhankelijk mogelijk van techniek). Tegelijk biedt Activity Center n-op-n voorzieningen voor controleerbaarheid: audit trails van afzonderlijke activering van modulen voor informatieverwerking.

Nogmaals, Activity Center is nog niet f, maar wel z ver gevorderd dat tenminste de functie als communicatiemiddel benut kan worden (en wellicht is dat zelfs de allerbelangrijkste functie).

 

 

Opmerking (januari 2002):
Information Dynamics heeft de ontwikkeling onder de noemer van Activity Center enkele jaren geleden gestaakt. Een ontwikkeling vanuit een opnieuw breder perspectief op infrastructuur voor informatievoorziening gebeurt nu onder noemers metapatroon en KnitbITs. Zie http://www.informationdynamics.nl.

 

 

1991-1992, webeditie 2002.