Beste Jan

Pieter Wisse

Inmiddels heb ik een hele reeks boeken gepubliceerd. In andere gevallen hoor je mij daar niet over. Maar nu maak ik twee uitzonderingen.

De eerste betreft Stijlbreuk in bestuur: informatiearchitectuur met componentenstijl voor openbare orde & veiligheid waarvan je bijgevoegd een exemplaar aantreft. Het is zojuist verschenen. Jan van Heijst en ik behandelen in bestuurlijk perspectief de inrichting van informatievoorziening op een manier die wij belangwekkend achten voor de gehele openbare sector. VoilŠ, dacht ik, dat moet jij zeker eens lezen. Je herkent stellig de (bestuurlijke) overeenkomsten met rapportages van de commissies Snellen en Docters van Leeuwen. En de verschillen met de koers van de Regieraad ICT Politie. Dergelijke ontwikkelingen hebben echter allemaal onder auspiciŽn van BZK plaats. Het lijkt dus erop dat er een extra onsje afstemming bijmoet. Graag adviseer ik je erover.

Afstemming is praktisch ook nodig tussen daadwerkelijke informatieverzamelingen. Wat BZK tegenwoordig authentieke registers noemt, spelen daarin een centrale rol. Dit brengt me op de tweede uitzondering. Eind 2000 publiceerde ik bij de Amerikaanse uitgeverij Addison-Wesley het boek Metapattern: context and time in information models. Enkele jaren geleden sprak ik je al eens kort over de modelleerbenadering die nu dus formeel beschreven staat, inclusief talloze voorbeeldmodellen. Dat zgn metapatroon is bij uitstek geschikt als instrument voor conceptuele ordening. Ook de afgelopen jaren heeft BZK geld en inspanningen aan een poging tot zulke ordening besteed, maar voor zover ik kan overzien zonder doorslaand succes. Dat verbaast me niets, want de aannames die in de aanpak verborgen zitten, schieten tekort voor de complexiteit van de opgave. Ik geloof dat ik nu een kans verdien. Daar komt bij dat ik met een realistisch prototype kan tonen dat het Ťcht werkt, tot en met de allerlaatste stand van webtechnologie als technische infrastructuur voor vergaand verspreide informatievoorziening. Wat bijvoorbeeld Snellen c.s. als toekomstbeeld van de GBA schetst, heb je dan op hele korte termijn al helder zichtbaar.

verzonden op 16 november 2001

 

 

 

Ik wil graag eens direct en persoonlijk onder je aandacht brengen dat een wezenlijk andere benadering nodig is voor verbetering van overheidsinformatievoorziening. Dat doe ik hierbij schriftelijk, zodat je mijn opmerkingen rustiger kunt overdenken. Ik neem overigens aan dat je zŤlf al vroeg inzag, dat meer-van-hetzelfde niet werkt. Daarop heb je in je ambtelijke positie natuurlijk prima zicht.

Ik claim een vruchtbare benadering uitgewerkt te hebben. Daarover verscheen van mijn hand recent onder meer het praktijkgerichte boek Metapattern: context and time in information models (Addison-Wesley, 2001). Van nog recenter datum is mijn proefschrift Semiosis & Sign Exchange (2002). Ik heb ook veel relevante teksten gepubliceerd op de websites www.informationdynamics.nl en www.wisse.cc. Aan onderbouwing dus geen gebrek.

Ik wil mijn expertise graag ten dienste stellen van verbetering van de overheidsinformatievoorziening. Mijn commerciŽle belang erbij verhul ik geenszins. Ik zie echter ook met lede ogen het verspillende gepruts aan. Er liggen grote kansen tegen betrekkelijk geringe kosten, maar je moet wel weten hoe ze benut kunnen worden.

Uit de voorafgaande concepttekst schrapte ik voor mijn feitelijke brief aan Jan de passage:
Nu meen ik te weten dat een obstakel om mijn benadering een kans te geven eruit bestaat dat jijzelf mijn ideeŽn niet zou begrijpen. Voor zover je ze kent, klopt dat waarschijnlijk. Mijn vraag luidt echter of je de ideeŽn wŤl kent en begrijpt van wie thans in opdracht werken aan overheidsinformatievoorziening. Ik vermoed van niet. Blijkbaar stel je vertrouwen in die opdrachtnemers. Maar dan heb ik nog een vraag. Waarop is dat vertrouwen gebaseerd? Toch niet op hun successen. Want samenhang blijft ontbreken.
De criteria voor opdrachttoekenning doorgrond ik dus niet. Omgekeerd hoef jij in jouw positie uiteraard de ideeŽn van dienstverleners zeker niet in detail te kennen. Ik vind gewoon dat het om kwaliteit moet gaan. Daarvoor vraag ik je aandacht. Hoe kan je erop vertrouwen dat ik kwaliteit waarborg?

