Macht maakt onmacht vanuit luchtkastelen

Pieter Wisse

Politici en bestuurders vertonen een markant trekje. U moet eens letten op de naam die zij geven aan hun plannen en verdragen. Want wat moet je, als je eigenlijk niet weet waarover het gaat? Dan gebruik je als etiket kortweg de geografische plaats van samenkomst. Dat klinkt bijna altijd gewichtig. Zo kent de Europese Gemeenschap bijvoorbeeld het Verdrag van Maastricht en de Lissabonagenda.
Op dezelfde manier bestempelen sommige mensen zich als groep. Blijkbaar staat er ergens in Nederland een gebouw, ongetwijfeld een prijzig restaurant, dat de Kloosterhoeve heet. Naar verluidt raakten daar zeven gemeentesecretarissen en drie directeuren-generaal in gesprek. U raadt het, de Kloosterhoeveclub.
Onlangs verscheen een ‘brochure’ van de K-club. De hoofdtitel luidt Een klantgerichte gemeente. Volgens de ondertitel is klantgerichtheid Een kwestie van gewoon samen doén! Daartoe behelst de brochure een “Actieplan gemeentelijke dienstverlening 2006-2010.”
Gelet op de beoogde lezers staat er in Een klantgerichte gemeente ogenschijnlijk weinig verkeerds. Natuurlijk, hergebruik van instrumentarium, allemaal prima. Informatiekundig is het echter onzin wat die Kloosterhoeveclub daar stelt. Gewoon doen? Nee, het is nog lang géén kwestie van "basisinfrastructuur [...] op één centrale plek beschikbaar [stellen] voor gemeenschappelijk gebruik." Was het maar zo eenvoudig.
Ook dit zoveelste genootschap mist door haar strikt bestuurlijke oriëntatie het inzicht dat zulke infrastructuur nog helemaal niet bestáát. Maar wordt er dan niet gewerkt aan basisvoorzieningen voor de elektronische overheid? En vormen die voorzieningen niet de bedoelde basisinfrastructuur?
Nee, dus. Wat momenteel doorgaat voor basisvoorzieningen, vertoont informatiekundig géén samenhang à la infrastructuur, punt. Alle goede bedoelingen ten spijt, zolang bestuurders de noodzaak tot kwalitatieve vernieuwing ontkennen, bevorderen zij met hun oproep tot “gewoon samen doén” zelfs stagnatie met alle daaraan verbonden verspilling van geld en moeite.
Illustratief voor informatiekundig onbenul is tevens hoe de Kloosterhoeveclub schrijft over PIP, ofwel de Persoonlijke InternetPagina. De simplificatie luidt dat PIP “uiteindelijk gevuld [wordt] met gegevens en (digitale inkijkjes in) dossiers en dynamische formulieren uit alle overheidsorganisaties vanuit een grote hoeveelheid van processen, systemen en administraties." Het klinkt reuze verleidelijk, maar zo wèrkt dat niet! Begrijp dat informatievoorziening op maatschappelijke schaal niet langer een kwestie is van gewóón, maar juist van ànders doen! Of begrijp dat niet, ook goed, maar wees niet nodeloos eigenwijs en luister eens aandachtig naar echte vaklui.

Wat er moet gebeuren volgt onherroepelijk uit de pluriformiteit die op die schaal heerst. En dàt vergt weer stelselmatige betekenisordening, in vaktaal komt dat neer op contextuele verbijzondering. Bedenk eenvoudig dat instant digitale verbindingen ertoe leiden dat als het ware op één en hetzelfde toneelpodium allerlei opvoeringen door elkaar lopen. Voor èlk woord en gebaar moet daarom àltijd expliciet worden aangegeven bij welk toneelstuk het precies hoort. Anders raakt niemand er wijs uit. Om zulke maatregelen hoefde je je voor een enkel, geïsoleerd informatiesysteem nooit te bekommeren. Maar als die principiële betekenisordening op heuse infrastructurele stelselschaal er niet komt, komt er dus ook géén PIP. Je kunt louter beleidsretoriek wel blijven herhalen, maar dan gebeurt er nog altijd niets. Nota bene, ook wat Andere Overheid heet, blijft hopeloos beperkt. ‘We’ gaan maatschappelijke processen anders voeren. Precies, dat is volop gaande ... alleen de overheid lijkt het nog niet zo door te hebben.

Met ICTU noem ik hier een ander voorbeeld van het bestuurlijke circuit, dat tot dusver helaas ondoordringbaar blijkt voor zindelijke informatiekundige bijdragen aan ontwikkeling van infrastructuur voor informatieverkeer in het publiek domein. Nogmaals, ik wijt dat helemaal niet aan kwade trouw. Kortzichtigheid is doorgaans genoeg, zoals volgens mij dus eveneens blijkt uit de recente visitatie van de ICT Uitvoeringorganisatie. De visitatiecommissie telde niemand die voor informatiekundige kan doorgaan. Haar Visitatierapport ICTU bevat desondanks uitspraken over bijdragen door ICTU aan voortgang van ontwikkeling van de ‘elektronische overheid’. Enige argumentatie ontbreekt echter compleet. Zonder aandacht voor stelselmatig gedimensioneerde voorzieningen blijft de foutieve koers gehandhaafd, terwijl juist ICTU een rol van werkelijke betekenis kan spelen.

Zou het kunnen dat de Nederlandse bestuurscultuur feitelijk potdicht zit, met andere woorden oerconservatief is? Is het initiatief dat de Kloosterhoeveclub presenteert vooral een poging om maar zo weinig mogelijk te veranderen? Zulke behoudzucht werkt natuurlijk best een tijdje, indien je daarvoor de juiste (machts)posities bezet weet te houden. Maar zonder dat je het doorhebt, raken die posities ondermijnt ... De Kloosterhoeveclub, of wie dan ook, maakt vooralsnog plannen zònder aandacht voor wezenlijke nieuwe fundering. Luchtkasteelclub, dus.

 

 

Dr ir Pieter Wisse (www.wisse.cc) is informatiekundig ontwerper en directeur van Information Dynamics te Voorburg.

 

 

juni 2006, webeditie 2006 © Pieter Wisse

 

 

Eerder verschenen in: Automatisering Gids, 7 juli 2006, # 27.