Kadotip

Pieter Wisse

Goede informatici zijn optimistische realisten.

 

Waarom heeft Informatie Management geen fatsoenlijke boekenrubriek? Ik neem aan dat de redactie daarover verstandig heeft nagedacht. Kennelijk is zij tot de conclusie gekomen dat de abonnees weliswaar artikelen, maar geen boeken lezen. Ik zou dus het onmogelijke proberen u toch een boek aan te praten. Omdat ik niet gek ben, beperk ik me ertoe u te bewegen een bepaald boek dan maar kado te doen. Want Het laatste raadsel van Fermat vind ik een prachtig boek. Als het zelf niet wilt lezen, doet u er zeker iemand anders een plezier mee.

Dat boek zag ik, ergens op bezoek, allereerst in een engelse editie. Toen ik las dat het om the last theorem ging, nog wel van Fermat, betoonde ik mijn gastheer onmiddellijk mijn respect. Dat hij weliswaar wiskundige, maar met jaren gezegend zoiets las vond ik indrukwekkend. Daar zou ik, ook wiskundige, maar nog wat extra gezegend, niet aan toekomen. Dacht ik. Maar kort daarop kreeg ik het onverwacht kado. In het nederlands. Verschenen bij de Arbeiderspers, nog wel. Dat is een literaire uitgeverij, nietwaar? Ik kon het niet plaatsen.

Als liefhebber van boeken ik ben geen abonnee van dit tijdschrift en ook uit dankbaarheid aan de gever besloot ik toch te beginnen met lezen. Dat bleek een gelukkig idee. De auteur, Simon Singh, heeft ervoor gekozen vooral een kennismaking met de wiskunde te schrijven. Hij plaatst probleemstellingen en hun oplossingen in historische, culturele context. Zijn voorbeelden blijven elementair en zijn voor iedereen die ooit een elementaire opleiding genoot, nog prima te volgen. Wie dat trouwens een beetje oplettend doet en de bijlagen erop naslaat, herkent dan op pagina 343 een slordigheid in de weergave van een bewijsvoering. Er staat, in de derde bewijsregel, meteen rechts van het gelijkteken, ten onrechte ineens een factor 2. Maar goed.

Wat complexer is dan basale meet- en rekenkunde, vermeldt Singh slechts. Omdat hij dat doet op een toon die aangeeft dat hijzelf zoiets ingewikkelds ook nooit zou kunnen begrijpen, raakt de lezer bevrijd van valse schaamte. Zo ontstaat ruimte om het accent op het avontuurlijke van de ontdekkingsreis van Andrew Wiles te leggen. In het verhaal gaat het er tenslotte niet om he Wiles onlangs die laatste stelling precies bewezen kreeg, maar dt hij het bewijs leverde. Hoewel de lezer de uitkomst van tevoren kent, is het toch weer spannend.

Eerlijk gezegd komt Wiles, de (anti)held en hoofdpersoon, op papier nog het minst tot leven. Veel minder, vind ik, dan bijvoorbeeld Fermat van vier eeuwen geleden. Bij nader inzien is dat niet vreemd. Wiles begroef zich figuurlijk ruim acht jaren om het bewijs te ontwikkelen. Dat wijst, en ik druk me positief uit, op een gepantserd concentratievermogen. Wie nader wil kennismaken, moet dat pantser doordringen. De auteur nam daarvor begrijpelijkerwijs niet de tijd. Dat had stellig langer geduurd dan acht jaren, waarmee ik maar wil zeggen dat het bewijzen van de laatste stelling van Fermat vergeleken met sommige andere onderwerpen misschien helemaal niet zo ingewikkeld was.

Fermats stelling oogt bedrieglijk simpel. Bijna iedereen kent (nog) de stelling van Pythagoras: in een rechthoekige driehoek is de som van de kwadraten van de lengtes van de rechthoekszijden gelijk aan het kwadraat van de lengte van de schuine zijde. Fermat stelde dat de vergelijking van de vorm an + bn = cn geen enkele oplossing kent wanneer a, b en c alledrie gehele getallen moeten zijn en de exponent n niet twee is, maar een willekeurig groter geheel getal.

Vraagt u het later maar aan de vriend(in) of kennis aan wie u het boek schonk. Zij of hij moet even gedacht hebben: dat los ik wel op. Zulk optimisme aan het begin van elke onderneming is onuitroeibaar. Dat is prima, want anders gebeurt er niets dat de moeite waard is. Daar moet echter spoedig realisme bijkomen. Veel informatici kunnen dat uit Singhs boek leren, wat dus een extra reden is dat ik u aanbeveel juist hun dit boek kado te doen.

 

1998, webeditie 2001.
Eerder verschenen in: Informatie Management, 1998, nr 12.