Hergebruik

Pieter Wisse

Moderne informatiekunde heeft inspiratie van klassiekers nodig.

 

Historisch besef ontbreekt vaak bij gespecialiseerde beroepsbeoefenaren. Mag ik het ook gebrekkige algemene ontwikkeling noemen? Volgens mij vormen informatiekundigen beslist geen uitzondering, integendeel. Zij missen een uitgelezen kans op hergebruik, te weten van werkzame ideeŽn. Misschien dat een reeks 'klassiekers van de Nederlandse informatiekunde' inspiratie kan bieden. Eťn van mijn favorieten is in elk geval het boek De bedoeling van informatie voor mens en organisatie uit 1976 door G.C. Nielen. Daarin probeert Nielen, destijds hoogleraar in Tilburg, een normatief beeld te schetsen van de informatiesystemen die een organisatie moet hebben. In zijn inleiding bekent hijzelf overigens dat althans die bedoeling niet gelukt is.

Ik deel die opvatting meer dan ooit, maar wat mij uit zijn essay desondanks blijft aanspreken, zijn vooral de eerste paragrafen. Daarin plaatst Nielen de kennende mens centraal. Daarmee stelt hij uiteraard de juiste prioriteit. Informatiesystemen zijn immers niets meer of minder dan gereedschappen. Voor mensen, inderdaad. Daarom concentreert hij zich op de menselijke doelstelling als zgn thema.

Het doet een beetje aan Maslow denken — u weet wel, van motivatie volgens een behoeftenhiŽrarchie — dat Nielen de menselijke doelstelling naar vijf aspecten differentieert: overleving, ecologie, informatie, techniek en strategie. Welke betekenissen hij daarvoor gebruikt moet u zelf maar nalezen. Ik heb hier niet zoveel ruimte. Voor de macrostructuur van de informatievoorziening is van belang zijn suggestie, en daar gaat zijn concrete modelontwikkeling naar mijn smaak al te kort door de bocht, dat elk zgn aspect met een corresponderend informatiesysteem bediend moet zijn.

In de beste traditie van de indertijd populaire operationele analyse plus cybernetica — zo publiceerde Stafford Beer zijn Brain of the Firm als analogie tussen menselijke sturing en bedrijfssturing — transponeert Nielen menselijke doelstellingen vervolgens naar organisatorische. Dat vergt nog een zesde doelstellingsaspect: collectiviteit. Ofwel, hoe blijven mensen samen? Nadat strategie de algemene leiding heeft verkregen, zijn de overige vijf aspecten daaraan verder ondergeschikt. Maar indien die aspecten annex besturingsorganen annex informatiesystemen zich los van elkaar zouden gaan bemoeien met wat Nielen ook nog als operationele activiteiten verbijzondert, ontstaat chaos. Er komt dus, eveneens ondergeschikt aan strategie, een besturingsorgaan enzovoort voor coŲrdinatie bij. Dan kan daaronder ook mooi de eenheid voor operationele activiteiten gesplitst worden: invoer, proces en uitvoer. Ziedaar, dat zijn alles bijelkaar negen besturingsorganen. Dus moeten er ook negen - onderling samenhangende - informatiesystemen zijn. Eitje. Ofwel qed, zoals de wiskundeleraar mij onder de uitwerking van een opgave liet schrijven.

De redenering van Nielen is vlot en elegant. Zij gaat mank aan wat tegenwoordig alweer eenvoudiger herkenbaar is als te simpele analogieŽn en te eenzijdige oriŽntatie op een specifieke vorm van industriŽle productie. Maar inmiddels is natuurlijk ook het concrete model dat er uitrolt veel minder relevant dan de poging om Łberhaupt een overzichtsmodel voor informatievoorziening te ontwerpen. Dat is er klassiek aan. Als u het leest, krijgt u stellig extra ideeŽn om uw eigen strategische ontwerpprobleem op te lossen. En mocht u daarvoor iemand willen huren die zich met de huidige modetitel informatiearchitect tooit, vergeet haar/hem dan niet de verplichte kost van Nielen te overhoren.

Mijn bijzondere voorkeur voor de allereerste paragrafen uit De bedoeling van informatie heeft, nogmaals, te maken met mijn overtuiging dat de gebruikswaarde voor mensen het alfa en omega van elk informatiesysteem is. Dat Nielen daarvoor in letterlijk eigenwijze woorden een lans breekt is tijdloos. Ongetwijfeld vindt u het aanvankelijk vreemd klinken dat "ervaring een conditie [is] voor het produceren van gemakens; ervaring bestaat zelf uit gemakens." Maar dat is, iets anders geformuleerd, hetzelfde wat de Amerikaanse filosoof Peirce bijna honderdvijftig jaar geleden beweerde onder de noemer van semiosis. En zelfs bijna tweehonderd jaar terug schreef de Duitse filosoof Schopenhauer dat, zoals Nielen het later uitdrukt, "alnaar zijn interesse kiest de mens thema's." Zo sprankelen er meer pareltjes vanaf de beginpagina's. Kortom, het spannende van Nielens informatiekundige klassieker vind ik vooral dat hij prachtig blijkt aan te sluiten op nog klassiekere ... klassiekers.

 

© augustus 2000, webeditie 2001.