Anti-referentiearchitectuur

Pieter Wisse

De elektronische overheid is géén organisatie. In Nederland mag zij er tenminste allang géén (meer) zijn in de traditionele, feitelijk feodale betekenis van een nagenoeg geïsoleerde werk- annex leeforganisatie. Er bestaat voor overheidsbemoeienis in een westerse variëteitscultuur immers niet zomaar a priori een gezagshiërarchie voor willekeurig welke interactie.

In het huidige stadium van maatschappelijke ontwikkeling is de elektronische overheid op zichzèlf helemaal niet nieuw. Dat is onzin. De elektronische overheid bestáát op zichzelf niet, punt. Zij is daarentegen slechts de nieuwste verschijningsvorm van een heus stelsel. Of zelfs maar een aspect ervan. Via democratische ontwikkeling in dialectiek met technisch potentieel verkrijgt zo'n omvattend stelsel zelfs het karakter van een open, veranderlijk netwerk. Vernoeming naar overheid wekt eerder verwarring. Juist individuele burgers en bedrijven tellen serieus als deelnemers aan het informatieverkeer in het publiek domein.

Voor de elektronische overheid geldt daarom de netwerksamenleving als relevant, zeg maar, milieu. Het maatschappelijke informatieverkeer in breedste zin ondervindt echter nog niet of nauwelijks erkenning als noodzakelijk kader voor de elektronische overheid. Dat komt ondermeer tot uitdrukking in de beperkte manier waarop een zgn. referentiearchitectuur doorgaans (nog) gepositioneerd is.

Wat een referentiearchitectuur is? In gewoon Nederlands komt voorbeeldschets er dichtbij. In het Engels is de aanduiding reference model gebruikelijk. Zgn. informatiekundigen proberen nu (ook) in Nederland de illusie van hun gewichtigheid te wekken door overal de etiketten architect en architectuur op te plakken. Op die manier bezweek tevens model voor architectuur, in dit geval met referentiearchitectuur als uitkomst.

Wat of wie een informatiekundige is? Laat maar even zitten. Hier gaat het voor de elektronische overheid om correctie van achterhaalde, want veel te beperkte dekking van referentiearchitectuur. Zo'n voorbeeldschets of model betreft vaak helaas onverminderd een apàrte organisatie (enterprise architecture). Het doet er niets aan af, dat het onder de noemer van de totale overheid blijkbaar een héle grote organisatie is. En evenmin dat daarbinnen allerlei deelorganisaties zoals gemeenten enzovoort een grote mate van autonomie voeren. Waarom dat nog steeds niet klopt, is dat de elektronische overheid slechts opgevat is als, nou ja, als weer gewoon een iets andere overheid, meer niet(s): government as usual, eigenlijk. Het strategisch primaat kan echter nooit aan zo'n aspect als overheid ontleend zijn. Want dat is overheid wel beschouwd op de relevante schaal van samenleving, te weten een onlosmakelijk onderdeel. We're therefore not simply talking about a different kind of government, whether or not it will be facilitated by digital technology. Fundamentally, what's at stake is a different society. Overeind moet principieel staan dat pas vanuit een visie op een andere samenleving scherp zicht ontstaat op de bijbehorende andere, ditmaal dus elektronische overheid.

Vooruit, een populair etiket voor de andere samenleving is, zoals gezegd, netwerksamenleving. Het netwerkkarakter wordt sterk bevorderd door inzet van digitale informatietechnologie, die aanvankelijk elektronisch heette (bekend van edp, ofwel electronic data processing). Met netwerksamenleving is daarom precies hetzelfde bedoeld als met de elektronische samenleving. Kortom, de elektronische overheid kan niet anders dan passen in de elektronische ofwel netwerksamenleving.