Mijn benadering doet recht aan evenwicht. Er is informatie die noodzakelijkerwijs gemeenschappelijk is, maar tegelijk moet andere informatie gedifferentieerd kunnen blijven. Naarmate de horizon breder moet zijn (nota bene, de hele openbare sector Ťn alsmaar meer vertakkingen in de private sector), groeit zowel het probleem van samenhang, als de noodzaak er eindelijk een adequate oplossing voor aan te reiken. De verbeterpogingen mislukken tot dusver echter steevast, vooral omdat de traditionele opdrachtnemers de noodzaak van reŽle differentiatie ontkennen (erger nog, niet eens herkennen). Neem het begrip 'woning.' Het is toch zo duidelijk als wat, dat een enkele, absolute definitie van 'woning' onrealistisch is? De term 'woning' kan immers, afhankelijk van het specifieke maatschappelijk proces waarin het figureert, op uiteenlopende punten steeds iets ŗnders betekenen. En zo stikt het van de begripsvariatie. Neem voor 'woning' een andere term en je herkent onmiddellijk dat over een breed spectrum differentiatie onontkoombaar is.

Welnu, ik heb ontdekt hoe je daar eenduidig mee kunt omgaan. En omdat zulke begripsontwikkeling dankzij mijn 'methode' inderdaad eenduidig is, kan je er vervolgens heel praktisch digitale informatievoorziening op inrichten. Dat lukt overheidsbreed (en zonodig breder), want je houdt tevens het evenwicht tussen organisatorische coŲrdinatie en autonomie optimaal. En met de huidige communicatietechnologie is dat ook praktisch realiseerbaar. Wat misschien even moet wennen, is dat je afscheid moet nemen van het idee van, zeg maar, vaste waarden. Zodra je snapt, dat betekenis altijd contextueel geldt, ben je er echter doorheen.

Tussendoor merk ik op dat ik vind dat Docters van Leeuwen cs vorig jaar een scherp beeld schetste van de toekomstige overheid inclusief informatievoorziening. Via de pers weet ik dat het rapport niet onverdeeld gunstig ontvangen is. Dat kan zo zijn, maar ik blijf het beeld dwingend vinden. Wie dat niet erkent, voelt de maatschappelijke ontwikkelingen in de richting van onomkeerbare pluriformiteit nog niet aan. Mijn benadering van informatievoorziening verzon ik eerder, maar sluit nu in elk geval praktisch aan op het perspectief ŗ la Docters van Leeuwen.

Ik kan nu niet mťťr doen dan mijn aanpak onder de aandacht brengen van wie verantwoordelijkheid draagt voor optimalisering van het stelselkarakter van de overheidsinformatievoorziening. Daartoe hoor jij beslist.

Wat kan ik vervolgens concreet bijdragen? Ik zou bijvoorbeeld in eerste aanleg een advies kunnen helpen opstellen hoe (bijna) alle programma's die ICTU thans uitvoert samenhang vertonen. Als bonus kan ik zulke samenhang zelfs daadwerkelijk in de vorm van een prototype uitwerken. Een praktisch voorbeeld met webtechnologie heb ik met mijn bedrijf trouwens al gerealiseerd. Zie www.informationdynamics.nl ook voor een prototype [Ö].

Ik besef op onorthodoxe manier contact met je te zoeken voor verwerving van opdrachten ter verbetering van de overheidsinformatievoorziening. Maar volgens mij is het stelselprobleem met informatie er zowel structureel, als urgent genoeg voor. [Ö H] eldere begripsontwikkeling is de essentiŽle voorwaarde voor een succesvol stelsel van informatievoorziening. Het sleutelwoord is 'stelsel' en daarom moet BZK zich met coŲrdinatie bemoeien. Daarvoor is heus een nieuwe benadering nodig. Anders blijft het verspilling door verwarring.

verzonden op 26 juli 2002

 

 

2001-2002, webeditie 2005 © Pieter Wisse