Oorspronkelijk verschenen in: Digitaal Bestuur, 22 februari 2007.

 

 

Digitale bloeiperiode

Pieter Wisse

Wat ik me ervan herinner, is dat onderzoek vorig jaar uitwees dat maatschappelijke activiteiten behoorlijk succesvol zijn zolang de overheid zich er maar niet mee bemoeit. Dat maakt nieuwsgierig naar het coalitieakkoord van 7 februari 2007. Normaal gesproken ontstaat afkeurende opwinding bij belanghebbenden indien zij daarin, precies, hun belang nergens vermeld zien staan. Gelet op zon onderzoekresultaat, moeten we dat niet resoluut omdraaien? Want wie een bepaald belang heeft, of ziet, zou zich over dienovereenkomstig overheidsbeleid dus juist ernstig ongerust moeten maken.

Zo beschouwd gaat het met de informatiemaatschappij geheid de goede kant op. Het verse coalitieakkoord rept er immers met geen woord over. Kortom, ongehinderd door de overheid ligt bloeiende ontwikkeling in het verschiet. Het idee dat het aandeel van digitale voorzieningen in maatschappelijke interactie sterk groeit, blijft volkomen onvermeld. Dat gaat dus lukken! Onder de noemer van infrastructuur gaan de coalitiepartners geheel voorbij aan dergelijke, zeg maar, virtuele mobiliteit. Naar de term globalisering is het ook vergeefs zoeken, prima. De nieuwe afhankelijkheid van burgers en bedrijven van digitale infrastructuur blijkt geen enkel punt van overheidszorg. Met kritieke informatiebeveiliging komt het dus ook wel goed. Elektronische overheid? Nee, hoor, in een hele reeks punten over bestuurlijke inrichting, evenals elders in het coalitieakkoord, ontbreekt elke verwijzing, laat staan vermelding.

Wellicht vindt u dat allemaal spottend klinken. Zo is het uiteraard bedoeld, maar ook weer niet. Het is zelfs ronduit verstandig als politici geen beleidsuitspraken doen over ontwikkelingen waar zij vaak niets van kunnen begrijpen. Van oudsher zijn er altijd nog de degelijke ambtenaren die met vakkennis compenseren wat nu eenmaal politici missen. Maar dat is ook waar ik hier werkelijk naartoe wil. Ambitieuze en dus vroeg of laat hogere ambtenaren hanteren inmiddels eveneens een bestuurskundig perspectief. Zoals strategie in het grote bedrijfsleven de maat van kwartaalcijfers maar moeizaam overstijgt, als het al lukt, heerst aldus in de grote ambtenarij thans de ongedisciplineerde overplaatsbaarheid annex bevordering. Daarom maakt ondermeer een serieus informatiekundig verhaal politici, bestuurders en, nota bene, hogere ambtenaren gauw ongemakkelijk. Zij missen domweg kader met vereiste diepte. Oppervlakkige projectjes genoeg, de ene gemeente zus, de andere uitvoeringsorganisatie zo, maar nog altijd geen samenwerking voor heuse stelselmatigheid en daarom overwegend weggegooid geld. Over noodzakelijke vernieuwing om via infrastructuur voor digitaal informatieverkeer een impuls aan maatschappelijke dynamiek te geven, heb ik het nog niet eens. Het coalitieakkoord doet dat gelukkig dus evenmin.

 

 

22 februari 2007, webeditie 2007 Pieter Wisse