De reële verruiming van referentiekader voor de referentiearchitectuur dit is geen woordgrap, helaas zou prompt tot het inzicht moeten leiden, dat benvloeding, laat staan enige sturing, op basis van het kader voor n enkele organisatie met dienovereenkomstige voorbeeldschets nooit werkt. Inderdaad, het hangt er vanaf, wat de reikwijdte van zo'n model is. Maar in elk geval werkt het dus nooit, zolang voor de gehele samenleving verondersteld is dat zij één enkele organisatie is in de zin van weinig problematische gezagsverhoudingen enzovoort.

Karakteristiek voor een samenleving is zelfs het omgekeerde, te weten dat actoren haar constitueren. Zulke open actoren hebben elk een beduidende autonomie, waaraan coördinatie tegelijk grenzen stelt. De spanning tussen autonomie en coördinatie vestigt maatschappelijke dynamiek. De aanname voor de open (netwerk)samenleving is dat daarin de voordelen sterk de nadelen van de dynamiek in kwestie overheersen.

Het is een legitieme vraag of de huidige worsteling met bandbreedte voor maatschappelijke openheid aangejaagd is door terrorisme, wat dat ook is en of daartegen überhaupt oorlogvoeren mogelijk is, of gewoon door digitale ontwikkelingen. Het is antwoord is stellig dat daartussen (ook) stevig verband bestaat. Maar terreurdreiging, dwingt die niet tot éénheid? Het is nu precies zo'n oorlogsverklaring die, zij het impliciet, erkenning inhoudt dat maatschappelijk verkeer onmogelijk tot gedragingen door één enkele organisatie respectievelijk ogenschijnlijk heersende actor reduceerbaar zijn. Als contragram: ontkenning van terreur is terreur van ontkenning. Ach, laat verder ook maar even zitten.

Het informatiestelsel voor verkeer in het publiek domein is kwalitatief ànders dan wat volgt uit strikt enkelvoudig organisatorisch perspectief. Nota bene, de intra-organisatorische informatievoorziening pèr actor/deelnemer aan het publiek informatieverkeer verandert daardoor kwalitatief méé. Zo beschouwd is de elektronische overheid de zoveelste gedaante waarin zich op maatschappelijke schaal de spanning manifesteert tussen autonomie en coördinatie. Dat vergt steevast een, ingewikkeld gezegd, bipolaire oriëntatie: dialectiek. Ofwel, veranderlijk evenwicht resulteert door uitlijning van oriëntatie vanuit een enkele actor met orintatie vanuit de gehele samenleving. Daarbij is de relevante schaal van samenleving alsmaar ruimer door ontwikkelingen in digitale informatietechnologie met hun eenvoud voor het globaal onderhouden van vrijwel onmiddellijk contact. Daarom kan er allang geen strikt Nederlandse elektronische overheid zijn, omdat maatschappelijk verkeer gebeurt over de traditionele territoriale grens.

De noodzaak van bipolaire oriëntatie is momenteel waarschijnlijk mede nog zo ònbegrepen, omdat digitale technologie in de beginstadia als het ware louter monopolair toegepast is. Die nasleep overheerst blijkbaar nog. Het is trouwens zeker niet de bedoeling dat het intra-organisatorische ofwel bedrijfsperspectief verdwijnt. Voor de schaal met het Internet als spreekwoordelijke illustratie moet er echter allereerst een perspectief/oriëntatie zijn toegevoegd en ten tweede is uitlijning van beide oriëntaties aan de orde. Voilà, bipolair.

Zonder informatiekundig zicht vanuit de maatschappelijke pool valt aan uitlijning niet eens te beginnen. De hoogste prioriteit ligt nu dus dáár. Het gaat erom consequent een beschouwingswijze te ontwikkelen en verduidelijken. Die ontbreekt nog altijd principieel stelselmatig. Natuurlijk leidt ook die nieuwe, aanvullende oriëntatie voorafgaand aan realisatie tot (voorbeeld)modellen. Het is onvermijdelijk dat ook daarvoor de term referentiearchitectuur opduikt. Voor nadrukkelijk onderscheid met de andere, overgeleverde pool is zeker voorlopig daarvoor de aanduiding met anti-referentiearchitectuur duidelijker.

 

 

15 november 2005 Pieter Wisse